De zaak betreft een verzoek van Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2013, die sinds het overlijden van haar oma niet meer bij haar moeder kan wonen. De minderjarige verbleef tijdelijk bij haar opa, maar deze situatie is niet langer houdbaar vanwege diens leeftijd en gezondheid.
De kinderrechter heeft op 4 maart 2026 reeds een spoedmachtiging verleend voor twee weken verblijf in een pleeggezin. Op 11 maart 2026 vond een mondelinge behandeling plaats, waarbij de moeder werd vertegenwoordigd door haar advocaat en de vader en opa niet aanwezig waren. De minderjarige is gehoord en heeft haar mening kunnen geven.
JBRA verzoekt nu een machtiging voor vier weken, aansluitend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 7 juni 2026. De moeder stemt in met de maatregel, erkent de complexe situatie en hoopt op een stabiele en veilige plek voor haar kind. De kinderrechter wijst het verzoek toe, benadrukt het belang van een passende en stabiele woonplek en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.