Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3100

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
11854702 \ CV EXPL 25-11665
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230o BWArt. 6:236 BWArt. 6:243 BWArt. 7:408 lid 1 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopig oordeel consumentbescherming bij ontbinding online advertentieovereenkomsten

Proximedia Nederland B.V. vordert betaling van openstaande facturen en resterende termijnen van twee online advertentieovereenkomsten met gedaagde, die zij betwist te moeten betalen omdat zij de overeenkomsten heeft geannuleerd. De kantonrechter stelt voorlopig vast dat gedaagde als consument handelde bij het sluiten van de overeenkomsten, omdat zij toen nog geen bedrijfsmatige activiteiten verrichtte, ondanks inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Omdat de overeenkomsten buiten de verkoopruimte zijn gesloten, heeft gedaagde het recht deze binnen veertien dagen te ontbinden. Proximedia heeft nagelaten hierover te informeren, waardoor de ontbindingsperiode is verlengd tot maximaal twaalf maanden. Gedaagde heeft binnen deze termijn de overeenkomsten ontbonden, wat de kantonrechter rechtsgeldig acht.

Verder oordeelt de kantonrechter dat bepalingen over de looptijd zonder tussentijdse opzegging en de incassokosten onredelijk bezwarend en oneerlijk zijn, waardoor deze vernietigd worden. Dit leidt tot afwijzing van de vordering van Proximedia. Partijen krijgen gelegenheid om zich uit te laten over dit voorlopige oordeel voordat een eindbeslissing volgt.

Uitkomst: De kantonrechter oordeelt voorlopig dat gedaagde als consument de overeenkomsten rechtsgeldig heeft ontbonden en wijst de vordering van Proximedia af, waarna de zaak wordt aangehouden voor nadere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11854702 \ CV EXPL 25-11665
Vonnis van 27 maart 2026
in de zaak van
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd in Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: Nouta Westland,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
De kantonrechter noemt partijen hierna Proximedia en [gedaagde] .

1.De zaak in het kort

1.1.
Proximedia en [gedaagde] hebben twee overeenkomsten gesloten voor online advertentiediensten voor de websites van [gedaagde] met een looptijd van twee jaar. Proximedia wil dat [gedaagde] de openstaande facturen betaalt en dat zij de resterende 19 betaaltermijnen van de looptijd betaalt. [gedaagde] vindt dat zij niets hoeft te betalen omdat zij de overeenkomsten geannuleerd heeft en Proximedia volgens haar ook niets heeft gedaan. Volgens Proximedia kunnen de overeenkomsten niet worden opgezegd voordat de looptijd afgelopen is.
1.2.
De kantonrechter oordeelt voorlopig dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst consument was. In dat geval gelden regels die bedoeld zijn consumenten te beschermen. Toepassing van die regels leidt, zo oordeelt de kantonrechter voorlopig, tot afwijzing van de vordering van Proximedia. Partijen krijgen de gelegenheid om hierover hun mening te geven. De kantonrechter neemt nu dus nog geen eindbeslissing in de zaak.

2.De procedure

2.1.
In het dossier zitten:
  • de dagvaarding van 7 augustus 2025 met producties,
  • de conclusie van antwoord met producties,
  • het tussenvonnis van 19 september 2025 waarin de kantonrechter een mondelinge behandeling heeft bepaald,
  • de aanvullende producties 14 tot en met 17 van Proximedia,
  • de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 27 februari 2026,
  • de door Proximedia op de mondelinge behandeling overgelegde telefoonnotitie.

