Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Het gehuurde is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als woonruimte door 3 personen. (…)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Verhuurder vorderde in kort geding ontruiming van een woning wegens onderverhuur zonder toestemming en overbewoning. Huurder huurt sinds 2004 en zou met meerdere onderhuurders wonen, wat verhuurder betwist. Verhuurder beëindigde de huurovereenkomst en sommeerde ontruiming. Huurder verweerde zich en vorderde in reconventie herstel van gebreken en verstrekking van sleutels.
De kantonrechter oordeelde dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden toegepast. Er was sprake van een spoedeisend belang omdat huurder financieel afhankelijk is van onderhuur en mogelijk snel nieuwe onderhuurders zal toelaten. De verjaring van de wanprestatie werd echter niet aannemelijk geacht, mede omdat toestemming voor onderhuur telkens opnieuw gevraagd moet worden volgens de algemene bepalingen die huurder naar verwachting heeft ontvangen.
De kantonrechter kon niet uitsluiten dat er met de voormalige verhuurders afspraken waren over onderhuur, maar bewijslevering hierover is niet mogelijk in kort geding. Verhuurder had huurder ook geen gelegenheid gegeven de situatie te herstellen. Daarom werd de ontruimingsvordering afgewezen. In reconventie werd verhuurder veroordeeld tot herstel van de kapotte deurbel binnen veertien dagen, maar overige gebreken en sleutelvordering werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en spoedeisend belang. Proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: De gevorderde ontruiming wordt afgewezen, verhuurder moet de kapotte deurbel herstellen en proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd.