Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2972

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
777444
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1019h RvArt. 6:119 BWArt. 3:13 BWArt. 102 RvArt. 7 lid 2 Brussel I-bis
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen auteursrechtinbreuk op combinatie ontwerpelementen ski-jassen Goldbergh door Lidl

Goldbergh vordert dat Lidl c.s. wordt veroordeeld wegens auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing van haar Bombardino ski-jassen. De rechtbank beoordeelt of de combinatie van ontwerpelementen auteursrechtelijk beschermd is en of Lidl c.s. inbreuk maken met de Crivit-jassen die door Juritex zijn geproduceerd.

De rechtbank stelt vast dat de afzonderlijke elementen van de jassen technisch bepaald of banaal zijn en dat de combinatie niet voldoende oorspronkelijk is om auteursrechtelijke bescherming te genieten. Ook is geen sprake van herkenbare overname van creatieve elementen door Lidl c.s. De slaafse nabootsing wordt verworpen omdat de Bombardino-jassen geen eigen gezicht op de markt hebben, mede door het grote aanbod van vergelijkbare jassen.

Wel is vastgesteld dat Lidl in strijd met een eerdere beschikking handelde door na het verstrijken van een korte termijn de Crivit-jassen nog zichtbaar te laten zijn op de website en in folders, waardoor een dwangsom van € 20.000,- is verbeurd. Goldbergh wordt veroordeeld in de proceskosten, die grotendeels voor haar rekening komen.

Uitkomst: Geen auteursrechtinbreuk of slaafse nabootsing vastgesteld, maar Lidl moet dwangsom betalen wegens overtreding van een verbod.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/777444 / HA ZA 25-1619
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
GOLDBERGH B.V.,
te Lijnden,
eisende partij,
hierna te noemen: Goldbergh ,
advocaat: mr. L. Kroon,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
LIDL NEDERLAND GMBH,
te Neckarsulm (Duitsland),
hierna te noemen: Lidl,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
JURITEX IMPORT-EXPORT GMBH,
te Hamburg (Duitsland),
hierna te noemen: Juritex,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Lidl c.s.,
advocaat: mr. M.F.J. Haak.

1.De zaak in het kort

1.1.
Deze zaak gaat over de vraag of er auteursrechten rusten op het ontwerp van twee ski-jassen van Goldbergh . Goldbergh vindt van wel en stelt dat Lidl c.s. inbreuk maken op deze auteursrechten. Subsidiair doet Goldbergh een beroep op slaafse nabootsing. De jassen zijn door Juritex geproduceerd. De rechtbank beslist dat er geen auteursrechten rusten op de combinatie van elementen van het ontwerp van beide jassen en dat Lidl c.s. geen inbreuk maken door een vergelijkbare jas op de markt te brengen. Ook is er geen sprake van slaafse nabootsing, omdat de jassen van Goldbergh een onvoldoende eigen gezicht op de markt hebben. Daarom worden de vorderingen afgewezen. Wel heeft Lidl een dwangsom verbeurd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 april 2025,
- de akte overlegging producties van Goldbergh van 29 oktober 2025,
- de conclusie van antwoord van 24 december 2025 met producties,
- het tussenvonnis van 21 januari 2026, waarin mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging aanvullende producties van Lidl c.s. van 5 februari 2026,
- de akte overlegging aanvullende producties van Goldbergh van 5 februari 2026,
- het (aangepaste) verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 februari 2026, en de door de griffier gemaakte aantekeningen van die mondelinge behandeling die zich in het dossier bevinden.
2.2.
De rechtbank heeft ten slotte bepaald dat zij vandaag uitspraak doet.

3.De feiten

3.1.
Goldbergh is een in Nederland gevestigd bedrijf dat zich bezighoudt met het ontwerpen, ontwikkelen en verkopen van met name skikleding. Goldbergh verkoopt haar artikelen via haar webshop en via webshops en fysieke winkels van diverse retailers.
3.2.
In het seizoen herfst/winter van 2022/2023 heeft Goldbergh ski-jassen genaamd “Bombardino” in drie kleuren (goud, zwart en zilver) op de markt gebracht. Deze jassen zien er als volgt uit (hierna: de Bombardino 22/23):
3.3.
