Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de akte van Rabobank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Rabobank vordert betaling van een ongeoorloofde debetstand op de betaalrekening van de gedaagde. De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. Rabobank bracht de toepasselijke algemene voorwaarden in het geding, waaronder bepalingen over debetrente bij overschrijding en de mogelijkheid tot eenzijdige wijziging van rente.
De rechtbank oordeelt dat de datum van opeising niet samenvalt met het ontstaan van de debetstand, maar dat Rabobank het bedrag op 4 december 2019 heeft opgeëist. Rabobank heeft voldoende voortvarend gehandeld door de gedaagde tijdig aan te schrijven en heeft geen rente in rekening gebracht, wat de rechtbank positief meeneemt.
De rechtbank stelt vast dat het rente- en kostenbeding in de algemene voorwaarden oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EG, omdat Rabobank een onbeperkte en eenzijdige wijzigingsbevoegdheid heeft zonder transparantie. Hierdoor wordt het beding buiten toepassing gelaten en kan Rabobank geen wettelijke rente vorderen. De hoofdsom wordt toegewezen, de rentevordering afgewezen en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de hoofdsom toe, verklaart het rente- en kostenbeding oneerlijk en wijst de rentevordering af.