ECLI:NL:RBAMS:2026:3000

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
C/13/782309 / KG ZA 26-57
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1019h RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op onrechtmatige uitlatingen en rectificatie op YouTube na verstekvonnis

In deze kortgedingprocedure vordert Online Trading Campus LLC een verbod op onrechtmatige uitlatingen door gedaagde op YouTube. Gedaagde verschijnt niet, waarna verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter beveelt gedaagde om binnen 48 uur drie specifieke video's te verwijderen en te staken met inbreuk op portret- en auteursrechten.

Daarnaast wordt gedaagde verboden om onrechtmatige en diffamerende uitlatingen te doen over eisers en wordt een rectificatie opgelegd die binnen 120 uur op het YouTube-kanaal moet worden geplaatst en 30 dagen zichtbaar moet blijven. Tevens wordt een dwangsom van €5.000 per dag opgelegd bij niet-naleving, met een maximum van €100.000.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot op immateriële schadevergoeding van €5.000 en proceskosten van €1.837,02, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt bij verstek veroordeeld tot verwijdering van video's, staking van inbreuk, plaatsing van rectificatie, betaling van voorschot schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/782309 / KG ZA 26-57 MK/MV
Vonnis in kort geding van 23 februari 2026
in de zaak van

1.ONLINE TRADING CAMPUS LLC,

te Sheridan (Wyoming, Verenigde Staten),
2.
[eiser],
te [woonplaats 1] (Verenigde Arabische Emiraten),
eisende partijen bij dagvaarding van 2 februari 2026,
advocaten: mr. W.H. Oskam en mr. J.P. de Koning,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
niet-verschenen.

1.De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 17 februari 2026 hebben eisers de dagvaarding (waarvan een kopie aan dit vonnis wordt gehecht) toegelicht. Gedaagde is niet verschenen. Vonnis is bepaald op 23 februari 2026.

2.De beoordeling

2.1.
De termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen zodat het tegen de niet-verschenen gedaagde gevraagde verstek kan worden verleend.
2.2.
De vorderingen komen grotendeels niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen. De opgenomen termijnen waarbinnen gedaagde aan de veroordelingen moet voldoen zijn waar nodig aangepast zodat deze steeds redelijk zijn. De tekst van de gevorderde rectificatie wordt aangepast nu de voorzieningenrechter hiertoe bevel geeft op basis van een verstekvonnis. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt zoals in de beslissing is opgenomen.
2.3.
Gedaagde is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De vordering om gedaagde te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv komt onrechtmatig of ongegrond voor nu de vorderingen van eisers in hoofdzaak zijn gebaseerd op een door gedaagde gepleegde onrechtmatige daad. Een inbreuk op een portretrecht geeft geen recht op een vergoeding overeenkomstig artikel 1019h Rv. Voor zover sprake is van een inbreuk op auteursrechten is dit bijzaak en rechtvaardigt dit niet een vergoeding overeenkomstig artikel 1019h Rv. De proceskosten van eisers worden dan als volgt begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
760,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.837,02
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
3.2.
beveelt gedaagde om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de drie in het lichaam van de dagvaarding sub 9 genoemde video’s (hierna: Video’s) van het internet en meer specifiek van het YouTube kanaal [naam kanaal] , te verwijderen en verwijderd te houden,
3.3.
beveelt gedaagde om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de inbreuk op de portretrechten van eiser sub 2 te staken en gestaakt te houden door niet langer zijn portret openbaar te maken in de Video’s en bijbehorende
thumbnails,
3.4.
beveelt gedaagde om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de inbreuk op de auteursrechten van eisers te staken en gestaakt te houden door niet langer de beelden zoals omschreven in het lichaam van de dagvaarding sub 48 openbaar te maken of te verveelvoudigen,
3.5.
verbiedt gedaagde om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis online en offline, al dan niet met inschakeling van derden, onrechtmatige en diffamerende uitlatingen, zelfstandig of in combinatie met elkaar, te doen over eisers, waaronder in ieder geval begrepen de volgende uitlatingen:

3.6.
veroordeelt gedaagde om binnen 120 uur na betekening van dit vonnis een rectificatie te plaatsten op zijn YouTube pagina ( [naam kanaal] ) en de specifieke pagina’s waarop de Video’s zijn gepubliceerd, in Times New Roman, ten minste punt 14 lettergrootte, vet, zwarte kleur tegen witte achtergrond, zonder commentaar of bijschrift met de navolgende inhoud:
“On 23 February 2026, the preliminary relief judge (
de voorzieningenrechter in kort geding) of the Amsterdam District Court ordered me to publish this rectification. The order was given in a judgment by default (
vonnis bij verstek)which means that I was correctly summoned, not present or represented at the hearing and that the default standard applies for allowing claims.
On this page I have posted videos and posts regarding [eiser] and Online Trading Campus, in which I have wrongfully suggested that there were serious irregularities surrounding [eiser] and Online Trading Campus and questioned their professional qualities and integrity.
In the judgement, I was ordered to take and keep offline three specific video’s, to cease breaching portrait and copy rights (
inbreuk op portret- en auteursrechten te staken)and to refrain from unlawful and defamatory statements (
verbod op onrechtmatige en diffamerende uitlatingen).”
3.7.
veroordeelt gedaagde tot het geplaatst houden van de onder 3.6 genoemde rectificatie gedurende 30 dagen op zijn YouTube kanaal [naam kanaal] en de specifieke pagina’s waarop de Video’s zijn gepubliceerd,
3.8.
veroordeelt gedaagde om aan eisers te voldoen een voorschot op de in een bodemprocedure te verwachten toe te wijzen immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 5.000,
3.9.
veroordeelt gedaagde tot betaling van een dwangsom van € 5.000 per dag(deel) dat niet wordt voldaan aan het onder 3.2 tot en met 3.7 bepaalde, tot een maximum van € 100.000 is bereikt,
3.10.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.837,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
3.11.
veroordeelt gedaagde tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.12.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.13.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door
mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026.
Coll: EvK
Tekst