In het seizoen herfst/winter van 2023/2024 heeft Goldbergh een nieuwe versie (ook in de kleuren goud, zwart en zilver) gelanceerd (hierna: de Bombardino 23/24, hierna alleen in goud afgebeeld):
3.4.
Deze twee type jassen (hierna ook gezamenlijk: de Bombardino-jassen) zijn ontworpen door [naam 1] , [naam functie] van Goldbergh (hierna: [naam 1] ).
3.5.
Lidl exploiteert ruim 440 Lidl supermarkten in Nederland en de Nederlandstalige Lidl webshop.
3.6.
Omstreeks 20 oktober 2024 heeft Goldbergh geconstateerd dat Lidl gouden, zwarte en witte ski-jassen adverteerde onder de naam “Crivit Glamour” (hierna: de Crivit-jassen):
3.7.
De Crivit-jassen zijn geadverteerd op de website van Lidl en op de achterzijde van een reclamefolder, die hieronder is afgebeeld:
3.8.
Juritex is de in Duitsland gevestigde fabrikant van de Crivit-jassen.
3.9.
Op 21 oktober 2024 heeft Goldbergh Lidl gesommeerd om, samengevat, iedere inbreuk op de auteursrechten van Goldbergh en ieder onrechtmatig handelen jegens Goldbergh te staken, het maken van reclame (tv, online en fysiek) voor de Crivit-jassen te staken, informatie over de inkoop en productie van de Crivit-jassen te verstrekken, de Crivit-jassen terug te roepen, € 10.000,00 als voorschot op schadevergoeding te betalen en akkoord te gaan met een boete. Op 23 oktober 2024 heeft Lidl per brief de auteursrechtelijke bescherming van de Bombardino-jassen in twijfel getrokken, omdat er vele gelijkende jassen op de markt zijn. Ter onderbouwing daarvan verwees zij naar de in de bijlagen van die brief opgenomen voorbeelden.
3.10.
Op 23 oktober 2024 heeft Goldbergh een ex parte verzoek ingediend. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Lidl in een beschikking van 23 oktober 2024 (hierna: de Beschikking) bevolen om binnen zes uur na betekening van de Beschikking iedere openbaarmaking en verveelvoudiging van de Crivit-jassen en het maken van reclame voor de jassen te staken. Aan het bevel is een dwangsom verbonden van € 20.000,00 per dag, met een maximum van € 200.000,00.
3.11.
Goldbergh heeft de Beschikking op 24 oktober 2024 om 09:19 uur betekend. Diezelfde dag heeft de deurwaarder om 15:50 uur geconstateerd dat op de website van Lidl, op de productpagina van een skibroek, nog een afbeelding zichtbaar was van de Crivit-jas. Ook heeft de deurwaarder omstreeks 16:00 uur vastgesteld dat in een fysieke winkel van Lidl in [locatie] de in 3.7 afgebeelde reclamefolder nog werd aangeboden. Om 18:09 heeft de advocaat van Goldbergh per e-mail aan Lidl bevestigd dat de Crivit-jassen niet meer zichtbaar waren op de website en dat de reclamefolders uit de bezochte filialen waren verwijderd. In dezelfde e-mail heeft Goldbergh aanspraak gemaakt op verbeurte van een dwangsom van € 20.000,00.
3.12.
Goldbergh heeft bij rechtbanken in Duitsland, Tsjechië, Hongarije en Slowakije procedures gestart tegen Lidl-ondernemingen met betrekking tot aanbod van de Crivit-jassen in die landen.

4.Het geschil

4.1.
Goldbergh vordert in deze procedure (samengevat en uitvoerbaar bij voorraad):
veroordeling van Lidl c.s. om iedere inbreuk op de auteursrechten van Goldbergh en/of ieder onrechtmatig handelen jegens Goldbergh te staken, waaronder het verhandelen, openbaarmaken en/of verveelvoudigen van de Crivit-jassen (in alle kleuren) en andere jassen die een overeenstemmende totaalindruk wekken als de Bombardino-jassen;
opgave van een overzicht door Lidl c.s. van onder meer alle productie- en/of aankooporders voor de Crivit-jassen, de voorraad Crivit-jassen door Lidl c.s. of derden, en de door Juritex met de verkoop van de Crivit-jassen behaalde bruto- en netto-omzet en bruto- en nettowinst;
overdracht van alle Crivit-jassen in voorraad door Lidl c.s. aan Goldbergh ;
betaling door Lidl van € 20.000,00 aan verbeurde dwangsommen;
afdracht door Juritex van de genoten nettowinst;
veroordeling van Lidl c.s. in de buitengerechtelijke kosten en de volledige proceskosten op de voet van artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
4.2.
