ECLI:NL:RBAMS:2026:303

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
C/13/759782 / FA RK 24-7921
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:26 BWArt. 10:100 BWArt. 10:101 BWArt. 1:227 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptie en inschrijving geboorteakten bij hoogtechnologisch draagmoederschap met anonieme donoren

De wensouders, gehuwd en van Nederlandse nationaliteit, hebben via hoogtechnologisch draagmoederschap in de Verenigde Staten twee kinderen gekregen met gebruik van anoniem genetisch donormateriaal. De Amerikaanse geboorteakten vermelden de draagmoeder als moeder en de wensvader als vader. De wensouders verzoeken de inschrijving van deze geboorteakten in Nederland en de adoptie van de kinderen door de wensmoeder.

De ambtenaar van de burgerlijke stand betwist de inschrijving vanwege strijd met de Nederlandse openbare orde, omdat het gebruik van anonieme donoren het fundamentele recht van het kind op afstamming schendt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de adoptie toe te wijzen, ondanks de onwenselijkheid van anonieme donoren, omdat de kinderen opgroeien in het gezin van de wensouders en adoptie de enige manier is om de juridische band met de wensmoeder te vestigen.

De rechtbank oordeelt dat de Amerikaanse geboorteakten, waarop de draagmoeder als moeder staat vermeld, juist zijn en niet in strijd met de openbare orde. De inschrijving wordt gelast. De adoptie wordt toegewezen omdat deze in het kennelijk belang is van de kinderen, die opgroeien in een gezin met een genetisch verwante broer en reeds een juridische band met de wensvader hebben. Na adoptie zullen de wensouders samen het ouderlijk gezag dragen. De rechtbank erkent het fundamentele recht van het kind op afstamming, maar weegt dit af tegen het belang van juridische duidelijkheid en het welzijn van de kinderen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de adoptie toe en gelast de inschrijving van de Amerikaanse geboorteakten in Nederland.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/759782 / FA RK 24-7921 (JK/MW)
Beschikking van 21 januari 2026
in de zaak van:

1.[wensmoeder] ,is de wensmoeder,

en

2.[wensvader] ,is de wensvader,

beiden wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. V.W.J.M. Kuit te Amsterdam.
Als belanghebbende is aangemerkt:
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE [gemeente 1]
,
hierna te noemen de ambtenaar.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
regio Amsterdam,
locatie [locatie] ,
hierna te noemen: de Raad.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het op 13 november 2024 ingekomen verzoek, voorzien van producties;
  • het F-9 formulier van verzoekers van 10 december 2024, voorzien van een nadere productie;
  • de brief van de Raad van 27 december 2024;
  • de brief van de ambtenaar van 31 december 2024;
  • de brief van de ambtenaar van 7 maart 2025;
  • het F-9 formulier van de verzoekers van 17 maart 2025, voorzien van hun schriftelijke reactie op de brief van de ambtenaar;
  • het rapport van de Raad van 18 april 2025.
1.2.
De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren van 15 december 2025. Verschenen zijn:
- de wensouders en hun advocaat.
De ambtenaar is met kennisgeving niet verschenen. De Raad is ook niet verschenen.
1.3.
De datum van de beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
De wensouders zijn op 23 augustus 2019 te Amsterdam met elkaar gehuwd.
2.2.
De wensouders zijn in het bezit van de Nederlandse nationaliteit.
2.3.
De wensouders hadden een sterke kinderwens. Omdat zij samen niet vruchtbaar bleken, hebben zij uiteindelijk gekozen voor eiceldonatie en semendonatie met IVF bij een vruchtbaarheidskliniek in [plaats 1] , België. De Belgische IVF-arts adviseerde samenwerking met een Spaanse kliniek, [naam kliniek 1] voor de donatie van eicellen en zaadcellen. Hieruit zijn verschillende (10) embryo’s ontstaan. De donor van de eicel en de donor van het semen zijn onbekend. De gegevens van de donoren zijn wel bekend bij de kliniek en het Ministerie van Volksgezondheid, maar de wensouders en kinderen hebben geen recht op de identiteitsinformatie.
2.4.
Eén van deze embryo’s is bij de wensmoeder geplaatst, waaruit een zwangerschap
ontstond.
2.5.
Uit de wensmoeder is te [geboorteplaats 1] , België, op [geboortedatum 1] 2021 [minderjarige 1] geboren, hierna te noemen [minderjarige 1] . [minderjarige 1] is staande het huwelijk van de wensouders geboren, zodat zij beiden van rechtswege zijn juridische ouder zijn.
2.6.
De wensouders wilden graag nog een kind of kinderen. Zij gunden [minderjarige 1] een volledig genetisch aan hem verwante broer en/of zus. Omdat een eigen zwangerschap voor de wensmoeder niet meer haalbaar was, hebben de wensouders gekozen voor hoogtechnologisch draagmoederschap in de Verenigde Staten.
2.7.
De wensouders hebben [draagmoeder] , wonende in [woonplaats 2] , Verenigde Staten, bereid gevonden voor hen als draagmoeder op te treden en hebben met haar een draagmoederovereenkomst gesloten. De draagmoeder is ongehuwd.
2.8.
Bij de draagmoeder is bij de fertiliteitskliniek [naam kliniek 2] Te [plaats 2] , één van de andere genoemde embryo’s geplaatst en hieruit is een meervoudige zwangerschap ontstaan.
2.9.
Op 29 november 2023 heeft de wensvader met toestemming van de draagmoeder elk kind
waarvan zij toen in verwachting was prenataal erkend bij de ambtenaar van de burgerlijke stand te [gemeente 2] . Op de erkenning is toegepast het recht van Nederland.
2.10.
In een (pre birth) court order van de Superior Court of [woonplaats 2]
, van 15 december 2023 is op verzoek van de wensouders onder meer bepaald dat de wensmoeder de juridische ouder is van ieder kind dat geboren zal worden uit de draagmoeder tussen 17 mei 2023 en 17 mei 2024 en dat de draagmoeder niet de juridische ouder is van ieder kind dat uit haar geboren wordt in die periode. Verder is bepaald dat de wensouders vanaf de geboorte het ouderlijk gezag uitoefenen over ieder kind dat geboren wordt in die periode uit de draagmoeder. Ook is bepaald dat in de originele geboorteakte de wensvader als vader moet worden opgenomen en de draagmoeder als moeder. Tot slot is bepaald dat op verzoek van de wensouders, op elk moment na de geboorte, een nieuwe geboorteakte kan worden opgemaakt waarop de wensmoeder als moeder wordt vermeld.
2.11.
Uit de draagmoeder zijn op [geboortedatum 2] 2023 geboren:
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] , beiden geboren in [geboorteplaats 2] , Verenigde Staten. In de geboorteakte van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] staat de draagmoeder als moeder opgenomen en de wensvader als vader. De wensouders hebben geen nieuwe geboorteakte laten opstellen waarop de wensmoeder als moeder staat vermeld.
2.12.
Op 26 januari 2024 heeft de draagmoeder een affidavit getekend bij een notary public in
[woonplaats 2] , waarin zij onder meer de ouderlijke verantwoordelijkheid (‘all rights and responsibilities, including parental, custodial and financial responsabilities’) over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] heeft overgedragen aan de wensvader.
2.13.
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben beiden zowel de Amerikaanse als de Nederlandse nationaliteit.
2.14.
De wensouders zijn eind februari 2024 met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar Nederland gereisd, waar zij sindsdien met hen en [minderjarige 1] in gezinsverband leven.
2.15.
De geboorteakten van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van [gemeente 1] .

3.Het verzoek

3.1.
De wensouders verzoeken na wijziging van hun verzoek ter zitting:
primair de inschrijving van de Amerikaanse geboorteakten van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de registers van de burgerlijke stand en subsidiair de vaststelling van hun geboortegegevens;
de adoptie van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] door de wensmoeder uit te spreken, met behoud van de familierechtelijke betrekking van de kinderen met de wensvader;
te verstaan – althans zo begrijpt de rechtbank – dat de wensouders vanaf het in kracht van gewijsde gaan van de adoptiebeslissing samen met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn belast en de griffier opdracht te geven dit aan te tekenen in het gezagsregister.