3.De vordering van Proximedia

3.1.
Proximedia vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om € 7.464,59 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 augustus 2025 over € 5.823,90. De vordering bestaat uit € 5.823,90 aan hoofdsom, € 767,10 aan wettelijke handelsrente en € 873,59 aan buitengerechtelijke incassokosten. Proximedia vordert ook dat de kantonrechter [gedaagde] in de proceskosten veroordeelt. Zij verzoekt de kantonrechter daarbij te bepalen dat zij het vonnis meteen kan uitvoeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).
3.2.
Proximedia stelt dat partijen twee overeenkomsten hebben gesloten waarbij zij hebben afgesproken dat Proximedia tegen betaling diensten verricht voor [gedaagde] . Proximedia wil dat [gedaagde] de gemaakte afspraken nakomt. [gedaagde] heeft niet voldaan aan haar betalingsverplichtingen. Zij heeft een aantal facturen niet betaald en dat moet zij alsnog doen. [gedaagde] is vanaf 8 januari 2024 in verzuim. Verder moet [gedaagde] ook de resterende 19 termijnen betalen omdat de overeenkomst niet tussentijds kan worden opgezegd. Daarnaast moet zij op grond van artikel 7 van Pro de overeenkomsten buitengerechtelijke incassokosten betalen van 15% van € 5.823,90.

