Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3156

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
13/684336-18
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:31 SvArt. 2:18 Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging PIJ-maatregel met 24 maanden wegens ernstige incidenten en gedragsproblemen

De rechtbank Amsterdam heeft op 6 februari 2026 de vordering van de officier van justitie behandeld tot verlenging van de PIJ-maatregel van verdachte, die sinds 2019 geldt. De maatregel was eerder verlengd tot mei 2023 en daarna nogmaals met zes maanden. De officier van justitie vroeg nu om een verlenging van 24 maanden.

De JJI rapporteerde over meerdere ernstige incidenten eind 2025 waarbij verdachte betrokken was, waaronder fysiek geweld tegen medewerkers, het gooien van urine en ontlasting, en het gebruik van een zelfgemaakt wapen. Deze incidenten leidden tot aangifte en onderzoek door politie en OM. Verdachte wordt niet als groepsgeschikt beschouwd en verblijft op een ITA-afdeling. Terugkeer naar een reguliere groep of een FPK-afdeling wordt als te risicovol gezien.

De verdediging vroeg om een kortere verlenging om het perspectief van verdachte te behouden. De rechtbank oordeelde echter dat de veiligheid en de ontwikkeling van verdachte een verlenging van 24 maanden vereisen. De rechtbank benadrukte dat deze termijn duidelijkheid biedt en ruimte om aan behandeldoelen te werken. De PIJ-maatregel zal, rekening houdend met wettelijke bepalingen, voorwaardelijk eindigen op 31 januari 2028 en onvoorwaardelijk op 31 januari 2029.

