Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
donderdag 5 maart 2026 om 10.00 uurvoor het nemen van een akte door eisende partij over het bepaalde in overwegingen 2.3, 2.4 en 2.12,
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een besloten vennootschap, vordert betaling van een factuur voor verleende uitvaartdiensten. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve of de overeenkomst voldoet aan consumentenrecht, met name de informatieplichten en de Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen.
Eiser stelt dat de overeenkomst mondeling in een verkoopruimte is gesloten, maar deze stelling is te summier en moet nader worden toegelicht, mede omdat de overeenkomst meerdere locaties vermeldt. De prijs is duidelijk vermeld, waardoor verdere toetsing van het prijsbeding niet nodig is.
De algemene voorwaarden bevatten bedingen over rente, buitengerechtelijke kosten en gerechtelijke kosten. De rente- en buitengerechtelijke kostenbedingen zijn niet oneerlijk, maar het beding over gerechtelijke kosten is dat wel, omdat het alle kosten op de consument afwentelt. De kantonrechter verwijst naar recente jurisprudentie en stelt eisende partij in de gelegenheid zich hierover uit te laten. De zaak wordt aangehouden voor nadere toelichting en uitlatingen.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere toelichting over informatieplichten en oneerlijke bedingen in de uitvaartovereenkomst.