4.De beoordeling

Partijen mogen reageren
4.1.
Proximedia doet een beroep op de overeenkomsten tussen haar en [gedaagde] . Als het hier gaat om een contract tussen een handelaar en een consument moet de kantonrechter de overeenkomsten en de totstandkoming ervan toetsen op een aantal punten. Dat moet ook als partijen, zoals in dit geval, er niet zelf over beginnen (ambtshalve toetsen). Deze controle moet de kantonrechter doen voordat zij ingaat op de inhoudelijke standpunten van partijen. Proximedia en [gedaagde] hebben nog niet goed hun mening kunnen geven over de vraag of [gedaagde] consument was toen zij de overeenkomsten sloot en zo ja welke gevolgen dat voor de vordering van Proximedia heeft. Zij krijgen de gelegenheid om dat te doen voordat de kantonrechter een definitieve beslissing neemt. Hierna legt de kantonrechter alvast uit hoe zij er op dit moment tegen aan kijkt.
Voorlopig oordeel: [gedaagde] handelde als consument
4.2.
De kantonrechter oordeelt voorlopig dat [gedaagde] als consument heeft gehandeld. Uit de uitspraak van het Europees Hof van Justitie (hierna: EU-hof) van 13 november 2025 [1] volgt dat onder ‘consument’ wordt begrepen iedere natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen. Of sprake is van handelen als een consument moet worden beoordeeld naar het moment van het sluiten van de overeenkomst. Het ging in die zaak om de voorgenomen oprichting van een bedrijf, waarvoor juridisch bijstand werd ingeschakeld. Onderdeel van de afweging van het EU-hof om in die zaak te concluderen dat het om een consument ging, was dat niet bleek dat de persoon in kwestie op het moment van het sluiten van de overeenkomst een zelfstandige economische activiteit uitvoerde waar die overeenkomst op zag. Dat het doel van die persoon was om in de toekomst zelfstandige economische activiteiten te gaan uitvoeren, maakte voor die beoordeling volgens het EU-hof niet uit.
4.3.
De kantonrechter vindt dat deze redenering ook opgaat voor [gedaagde] . [gedaagde] heeft op de zitting verteld dat zij de overeenkomsten heeft gesloten met de bedoeling dat Proximedia haar webshop zou promoten. Op dat moment stond zij ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, maar had ze nog geen webshop. De webshop is gemaakt door een derde en was eind november/ begin december 2023 af. Proximedia heeft hier niets tegenin gebracht.
4.4.
Toen [gedaagde] de overeenkomsten met Proximedia sloot was zij nog niet begonnen met haar webshop. De overeenkomsten zijn dus niet gesloten in het kader van toen al bestaande bedrijfsmatige activiteiten. Daarom beschouwt de kantonrechter [gedaagde] voorlopig als consument.
Voorlopig oordeel: [gedaagde] heeft de overeenkomsten rechtsgeldig ontbonden
4.5.
[gedaagde] is telefonisch benaderd door Proximedia waarna bij haar thuis een gesprek heeft plaatsgevonden en de overeenkomsten zijn getekend. Omdat de overeenkomsten zijn gesloten bij [gedaagde] thuis, zijn ze gesloten ‘buiten de verkoopruimte’. In dat soort gevallen heeft de consument, [gedaagde] , het recht om overeenkomsten binnen veertien dagen na het sluiten daarvan de overeenkomsten te ontbinden. [2] De handelaar moet de consument daarover informeren. Zolang de handelaar dat niet doet wordt de termijn waarbinnen de consument de ontbinding in kan roepen verlengd tot maximaal 12 maanden.
4.6.
De kantonrechter stelt vast dat Proximedia [gedaagde] niet heeft geïnformeerd over haar ontbindingsrecht. [gedaagde] heeft Proximedia op 24 november 2023 (één dag na het sluiten van de overeenkomsten) gebeld en in elk geval gezegd één van de overeenkomsten (de SMA-overeenkomst) te willen annuleren. Ook op 27 februari 2024 (telefonisch) en op 26 maart 2024 (per e-mail) heeft zij Proximedia gemeld dat zij gestopt is met haar bedrijf en dat zij de overeenkomsten wil opzeggen. Deze momenten vallen binnen genoemde twaalf maanden termijn waarmee [gedaagde] beide overeenkomsten dus geldig heeft ontbonden.
4.7.
Het voorlopige oordeel van de kantonrechter is daarom dat [gedaagde] als consument de overeenkomsten rechtsgeldig heeft ontbonden. De vordering van Proximedia is dan gebaseerd op niet langer bestaande overeenkomsten en kan niet worden toegewezen.
Voorlopig oordeel: ook overtreding andere regels voor consumentenbescherming
4.8.
Als [gedaagde] moet worden beschouwd als consument en de overeenkomsten
nietrechtsgeldig zijn ontbonden, vindt de kantonrechter voorlopig dat de artikelen 2 en 8 van de overeenkomsten (over de looptijd van 24 maanden zonder mogelijkheid tot tussentijdse opzegging) onredelijk bezwarende bepalingen zijn. [3] Het gevolg daarvan is dat de bepalingen vernietigd worden. [4] Tussen partijen gelden dan de gewone wettelijke bepalingen over het opzeggen van een opdracht, wat betekent dat [gedaagde] het recht heeft om op ieder moment de overeenkomsten op te zeggen. [5] Daarnaast vindt de kantonrechter voorlopig dat artikel 7 van Pro de overeenkomsten een oneerlijk beding is als bedoeld in de richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. [6] Dat artikel wordt in dat geval vernietigd waardoor Proximedia geen aanspraak kan maken op de buitengerechtelijke incassokosten die zij op deze bepaling heeft gebaseerd. Ook niet op basis van de wettelijke regeling voor die kosten.
4.9.
Het voorlopige oordeel van de kantonrechter is dus dat de vordering van Proximedia op verschillende onderdelen moet worden afgewezen.
4.10.
Voordat de kantonrechter een eindbeslissing neemt in de zaak, mogen Proximedia en [gedaagde] hun mening geven over het hiervoor gegeven voorlopige oordeel [gedaagde] als consument aan te merken en de gevolgen daarvan.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verwijst de zaak naar de rol van
24 april 2026voor akte van partijen over de vraag of [gedaagde] als consument heeft gehandeld bij het sluiten van de overeenkomsten en zo ja, welke gevolgen de toepassing van de consument beschermende bepalingen hebben, zie hiervoor onder 4.2 en verder,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, kantonrechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.

Voetnoten

1.ECLI:EU:C:2025:876 Šiľarský
2.Artikel 6:230o van het Burgerlijk Wetboek (BW).
3.Artikel 6:236 aanhef Pro en onder b BW.
4.Artikel 6:243 BW Pro.
5.Artikel 7:408 lid 1 BW Pro.
6.Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993.