4.De standpunten van de Raad en de ambtenaar

De Raad
4.1.
De Raad adviseert de adoptie van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] door de wensmoeder toe te wijzen.
Hoewel de Raad het onwenselijk vindt dat er in het traject gebruik is gemaakt van anonieme donoren en dit grote gevolgen kan hebben voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , neemt dit niet weg dat zij belang hebben bij het tot stand brengen van de juridische band met de wensmoeder. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn direct na hun geboorte, zoals met de draagmoeder was overeengekomen, aan de wensouders overgedragen. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] groeien sindsdien op in het gezin van wensouders, bij wie zij ook een broer hebben aan wie zij (volledig) genetisch zijn verwant en die (van rechtswege) afstamt van wensouders. Adoptie is de enige manier om een familierechtelijke betrekking tussen wensmoeder en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot stand te brengen. De Raad acht het daarom in het kennelijk belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] dat zij (ook) in familierechtelijke betrekking met de wensmoeder komen te staan.
De ambtenaar
4.2.
Volgens de ambtenaar kunnen de geboorteakten van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , nu aan deze akten de Amerikaanse rechterlijke uitspraak, van de Superior Court of [woonplaats 2] , van 15 december 2023, ten grondslag ligt, niet in Nederland worden erkend, wegens onverenigbaarheid met de openbare orde. Volgens vaste rechtspraak is het gebruik maken van anonieme ei- en zaadceldonoren in strijd met het fundamentele (mensen)recht van het kind, omdat het kind hierdoor niet in staat is om volledig te achterhalen van wie het genetisch afstamt. Dat staat haaks op de aanbevelingen van de Staatcommissie herijking ouderschap en de door het kabinet geformuleerde waarborgen. Volgens vaste jurisprudentie levert het gebruik van onbekende ei- en zaadceldonoren in het traject van draagmoederschap strijdigheid op met een beginsel en waarde die in de Nederlandse rechtsorde als fundamenteel worden beschouwd. De geboorteakten kunnen daarom hier te lande niet worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Volgens de ambtenaar dient het primaire verzoek van de wensouders op dit punt daarom te worden afgewezen.
4.3.
De ambtenaar wijst erop dat hij geen belanghebbende is ten aanzien van het verzoek tot adoptie. Volgens de ambtenaar ligt het in de rede dat een DNA-onderzoek zal worden gedaan omdat in zaken van hoogtechnologisch draagmoederschap, meermalen is gebleken dat de verwantschap van een kind anders was dan gedacht. Bij toewijzing van het verzoek tot adoptie, volgt volgens de ambtenaar uit de overgelegde gegevens, dat de geboortegegevens van de minderjarigen kunnen worden vastgesteld zoals weergegeven in zijn brief, waarbij de ambtenaar aangeeft dat de gegevens van de draagmoeder als moeder kunnen worden vastgesteld.
4.4.
Voor zover de rechtbank zou oordelen dat de op 29 november 2023 te [gemeente 2] gedane prenatale erkenning rechtsgeldig is, dienen volgens de ambtenaar ten aanzien van beide minderjarigen tevens de vadergegevens van de wensvader te worden vastgesteld. De ambtenaar staat voor dat de latere vermelding betreffende erkenning ambtshalve zal worden toegevoegd aan de op te maken geboorteakten.

