Uitspraak
1.De procedure
- de vrijwillige verschijning van [gedaagde / de kerk] ;
- de conclusie van antwoord, met producties 1-23;
2.Uitgangspunten
Dit betekent dat de functie van Muziek directeur [sic] komt te vervallen en [ [eiser] , ktr], na zijn re-integratie, niet in deze rol zal terugkeren.”
[parochiebestuur] [ [parochiebestuur] , ktr] heeft vervolgens het onderwerp van het gesprek zo objectief mogelijk weergegeven en genoemd dat de klachten schriftelijk zijn verwoord door enkele leden van de [koor 3] , maar er ook mondelinge opmerkingen zijn gemaakt door enkele leden van het [koor 2] . Een aantal van hen [vermeende klagers, ktr] wil niet meer met hem [ [eiser] , ktr] samenwerken.De eerste reactie van [eiser] [ [eiser] , ktr] was een langdurige lachbui, waarmee hij zijn verbazing onderstreepte. Hij wilde exact weten om hoeveel brieven het gaat en wie de klachten hebben geuit. [parochiebestuur] gaf aan daar niet op te kunnen antwoorden (…)”.
De in de stukken genoemde signalen zijn algemeen en niet concreet feitelijk uitgewerkt, worden niet geplaatst in een pastorale context en zien op vermeend gedrag binnen een professionele werksituatie (…)”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Het is onacceptabel hoe (…) het kerkbestuur met onze gewaardeerde dirigent omgaat, zowel tijdens zijn ziekte – en re-integratie periode, als nu bij zijn recente herstel (…)”, en waarin verzocht wordt de schorsing per direct terug te draaien. Verder heeft [eiser] verschillende e-mails van koorleden met een vergelijkbare strekking overgelegd. Ook heeft [eiser] een op 12 januari 2026 gedateerde brief overgelegd, waarin de koorcoördinator van [koor 1] aan het parochiebestuur onder meer schrijft: “
door diverse gesprekken en contacten met meerdere koorzangers ontstaat bij mij het (sterke) beeld dat veel meer koorzangers enthousiast zullen zijn met de terugkeer van [ [eiser] , ktr], dan een handjevol koorzangers die [sic] een klacht hebben ingediend.
Voor zover ik weet zijn er geen problemen binnen de [koor 1] met [ [eiser] , ktr] die geleid zouden kunnen hebben tot het indienen van klachten over zijn gedrag.”