De rechtbank wees de gewijzigde vordering van de officier van justitie toe en verlengde de PIJ-maatregel met 24 maanden. De uitspraak werd gedaan door drie rechters, onder voorzitterschap van E.M. Devis.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel van verdachte met 24 maanden wegens ernstige incidenten en gedragsproblemen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Team Familie & Jeugd
Parketnummer: 13.684336.18
Beslissing op de vordering van 15 juli 2025 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
thans verblijvende te [Naam P.I. 1] ,
die bij vonnis van deze rechtbank van 19 februari 2019 is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel of de maatregel).
De maatregel is ingegaan op 9 maart 2019, is een tijd onderbroken geweest en is op 1 mei 2023 weer aangevangen.
De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beschikking van de rechtbank van 2 december 2025 voor de duur van zes maanden verlengd en de overige vijftien maanden van de vordering zijn aangehouden.
De inhoud van de vordering
De officier van justitie heeft de vordering ter zitting mondeling gewijzigd en strekt tot een verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met 24 (vierentwintig) maanden.
De procesgang
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • de termijnbrief van 8 april 2025;
  • de beschikking en het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 december 2025, waar de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk is toegewezen en de PIJ-maatregel verlengd is met 6 maanden en waarbij de behandeling van het overige gedeelte van de vordering, te weten 15 maanden, is aangehouden tot een nader te bepalen zitting;
  • het op grond van artikel 2:18 van Pro het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen uitgebrachte advies van 23 januari 2026 van de [Naam P.I. 2] (hierna: [Naam P.I. 2] ) om de PIJ-maatregel te verlengen voor de duur van 24 maanden.
De rechtbank heeft op 6 februari 2026 de vordering in de openbare raadkamer behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
  • de officier van justitie, mr. W. van Veen;
  • [verdachte] , bijgestaan door zijn raadsman, mr. N.M. Wersch, advocaat te Amsterdam;
  • [gedragsdeskundige 1] en [gedragsdeskundige 2] als gedragsdeskundigen namens [Naam P.I. 2] ;
  • [medewerker DIZ] namens Dienst Individuele Zaken (hierna: DIZ), via een videoverbinding.
De standpunten
Het advies van de JJI
Sinds de laatste zitting hebben zich meerdere, zeer forse, incidenten voorgedaan, waarbij [verdachte] betrokken is geweest. Naar aanleiding van deze incidenten is aangifte gedaan. De gebeurtenissen hebben een grote impact gehad op het betrokken personeel. Hoewel [Naam P.I. 2] zich beseft dat een herstel tussen een jongere en de [Naam P.I. 2] wenselijk is, is besloten dat [verdachte] op dit moment niet terug kan keren naar [Naam P.I. 2] . Het personeel durft een terugkeer van [verdachte] op dit moment niet aan. [verdachte] verblijft derhalve sinds kort in [Naam P.I. 1] . De rechtbank heeft [Naam P.I. 2] in haar laatste beschikking de opdracht gegeven om na te denken over het meest gunstige uitstroomtraject voor [verdachte] . Ook moest er volgens de rechtbank duidelijkheid komen over wanneer [verdachte] weer met verlof kan. Volgens [Naam P.I. 2] is [verdachte] de afgelopen periode niet geschikt gebleken om op een reguliere groep te verblijven, waardoor hij al geruime tijd op een ITA-afdeling verbleef. Een verblijf op een FPK, met nog meer mensen op een groep en een lager beveiligingsniveau, biedt teveel risico’s in de gedragsontregeling. Het is moeilijk om te voorspellen hoe het in de toekomst zal gaan en uitspraken te doen over binnen welke termijn [verdachte] mogelijk met verlof zou kunnen, maar als het zo doorgaat, is het perspectief volgens [Naam P.I. 2] somber. [Naam P.I. 2] heeft vernomen dat er reeds sinds het korte verblijf van [verdachte] binnen [Naam P.I. 1] ook daar verontrustende signalen over hem zijn gemeld. [Naam P.I. 2] adviseert een verlenging van de PIJ-maatregel met 24 maanden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de PIJ-maatregel van [verdachte] dient te worden verlengd met 24 maanden. Uit de rapportages blijkt duidelijk dat deze periode nog nodig is. Er hebben zich forse incidenten voorgedaan, waartegen aangifte is gedaan. [verdachte] is op dit moment niet groepsgeschikt. Een Tbs-maatregel zou volgens de officier van justitie mede gelet op [verdachte] leeftijd op dit moment mogelijk passender zijn, maar dat is niet mogelijk zolang de maximale termijn van de PIJ-maatregel nog niet bereikt is.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman vraagt de rechtbank om de PIJ-maatregel te verlengen met een kortere periode dan de door de officier van justitie gevorderde 24 maanden. Het is belangrijk dat [verdachte] perspectief blijft behouden. Indien de maatregel nu met twee jaar extra verlengd wordt, geeft dit [verdachte] het gevoel dat er sprake is van capitulatie. [verdachte] moet de kans krijgen om te laten zien wat hij binnen [Naam P.I. 1] kan, om te voorkomen dat er aan het einde van de termijn een vordering tot omzetting in een Tbs-maatregel zal worden ingediend.
De beoordeling
Gelet op het advies, het verhandelde in de raadkamer en artikel 6:6:31 van Pro het Wetboek van Strafvordering oordeelt de rechtbank dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [verdachte] vereisen dat de PIJ-maatregel moet worden verlengd met 24 (vierentwintig) maanden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
De rechtbank stelt vast dat er de afgelopen periode veel gebeurd is. Eind december 2025 hebben zich verschillende, zeer forse, incidenten voorgedaan, waarbij [verdachte] fysiek geweld heeft gebruik tegen de groepsleiding van [Naam P.I. 2] . [verdachte] heeft een medewerker onder andere een kopstoot gegeven, waardoor deze medewerker een hersenschudding heeft opgelopen. Ook heeft [verdachte] meermaals met zijn urine en ontlasting naar een medewerker gegooid. [verdachte] heeft verder met een zelfgemaakt wapen geprobeerd een medewerker te steken en heeft de trui van een medewerker dichtgedraaid, waardoor deze voor langere tijd geen lucht meer kreeg en dacht dat hij doodging. Van de incidenten is aangifte gedaan, wat op dit moment nog wordt onderzocht door het Openbaar Ministerie en de politie. Verder wordt de indruk gewekt dat [verdachte] vanwege bepaalde fysieke kenmerken, denk aan een trillende kaak, grote pupillen en veel slikken, drugs gebruikt.
Hoewel er voorafgaand aan de hiervoor genoemde incidenten bij [verdachte] enige mate van kwetsbaarheid werd gezien, wat als positief werd beschouwd en waardoor besloten was om verlof aan te vragen, hebben de incidenten ervoor gezorgd dat deze stap uiteindelijk niet mogelijk was. Als gevolg van de incidenten heeft [Naam P.I. 2] aangegeven dat [verdachte] daar op dit moment niet terug kan keren, wat tevens gevolgen heeft voor zijn traject. [verdachte] verblijft op dit moment binnen de [Naam P.I. 2] . Hij verblijft hier, net als de afgelopen twee jaren binnen [Naam P.I. 2] , op een ITA-afdeling. [verdachte] wordt nog altijd niet groepsgeschikt bevonden en kan hierdoor op dit moment niet op een reguliere afdeling verblijven, laat staan op een FPK afdeling met een lager beveiligingsniveau.
De rechtbank begrijpt het gevoel van een gebrek aan perspectief bij [verdachte] als de PIJ-maatregel verlengd wordt met 24 maanden. Zij is niettemin van oordeel dat de deskundigen goed hebben onderbouwd waarom een verlenging van 24 maanden nodig is om alle stappen te zetten. De rechtbank wil [verdachte] door de maatregel te verlengen met 24 maanden juist duidelijkheid geven over de komende periode, in plaats van (valse) hoop dat zijn traject wellicht eerder tot een einde kan komen. Het is belangrijk dat er voldoende tijd en ruimte is tijdens het traject van [verdachte] om aan alle behandeldoelen te werken. Deze ontwikkelingen gaan stap voor stap. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verweer van de verdediging om de verlenging te beperken tot een kortere periode, ook niet om daarmee een vinger aan de pols te houden, nu daar geen aanleiding voor is.
[verdachte] dient de komende twee jaar te benutten om te laten zien wat hij kan bereiken. Daarbij zal hij allereerst moeten laten zien dat hij geschikt is om op een reguliere groep te kunnen verblijven. Het is daarbij heel belangrijk dat hij geen agressief gedrag vertoont en geen drugs gebruikt.
De rechtbank gaat er op grond van de termijnbrief van 8 april 2025 van uit dat de maatregel, rekening houdend met het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering en behoudens verlenging, voorwaardelijk eindigt op 31 januari 2028 en onvoorwaardelijk eindigt op 31 januari 2029.
De beslissing
De rechtbank:
- wijst de gewijzigde vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [verdachte]
met 24 (vierentwintig) maanden.
Deze beschikking is gegeven op de openbare terechtzitting van deze rechtbank door
mr. E.M. Devis, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. H.P.E. Has en A.G.P. van der Baan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 februari 2026.