5.De beoordeling

positie draagmoeder in deze procedure
5.1.
De draagmoeder is in beginsel belanghebbende in deze procedure. Maar gelet op de hierboven genoemde feiten, waaronder de draagmoederovereenkomst waarin zij kort gezegd afstand doet van haar ouderlijke rechten en verplichtingen, heeft de rechtbank de draagmoeder niet als belanghebbende aangemerkt.
De geboorteakten
5.2.
De wensouders verzoeken primair inschrijving van de geboorteakten hier te lande in de registers van de burgerlijke stand. De Nederlandse rechter is bevoegd om op dit verzoek te beslissen. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing.
5.3.
Het verzoek is gegrond op artikel 1:26 BW Pro. Op grond van dit artikel kan een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft de rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand.
5.4.
In artikel 10:101 lid 1 BW Pro is, voor zover hier van belang, de in artikel 10:100 leden Pro 1, onder b en c, 2 en 3 BW opgenomen erkenningsregeling van overeenkomstige toepassing verklaard op buitenlands tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen, waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte.
5.5.
Hieruit volgt dat een buitenlands tot stand gekomen rechtsfeit of rechtshandeling, waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte van rechtswege wordt erkend, tenzij
- aan de rechtshandeling geen kennelijk behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of
- de erkenning van de rechtshandeling kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.
5.6.
Uitgangspunt van de wet is dat de buitenlandse geboorteakte waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld wordt erkend. Dit is slechts anders indien aan de beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan of de erkenning van de beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.
5.7.
Niet in geschil is dat de Amerikaanse geboorteakten zijn opgemaakt door een bevoegde instantie. Voor de Amerikaanse geboorteakten dient – los van de beoordeling of daaraan kennelijk behoorlijk onderzoek is voorafgegaan – te worden beoordeeld of de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen erkenning van de in het buitenland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen zoals neergelegd in de Amerikaanse geboorteakte, zoals bedoeld in artikel 10:100 lid 1 sub c BW Pro.
5.8.
Volgens de ambtenaar kan het primaire verzoek van de wensouders niet worden toegewezen, nu aan deze akten de Amerikaanse uitspraak ten grondslag ligt, die – omdat in het (hoogtechnologisch) draagmoederschapstraject gebruik is gemaakt van anoniem genetisch donormateriaal – in strijd is met de Nederlandse openbare orde en om die reden hier te lande niet kan worden erkend. Het standpunt van de ambtenaar dat volgens vaste rechtspraak buitenlandse uitspraken, in het geval gebruik is gemaakt van anoniem genetisch donormateriaal, wegens strijd met de openbare orde niet hier te lande kunnen worden erkend, is op zich juist. In onderhavige Amerikaanse uitspraak is bepaald dat de wensmoeder de juridische moeder van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is. Echter, in dit geval wordt geen inschrijving verzocht van geboorteakten waarop de wensmoeder als juridische moeder van de kinderen is opgenomen, maar wordt inschrijving verzocht van de geboorteakten waarop de draagmoeder als (juridische) moeder is opgenomen. Deze gegevens zijn juist, nu als (juridische) moeder is opgenomen , de moeder uit wie het kind is geboren. De rechtbank overweegt verder dat volgens de ambtenaar, indien de rechtbank de adoptie zou uitspreken, daarbij wel de geboortegegevens van de kinderen kunnen worden vastgesteld. De rechtbank stelt daarbij echter vast dat de ambtenaar voorstaat, de gegevens van de kinderen vast te stellen, zoals deze reeds op de overgelegde geboorteakten van de kinderen zijn opgenomen, namelijk met de draagmoeder als juridische moeder. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen daarom de Amerikaanse geboorteakten van de kinderen, nu de daarin opgenomen feiten juist zijn en op zichzelf niet in strijd met de Nederlandse openbare orde, in Nederland worden erkend en zijn deze vatbaar voor opneming in het register van geboorte van de [gemeente 1] . De rechtbank zal het primaire verzoek van de wensouders daarom toewijzen en inschrijving van de Amerikaanse geboorteakten gelasten. Ten aanzien van de erkenning van de kinderen door de wensvader in Nederland overweegt de rechtbank dat deze het karakter heeft van een rechtshandeling en niet van een waarheidshandeling, zodat ook een niet biologische vader rechtsgeldig kan erkennen. De erkenning door de wensvader van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , waarvan akten zijn opgemaakt, is daarom rechtsgeldig. De rechtbank gaat er vanuit dat de ambtenaar de latere vermelding betreffende de erkenning van de kinderen door de wensvader hier ambtshalve aan de in te schrijven geboorteakten van de kinderen zal hechten.
Adoptie
5.9.
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot adoptie op grond van artikel 3 aanhef Pro en sub a Rv.