Goldbergh stelt daartoe, kort samengevat, het volgende. De combinatie van uiterlijke kenmerken van de Bombardino-jassen is auteursrechtelijk beschermd. In de Crivit-jassen is de creatieve combinatie van elementen van Bombardino-jassen identiek, althans op herkenbare wijze overgenomen, waardoor er auteursrechtinbreuk plaatsvindt. Ook handelen Lidl c.s. onrechtmatig jegens Goldbergh door de Bombardino-jassen slaafs na te bootsen. Tot slot heeft Lidl in strijd gehandeld met de Beschikking, waardoor een dwangsom van € 20.000,00 is verbeurd, aldus Goldbergh .
4.3.
Lidl c.s. voeren verweer. Lidl c.s. concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Goldbergh , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Goldbergh , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Goldbergh in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
Lidl en Juritex zijn gevestigd in Duitsland, waardoor het geschil een internationaal karakter heeft. De rechtbank moet daarom ambtshalve de rechtsmacht en het toepasselijke recht beoordelen.
5.2.
Omdat alle partijen zijn gevestigd binnen de Europese Unie, dient de vraag of de rechtbank (internationaal) bevoegd is om van het geschil kennis te nemen te worden beantwoord aan het de hand van Brussel I-bis. [1] Op grond van artikel 7 lid 2 van Pro deze verordening heeft de rechtbank rechtsmacht ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad, voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is de Nederlandse rechter bevoegd, omdat het vermeend schadebrengende feit – de (dreigende) inbreuk op de Bombardino-jassen door middel van het (dreigend) aanbod, promotie en (dreigende) verkoop van deze jassen op de website [internetsite] en in de reclamefolder van Lidl – in Nederland heeft plaatsgevonden. Dit beweerdelijk schadebrengende feit heeft mede plaatsgevonden binnen het arrondissement Amsterdam, aangezien de website van Lidl waarop de Crivit-jassen zijn aangeboden en de reclamefolder, mede gericht waren op en toegankelijk waren voor het publiek binnen het arrondissement Amsterdam. Er is dus sprake van relatieve bevoegdheid van de rechtbank Amsterdam op grond artikel 102 Rv Pro.
5.4.
Partijen zijn het erover eens dat Nederlands recht op deze zaak van toepassing is. De rechtbank vat dit op als een rechtskeuze voor Nederlands recht in de zin van artikel 3 van Pro de Rome I-Verordening. [2]
Goldbergh is ontvankelijk
5.5.
Lidl c.s. voeren als meest verstrekkende verweer dat Goldbergh niet ontvankelijk is, omdat niet is komen vast te staan aan wie de (vermeende) auteursrechten op de Bombardino-jassen toekomen. Uit de door Goldbergh bij aanvullende producties overgelegde overdrachtsakte blijkt dat de auteursrechten ten aanzien van de Bombardino-jassen door [naam 1] zijn overgedragen aan Goldbergh . Goldbergh kan dus als rechthebbende worden aangemerkt en is om die reden ontvankelijk in haar vorderingen.
Auteursrecht – beoordelingskader
5.6.
