ECLI:NL:RBAMS:2026:3053
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen tijdelijke omgevingsvergunning voor loopbrug en fietsenstalling
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van een tijdelijke loopbrug en het plaatsen van een tijdelijke fietsenstalling voor vijf jaar op het [locatie 2]-terrein. De vergunning is verleend ondanks strijd met het bestemmingsplan, waarbij het college gebruikmaakte van de kruimelgevallenregeling.
Eisers stelden dat de reguliere voorbereidingsprocedure gevolgd had moeten worden, dat sprake was van een stedelijk ontwikkelproject waarvoor een milieueffectrapportage vereist is, en dat het college een onjuiste belangenafweging had gemaakt waarbij hun belangen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelt dat het college de juiste procedure heeft toegepast, dat het project niet kwalificeert als stedelijk ontwikkelproject, en dat het college de belangen van eisers voldoende heeft meegewogen.
De rechtbank benadrukt dat het college beleidsruimte heeft bij het afwijken van het bestemmingsplan en dat de toetsing terughoudend is. Het college heeft maatregelen getroffen om overlast te beperken, zoals het vrijhouden van looppaden, het plaatsen van een haag, en het opstellen van mobiliteitsplannen bij evenementen. Eisers krijgen geen gelijk en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de tijdelijke omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.