5.10.
Het betreft hier een Nederlandse adoptie. Derhalve is het bepaalde in de artikelen 1:227, tweede lid en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing.
5.11.
De wensouders stellen dat adoptie in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is omdat de familierechtelijke betrekking tussen hen dan wordt vastgelegd en de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie.
5.12.
De wensvader staat reeds in een familierechtelijke betrekking tot [minderjarige 2] en [minderjarige 3] nu hij hen in Nederland onder de toepassing van Nederlands recht heeft erkend. Met het verzoek van de wensmoeder om [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te adopteren, beogen de wensouders dat zij samen de juridische ouders van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zullen zijn en dat de juridische situatie in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie.
5.13.
Op grond van artikel 1:227 lid 1 BW Pro geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Het tweede lid bepaalt onder meer dat het verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder is, slechts kan worden gedaan, indien hij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. Die voorwaarde geldt evenwel niet indien het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en die ouder. Op grond van het derde lid kan het verzoek tot adoptie alleen worden toegewezen indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 228, wordt voldaan.
5.14.
Ter beoordeling aan de rechtbank ligt voor of adoptie door de wensmoeder in het kennelijk belang is van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De rechtbank stelt aan de hand van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, vast dat aan de overige voorwaarden van artikel 1:227 lid 1 BW Pro en aan de voorwaarden van artikel 1:228 BW Pro wordt voldaan.
5.15.
Gelet op de ingrijpende gevolgen van draagmoederschap voor de rechten en verplichtingen van zowel het kind, de draagmoeder als de wensouders in kwestie dient te worden beoordeeld of het draagmoederschapstraject zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Hierbij zijn de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap zoals opgenomen in het adviesrapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ van 7 december 2016 van belang en de door het kabinet in zijn brief van 12 juli 2019 (kamerstukken TK 2018/2019, 33836, nr. 45) geformuleerde waarborgen om het traject zorgvuldig en transparant te laten verlopen en zoveel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan de draagmoeder, de wensouders en het kind. Hieruit volgt dat het voor kinderen van groot belang is om te (kunnen) achterhalen uit wie zij zijn geboren, van wie zij genetisch afstammen en onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan en geboren. Het recht van het kind om zijn of haar afstamming te kennen is een mensenrecht dat is opgenomen in artikel 7 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Dit betekent dat in Nederland het kunnen achterhalen van die ontstaansgeschiedenis door een kind als een van de kernwaarden wordt beschouwd als het gaat om draagmoederschap.
5.16.
Vaststaat dat de wensouders bij het draagmoederschapstraject in Amerika gebruik hebben gemaakt van anoniem genetisch donormateriaal. Dit staat haaks op de hiervoor vermelde aanbevelingen van de Staatscommissie en de door het kabinet geformuleerde waarborgen, omdat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hierdoor niet in staat zijn met zekerheid te achterhalen van wie zij genetisch afstammen. De rechtbank acht dit in strijd met hun voornoemd fundamenteel recht om hun afstamming te kunnen herleiden. De rechtbank overweegt dat het ontbreken van kennis over hun afstamming van schadelijke invloed kan zijn op hun geestelijk dan wel lichamelijk welzijn. De rechtbank is van oordeel dat het draagmoederschapstraject in die zin dan ook niet zorgvuldig is verlopen.
5.17.
De rechtbank neemt in aanmerking hetgeen de wensouders hebben aangevoerd. Uit de overgelegde stukken en hetgeen zij omtrent het draagmoederschapstraject ter zitting nader hebben toegelicht blijkt het volgende. De wensouders hadden al sinds 2013 een zeer grote kinderwens, die zij vanaf toen hebben geprobeerd te realiseren. Nadat alle in Nederland doorlopen trajecten op niets uitliepen, zijn zij uiteindelijk naar de vruchtbaarheidskliniek in België uitgeweken. Daar zijn in samenwerking met een Spaanse kliniek en met gebruikmaking van anonieme donatie van eicellen en zaadcellen, hetgeen in België in tegenstelling tot in Nederland wel is toegestaan, verschillende embryo’s ontstaan. Hiervan is een embryo bij de wensmoeder is geplaatst, wat er in resulteerde dat zij zwanger raakte. Uit deze zwangerschap is in 2023 uit de wensmoeder [minderjarige 1] geboren. Omdat [minderjarige 1] werd geboren uit het huwelijk van de wensouders waren er wat hem betreft geen juridische obstakels. De wensouders wilden graag nog een kind en ook gunden zij [minderjarige 1] een volledig genetisch aan