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) moet een “werk” als bedoeld in richtlijn 2001/29 nauwkeurig en objectief identificeerbaar [3] zijn en oorspronkelijk, in de zin dat het de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt door uitdrukking te geven aan diens vrije en creatieve beslissingen. Voor werken van toegepaste kunst geldt dezelfde auteursrechtelijke maatstaf als voor andere werken. Een voorwerp waarbij de verwezenlijking ervan deels door technische overwegingen is bepaald, kan voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen, zolang dit de auteur niet heeft belet om zijn persoonlijkheid in het voorwerp te weerspiegelen door vrije en creatieve keuzes tot uiting te brengen. Aan het criterium van oorspronkelijkheid kan niet worden voldaan door onderdelen van een voorwerp die uitsluitend door hun technische functie worden gekenmerkt, of door vormen die zo banaal of triviaal zijn, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard dan ook valt aan te wijzen. Een creatieve keuze in een voorwerp mag niet worden verondersteld, ook niet wanneer er ontwerpalternatieven bestaan en de keuze dus vrij is. Een voorwerp dat uitsluitend uit beschikbare vormen bestaat, kan een oorspronkelijk werk zijn wanneer de auteur creatieve keuzes tot uitdrukking heeft gebracht in de schikking van die vormen. Het feit dat soortgelijke of identieke voorwerpen al eerder door anderen zijn gemaakt, kan een indicatie zijn van de lage graad of zelfs het ontbreken van oorspronkelijkheid. Wanneer een auteur zich laat inspireren door bestaande werken, geldt dat alleen de eigen, creatieve elementen van die auteur auteursrechtelijk beschermd zijn; bij een variant van een eigen werk blijft bescherming bestaan zolang de overgenomen creatieve elementen daarin aanwezig blijven en de persoonlijkheid van diezelfde auteur weerspiegelen. [4]
5.7.
Bij de inbreuktoets moet worden beoordeeld of creatieve elementen van het beschermde werk op herkenbare wijze zijn overgenomen in het vermeend inbreukmakende object. Daarbij zijn de totaalindrukken die de twee voorwerpen oproepen, niet relevant. Ieder werk heeft dezelfde beschermingsomvang; deze hangt niet af van de mate van creatieve vrijheid waarover de auteur heeft beschikt. [5]
Standpunten Goldbergh over auteursrecht
5.8.
Volgens Goldbergh is de volgende combinatie van elementen uit de Bombardino 22/23 (afbeeldingen onder 3.2) auteursrechtelijk beschermd:
een kort bomberjas-model met doorgestikte horizontale banen op het lijf van de jas die doorlopen in de horizontale banen op de mouwen;
de hoge en ‘
bulky’ uitgevoerde kraag van waaruit de capuchon in een stuk doorloopt naar de achterzijde van de nek;
de rits die doorloopt in de hoge kraag en de vaste capuchon zonder toepassing van een extra sluiting met bijvoorbeeld drukknopen voor de capuchon;
de ritsen die in het gouden en zilveren model zijn uitgevoerd in contrasterend zwart;
de grote steekzakken met ritsen in het contrasterend zwart die diagonaal naar buiten naar beneden lopen;
de rits die doorloopt in de hoge kraag en de vaste capuchon (in tegenstelling tot de toepassing van een extra sluiting met drukknopen voor de capuchon);
de extra brede elastieken band aan de onderzijde van de jas (die in de gouden en zilveren variant in contrasterend zwart is uitgevoerd);
de binnenzijde van de jas waarin centraal het woord “SKI” groot wordt vermeld in combinatie met de ‘
mesh’-details aan de zijkanten en het verticaal rechthoekig label met van boven naar beneden in contrasterende kleur weergegeven het logo en de naam van Goldbergh ;
de details van de smalle zwarte schouderranden, de smalle zwarte bandinzet met “ Goldbergh ” erop in de taille, de zwarte ster op de achterzijde van de capuchon en het kleine zakje op de bovenarm van de rechtermouw.
5.9.
Volgens Goldbergh rust er een afzonderlijk auteursrecht op de volgende combinatie van elementen verwerkt in de Bombardino 23/24 (afbeeldingen onder 3.3):
het korte bomberjas-model met doorgestikte horizontale banen op het lijf van de jas die doorlopen in de horizontale banen op de mouwen;
de hoge en ‘
bulky’ uitgevoerde kraag van waaruit de capuchon in een stuk doorloopt naar de achterzijde van de nek;
de rits die doorloopt in de hoge kraag en de vaste capuchon zonder toepassing van een extra sluiting met bijvoorbeeld drukknopen voor de capuchon;
de ritsen die in het gouden en zilveren model zijn uitgevoerd in contrasterend zwart;
de grote steekzakken met ritsen in het contrasterend zwart die vanaf de borst schuin naar buiten naar beneden lopen;
de extra brede elastieken band aan de onderzijde van de jas (die in de gouden en zilveren variant in contrasterend zwart is uitgevoerd);
het kortere en strakkere design met minder details (m.u.v. het Goldbergh -logo op de bovenarm van de rechtermouw en de kleine ster aan de rits).
5.10.
