Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.ROKSVAST B.V.,
2.
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
2.
STICHTING STADGENOOT,
1.De procedure
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
Na verder debat is het kort geding aangehouden tot 16 maart 2026 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot een oplossing te komen. Op 16 maart 2026 heeft mr. Razaac de voorzieningenrechter bericht dat partijen hierin niet zijn geslaagd. Vonnis is bepaald op 25 maart 2026.
2.De feiten
Tijdens de inspectie is geconstateerd dat er water aanwezig is onder de dakbedekking. Daarnaast ontbreken de afwerkstroken, wat kan leiden tot verdere waterinfiltratie. Tevens is vastgesteld dat de dakbedekking niet correct is doorgezet, waardoor de aansluiting onvoldoende waterdicht is uitgevoerd. Deze gebreken vormen een risico op lekkages en mogelijke schade aan de onderliggende constructie.
Cliënten hebben de werkbon[bedoeld is de werkbon van Patina, vzr.]
bekeken en daarover enkele vragen en zorgen. De inhoud van de werkbon neemt hun bezorgdheid over de oorzaak van de lekkages niet weg. Bovendien merken cliënten op dat de werkbon uitermate summier is: deze bevat slechts één korte alinea tekst en bestaat verder uit foto’s.
- Het herstellen van de gevel en de overige afwijking welke zich hier bevinden.
3.Het geschil
1. Stadgenoot, althans gedaagden gezamenlijk, te bevelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis opdracht te geven aan een erkend bouwkundig aannemer om onmiddellijk aan te vangen met de noodzakelijke herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan de achtergevel, balkonconstructies en overige constructieve delen aan de achterzijde van het gebouw, waaronder in elk geval begrepen:
2. te bepalen dat Stadgenoot, althans gedaagden gezamenlijk, binnen 48 uur na betekening van dit vonnis alle noodzakelijke tijdelijke noodvoorzieningen treffen om verdere schade of gevaar te voorkomen, waaronder in ieder geval:
3. Stadgenoot, in haar hoedanigheid van beheerder en appartementseigenaar,
4. Stadgenoot, althans gedaagden gezamenlijk, te bevelen om onbelemmerde toegang te verlenen aan alle voor de werkzaamheden benodigde aannemers, deskundigen en overige uitvoerders en hun aanwijzingen op te volgen,
5. te bepalen dat Stadgenoot, althans gedaagden hoofdelijk een dwangsom van
€ 10.000 per dag of gedeelte daarvan verbeuren voor iedere dag dat zij nalaten uitvoering te geven aan enig deel van de voorzieningen onder 1 tot en met 4, met een maximum van
€ 250.000,-,
6. Stadgenoot te veroordelen tot betaling van € 9.333,18, althans € 3.225,66, zijnde een voorschot op de juridische kosten,
7. Stadgenoot, althans gedaagden hoofdelijk, te veroordelen tot betaling van
€ 1.393,13, zijnde een voorschot op de onderzoekskosten,
8. Stadgenoot, althans gedaagden hoofdelijk, te veroordelen tot betaling van
€ 21.864,9418, zijnde een voorschot op kosten voor het dakherstel,
9. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,
10. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 15.298,20, zijnde een voorschot op de schadevergoeding in verband met de door de huurder van de bedrijfsruimte toegepaste huurkorting.
Roksvast en [eiser 2] hebben een spoedeisend belang bij toewijzing van hun vordering, vanwege de steeds erger wordende lekkages en de oplopende schade in verband met de huurkorting. De staat waarin de balkons verkeren is acuut onveilig.
4.De beoordeling
als beheerdervan de VvE toewijsbaar zouden zijn.
5.De beslissing
mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.