hem verwante broer en/of zus. Omdat een eigen zwangerschap voor de wensmoeder niet meer haalbaar was, hebben de wensouders gekozen voor hoogtechnologisch draagmoederschap in de Verenigde Staten. In het doorlopen traject is bij de draagmoeder één van de eerdere resterende embryo’s geplaatst, wat heeft geresulteerd in een meerlingenzwangerschap, waaruit [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn geboren. De wensouders hebben zich wel gerealiseerd dat draagmoederschap met anoniem genetisch materiaal in Nederland niet is toegestaan, maar hebben het traject toch doorgezet, omdat hun kinderwens zo groot was en zij het ook belangrijk vonden dat [minderjarige 1] een volledig genetisch aan hem verwant broertje/zusje zou krijgen. De wensouders houden er rekening mee dat het niet kunnen herleiden van hun afstamming voor de kinderen op termijn een issue kan zijn. Zij benadrukken echter dat zij naar [minderjarige 2] en [minderjarige 3] open zullen zijn over hun ontstaansgeschiedenis en hen daarover zullen informeren, net als dat zij dat bij [minderjarige 1] hebben gedaan. De wensouders hebben via WhatsApp contact met de draagmoeder en denken erover om de gegevens van de kinderen in de toekomst te doen opnemen in een DNA-databank.
5.18.
De rechtbank neemt in aanmerking dat de Raad adviseert de adoptie toe te wijzen. Alhoewel de Raad het onwenselijk vindt dat er in het traject gebruik is gemaakt van anonieme donoren en dit grote gevolgen kan hebben voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , neemt dit volgens de Raad niet weg dat zij belang hebben bij het tot stand brengen van de juridische band met de wensmoeder. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn immers direct na hun geboorte aan de wensouders overgedragen en groeien sindsdien op in het gezin van wensouders, bij wie zij ook een broer hebben aan wie zij (volledig) genetisch zijn verwant. De Raad wijst er bovendien op dat adoptie de enige mogelijkheid is om een familierechtelijke betrekking tussen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de wensmoeder te vestigen. De rechtbank volgt de Raad hierin. Uit het raadsrapport blijkt dat het goed gaat met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De rechtbank is van oordeel dat in de gegeven omstandigheden waarin zij met hun broer [minderjarige 1] in het gezin van de wensouders opgroeien en zij reeds in familierechtelijke betrekking tot de wensvader staan, zij er belang bij hebben dat zij ook in een familierechtelijke betrekking tot de wensmoeder zullen staan. De rechtbank heeft geen reden om eraan te twijfelen dat [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 1] volledig genetisch aan elkaar zijn verwant en ziet geen aanleiding voor een DNA-onderzoek. De rechtbank acht adoptie door de wensmoeder van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] daarom in hun kennelijk belang en zal het verzoek toewijzen.
Gezag
5.19.
De rechtbank overweegt dat aan de wensvader door de [amerikaanse staat] rechter al het gezag is toegekend over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Deze rechterlijke uitspraak kan wegens strijd met de Nederlandse openbare orde echter niet worden erkend (zie r.o. 5.8.). Op grond van artikel 16 lid 4 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV) heeft de wensvader in ieder geval het gezamenlijk gezag met de draagmoeder gekregen op het moment dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in Nederland zijn gaan wonen omdat hij [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor hun geboorte heeft erkend en daarmee naar Nederlands recht gezamenlijk gezag ontstaat. De rechtbank stelt vast dat de wensouders na het in kracht van gewijsde gaan van de adoptie van rechtswege ingevolge artikel 1:251 BW Pro tezamen belast zijn met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De rechtbank zal dit zoals verzocht opnemen in deze beschikking.
5.20.
Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
gelast ambtshalve de inschrijving van de Amerikaanse geboorteakten van na te melden kinderen in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand te [gemeente 1] ;
6.2.
spreekt uit de adoptie door [wensmoeder] van de minderjarige:
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 geboren in [woonplaats 2] , Verenigde Staten en
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 geboren in [woonplaats 2] , Verenigde Staten.
6.3.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente 1] een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akten toe te voegen;
6.4.
verstaat dat de wensouders na het in kracht van gewijsde gaan van de adoptie, samen met het gezamenlijk ouderlijk gezag zijn belast en verzoekt de griffier hiervan aantekening te maken in het gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Kloosterhuis, voorzitter tevens kinderrechter, mr. L. van der Heijden, en mr. C.C.M. Oude Hengel, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. van der Weel, griffier, op 21 januari 2026 [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).