Goldbergh doet geen beroep op de kleur van de Bombardino-jassen. Goldbergh stelt dat elke kleur inbreuk maakt als de bovengenoemde elementen worden overgenomen. Goldbergh beroept zich ook niet op de auteursrechtelijke bescherming van één of meerdere specifieke elementen van de Bombardino-jassen.
5.11.
Volgens Goldbergh zijn in de Crivit-jassen de creatieve combinaties van de Bombardino-jassen op herkenbare wijze overgenomen, waardoor er sprake is van inbreuk. Dat niet alle elementen zijn overgenomen, maakt dat niet anders: gedeeltelijke reproductie is voldoende voor inbreuk. Detailverschillen en het weglaten van Goldbergh -tekens, doen er niet aan af dat de uitvoering van onder meer het korte bomber-model met doorgestikte banen, de brede tailleband in contrasterend zwart, de ‘
bulky’ kraag en capuchon en de zwarte
chunkyritsen, op identieke wijze zijn te herkennen in de Lidl-jassen. Het overnemen van opvallende details, zoals een extra gouden band binnenin de zakken, de
chunkyritstrekkers, een identiek skipas-zakje op de onderzijde van de mouw, identiek geplaatste en uitgevoerde trekkoorden van de capuchon, en het identieke lijnenspel op de capuchon, bevestigen ontlening door Lidl c.s., maar deze details maken op zichzelf geen deel uit van de auteursrechtelijk beschermde combinatie van de ontwerpen, aldus Goldbergh .
Standpunten Lidl c.s. over auteursrecht
5.12.
Volgens Lidl c.s. komen de combinaties van elementen uit de Bombardino 22/23 en de Bombardino 23/24 niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Alle keuzes zijn ingegeven door technische beperkingen, volgen een bepaalde stijl of zijn banaal. De meeste elementen uit de combinaties komen vaak voor in het vormgevingserfgoed, wat een indicatie is van de lage graad of zelfs het ontbreken van oorspronkelijkheid. Goldbergh heeft niet onderbouwd waarom de combinaties vrije, creatieve keuzes weerspiegelen, noch hoe daarin de persoonlijkheid van de maker zouden zijn uitgedrukt. Bovendien heeft Goldbergh niet voldaan aan de eis om het voorwerp van de beweerdelijke auteursrechtelijke bescherming voldoende nauwkeurig en objectief uit te drukken, aangezien de omschrijving van meerdere elementen zo algemeen is dat ze verschillende uiterlijke verschijningsvormen kunnen omvatten.
5.13.
Met betrekking tot de inbreukvraag geldt onder meer dat element ix uit de Bombardino 22/23 in het geheel niet in de Crivit-jassen voorkomt. Wat betreft de Bombardino 23/24 zijn de elementen en ii en vii niet (herkenbaar) overgenomen in de Crivit-jassen. Hierdoor is er geen sprake van een herkenbare overname van de combinaties van elementen in de Bombardino-jassen, en is er dus ook geen inbreuk, aldus Lidl c.s.
Geen auteursrechtinbreuk op Bombardino 22/23
5.14.
De rechtbank zal eerst de gestelde elementen (genoemd in 5.8) afzonderlijk bespreken om te beoordelen in hoeverre de gemaakte keuzes als vrij en creatief kunnen worden aangemerkt. Dat kan van belang zijn voor beoordeling van de uiteindelijke vraag of juist de combinatie van die elementen een oorspronkelijk karakter heeft. Daarbij stelt de rechtbank vast dat de elementen iii en vi hetzelfde zijn.
5.15.
De rechtbank oordeelt dat de elementen i tot en met vii, afzonderlijk bezien, hetzij een overwegend technisch bepaald karakter hebben, hetzij van zodanig banale aard zijn, dat zij op zichzelf niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Dat voor elk afzonderlijk element talrijke jassen op de markt verkrijgbaar waren waarin identieke of vergelijkbare elementen voorkomen, vormt een aanwijzing voor de lage graad van oorspronkelijkheid. De keuze voor toepassing van ‘
mesh’ aan de binnenzijde is overwegend functioneel van aard, nu dit materiaal bijdraagt aan ventilatie en een effectieve afvoer van vocht. Dat het logo en de naam van Goldbergh in een label wordt weergegeven, is zo voor de hand liggend en banaal dat dit niet als creatieve keuze kan worden gezien. Daarbij is ook het aanbrengen van het woord “SKI” aan de binnenzijde van een ski-jas zodanig banaal dat dit niet als creatieve keuze kan worden aangemerkt. Wat betreft de elementen viii en ix oordeelt de rechtbank dat de smalle schouderranden en de smalle zwarte bandinzet banale elementen zijn, en dat het kleine zakje op de bovenarm bovendien ook bepaald is door technische overwegingen (voor het opbergen van een skipas), waardoor ook deze elementen niet oorspronkelijk zijn. De toepassingen van “ Goldbergh ” op de taille en de zwarte ster op de capuchon zijn daarentegen in enige mate creatief en voegen een uniek aspect toe aan het voorwerp.
5.16.
De rechtbank stelt vast dat de combinatie van alle genoemde elementen – dus zowel de onbeschermde als mogelijk beschermde creatieve elementen – niet zodanig oorspronkelijk is dat daarop een auteursrecht rust. Daarvoor is het volgende van belang.
5.17.
Goldbergh beroept zich erop dat niet is gebleken van een eerder openbaargemaakte jas die alle bovengenoemde elementen bevat. Daar staat echter tegenover dat ten tijde van de introductie van de Bombardino 22/23 reeds meerdere jassen bestonden die verschillende van deze elementen bevatten. Hoewel het bestaan van gelijkaardige objecten niet uitsluit dat een later object oorspronkelijk kan zijn, kan het wel een indicatie vormen voor een lage graad van oorspronkelijkheid. Daarbij beschermt het auteursrecht geen idee (“het korte bomberjas-model met doorgestikte horizontale banen op het lijf van de jas die doorlopen in de horizontale banen op de mouwen”) noch technische noodzaak (“de rits die doorloopt in de hoge kraag en de vaste capuchon”). De combinatie daarvan is ook niet beschermd indien onduidelijk is welke beschermingswaardige creativiteit de maker heeft toegepast om met de combinatie een auteursrechtelijk beschermd werk te creëren en hoe die combinatie de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt. Het had op de weg van Goldbergh gelegen om dit nader te onderbouwen, wat zij onvoldoende heeft gedaan.
5.18.
Wat daar ook van zij, voor zover de combinatie van elementen auteursrechtelijk beschermd zou zijn geweest, hebben Lidl c.s. daar naar het oordeel van de rechtbank geen inbreuk op gemaakt. Hoewel er inderdaad sprake is van gelijkenis, zijn de enige elementen van de Bombardino 22/23 die als creatief kunnen worden aangemerkt – te weten de plaatsing van Goldbergh op de taille en de zwarte ster op de capuchon – immers in geen enkele kleurvariant van de Crivit-jassen overgenomen. De witte en zwarte versies van de Crivit-jas vertonen nóg minder gelijkenissen: de witte jas heeft geen contrasterende ritsen, terwijl de zwarte jas zowel geen contrasterende ritsen als geen contrasterende elastische band bevat. Hoewel de gouden jas deze overeenstemmingen wel vertoont, zou deze versie ook geen inbreuk vormen op de combinatie van de Bombardino 22/23, omdat de genoemde creatieve elementen uit deze combinatie niet herkenbaar overgenomen zijn. De in het oog springende overeenstemmende gouden kleur is geen element waar Goldbergh een beroep op doet.
5.19.
Bij deze stand van zaken komt de rechtbank tot de conclusie dat Lidl c.s. geen inbreuk hebben gemaakt op auteursrechten met betrekking tot de Bombardino 22/23.
Geen auteursrechtinbreuk op Bombardino 23/24
5.20.
Wat betreft de combinatie vervat in de Bombardino 23/24 geldt dat de eerste zes elementen (zie 5.9) stuk voor stuk niet als creatieve keuzes kunnen worden aangemerkt en daarom op zichzelf genomen onbeschermd zijn. Het element “
een korter en strakker design met minder details” wordt buiten beschouwing gelaten, omdat deze beschrijving onvoldoende nauwkeurig en objectief is geformuleerd, waardoor het onduidelijk is voor welk onderdeel precies bescherming wordt gezocht. De rechtbank begrijpt Goldbergh aldus dat zij mede het Goldbergh -logo op de bovenarm van de rechtermouw en de kleine ster aan de rits als onderdeel van de beschermde combinatie beschouwt. Deze elementen kunnen worden aangemerkt als vrije, creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de maker tot uitdrukking brengen en kunnen het voorwerp een uniek aspect geven. Dat leidt echter niet tot het oordeel dat Lidl c.s. inbreuk hebben gemaakt, omdat de Crivit-jassen juist niet over deze elementen beschikken en daarin derhalve geen oorspronkelijke creatieve elementen (herkenbaar) zijn overgenomen. Het eventueel creatieve karakter van de combinatie blijft in dit geval hoe dan ook niet in stand indien deze twee elementen worden weggelaten. Die combinatie ziet namelijk enkel op elementen die in hoge mate technisch bepaald of banaal zijn. Goldbergh heeft niet onderbouwd dat die combinatie, zonder de ster aan de rits en het logo op de bovenarm, oorspronkelijk is in de zin dat het de persoonlijkheid van [naam 1] weerspiegelt doordat uiting is gegeven aan vrije en creatieve keuzes. Dat had wel gemoeten; de rechtbank mag creativiteit niet veronderstellen. Dat bepaalde keuzes ook anders hadden kunnen worden gemaakt, betekent niet automatisch dat dit creatieve keuzes zijn.
5.21.
Concluderend is niet vast komen te staan dat Lidl c.s. inbreuk hebben gemaakt op auteursrechten ten aanzien van de Bombardino 23/24.
Conclusie ten aanzien van auteursrecht
5.22.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben Lidl c.s. geen inbreuk gemaakt op de auteursrechten van Goldbergh .
Slaafse nabootsingsleer
5.23.
Lidl c.s. beroepen zich primair op het standpunt dat er voor de leer van de slaafse nabootsing geen plaats meer is. Zij refereren daarbij aan een proefschrift van [naam 2] [6] , waarin wordt betoogd dat de slaafse nabootsingsleer in strijd is met het EU-merkenrecht, althans met het vrij verkeer van goederen. Volgens Lidl c.s. dient de rechtbank deze leer dus in het geheel buiten beschouwing te laten.
5.24.
De rechtbank gaat aan het betoog van Lidl c.s. voorbij. Noch de wetgever noch jurisprudentie geeft op dit moment concrete aanleiding om de slaafse nabootsingsleer niet toe te passen.
Slaafse nabootsing – beoordelingskader
5.25.
Ten aanzien van nabootsing van een stoffelijk product dat niet (langer) wordt beschermd door een recht van intellectuele eigendom geldt dat nabootsing van dit product in beginsel vrijstaat. Dit is anders wanneer door die nabootsing verwarring bij het publiek valt te duchten en de nabootsende concurrent tekortschiet in zijn verplichting om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid van zijn product, mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat. Nabootsing op een wijze die nodeloos verwarring veroorzaakt, is een vorm van oneerlijke mededinging, waartegen met een vordering uit onrechtmatige daad kan worden opgekomen. Van verwarring ten aanzien van een nagebootst product kan pas sprake zijn als dat product een ‘eigen gezicht’ heeft op de relevante markt, dat wil zeggen: zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheidt van andere, gelijksoortige producten op die markt. [7]
Standpunten partijen over slaafse nabootsing
5.26.
Volgens Goldbergh stichten Lidl c.s. met de Crivit-jassen nodeloos verwarring met de Bombardino-jassen, omdat de Crivit-jassen nagenoeg exacte kopieën zijn van de Bombardino-jassen. De Bombardino-jassen hebben een herkenbaar en iconisch design, en onderscheiden zich sterk van andere ski-jassen op de markt. Ter onderbouwing daarvan heeft Goldberg een overzicht van andere jassen op de markt in het geding gebracht. Tegen die achtergrond hebben de Bombardino-jassen een eigen gezicht op de markt. Lidl c.s. hebben de verwarring bewust opgezocht door de huisstijl van Goldbergh en haar promotiemateriaal voor de Bombardino-jassen te kopiëren. Op sociale media wordt de Crivit-jas door een derde aangeduid als een “
Goldbergh look a like”, wat bevestigt dat Lidl c.s. te weinig afstand hebben genomen. Hierdoor handelen Lidl c.s. onrechtmatig, aldus Goldbergh .
5.27.
Lidl c.s. hebben gemotiveerd betwist dat de Bombardino-jassen een eigen gezicht op de markt hebben. Zij voeren daartoe aan dat het door Goldbergh ingebrachte overzicht juist treffend laat zien dat de Bombardino-jassen helemaal geen eigen gezicht hebben. Er waren ten tijde van aanvang van de gestelde inbreuk enorm veel gelijksoortige jassen op de markt. Het is bijna onmogelijk om de Bombardino jassen aan te wijzen in de zee van gouden, zwarte en witte ski-jassen. Daarnaast geldt dat, zelfs in het geval dat de Bombardino-jassen een eigen gezicht hadden, dit is verwaterd doordat Goldbergh zelf vele vergelijkbare modellen in verschillende kleuren op de markt heeft gebracht. Verder hebben de Crivit-jassen afwijkende proporties, detaillering, afwerking en interne vormgeving in vergelijking met de Bombardino-jassen, zodat van verwarringsgevaar geen sprake is, aldus Lidl c.s.
Geen eigen gezicht op de markt
5.28.
Vooropgesteld wordt dat op Goldbergh de stelplicht en de bewijslast rust dat de Bombardino-jassen een eigen gezicht hebben op de markt op het moment waarop de Crivit-jassen voor het eerst werden geadverteerd. Naar het oordeel van de rechtbank is Goldbergh daar niet in geslaagd.
5.29.
Uit de door Lidl c.s. (maar ook uit de door Goldbergh ) in het geding gebrachte overzichten blijkt dat er al jarenlang veel gelijksoortige jassen op de markt waren. In dat geval zullen kleine verschillen in de vormgeving minder snel opvallen. Ook hier geldt dat de opvallende kleur goud geen onderdeel is van het eigen gezicht dat door Goldbergh wordt geclaimd. Bij het leerstuk van de slaafse nabootsing moet bij de beoordeling van het onderscheidend vermogen van het nagevolgde product op de relevante markt, worden uitgegaan van de gemiddelde consument met een onvolledig herinneringsbeeld die beide producten veelal niet rechtstreeks kan vergelijken. Bij een druk vormgevingserfgoed met veel gelijkende voorwerpen, zullen kleine verschillen dus minder snel leiden tot een eigen gezicht. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verschillen tussen de Bombardino-jassen en het vormgevingsverfgoed zodanig ondergeschikt van aard, dat – gelet op de beperkte motivering van Goldbergh – de gemiddelde consument deze jassen niet zullen waarderen als iets bijzonders ten opzichte van hetgeen reeds op de markt beschikbaar was.
5.30.
Dit leidt tot de conclusie dat onvoldoende is komen vast te staan dat de Bombardino-jassen een eigen gezicht hebben op de markt.
5.31.
Omdat Goldbergh onvoldoende heeft aangevoerd om te concluderen dat de Bombardino-jassen een eigen gezicht op de markt hadden op het moment dat Lidl de Crivit-jassen adverteerde, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van het mogelijke verwarringsgevaar tussen de jassen.
Lidl moet dwangsom betalen
5.32.
Volgens Goldbergh heeft Lidl in strijd met de Beschikking gehandeld door niet tijdig iedere openbaarmaking van de Crivit-jassen te staken. Na het verstrijken van de in de Beschikking gestelde termijn van zes uur werden de Crivit-jassen immers nog steeds vertoond in reclamefolders die in de winkels lagen en op de website [internetsite] . Daarom is een dwangsom van € 20.000,00 verbeurd, aldus Goldbergh .
5.33.
Volgens Lidl zijn de verweten handelingen van zodanig beperkte aard dat deze geen strijd met de Beschikking opleveren. Het tonen van de Crivit-jas op de website bij het aanbod van een ander product kwalificeert volgens haar niet als een openbaarmaking of verveelvoudiging in het kader van de verkoop van de jassen, zodat deze handeling buiten de reikwijdte van het verbod valt. Dat in een filiaal een folderzuil ongeveer veertig minuten na het verstrijken van de termijn nog niet was verwijderd, kan evenmin als een overtreding van het bevel worden aangemerkt. De enkele aanwezigheid van brochures in een hoek van de winkels levert geen openbaarmaking of verveelvoudiging op, temeer nu de betreffende afbeelding op de achterkant van de brochure staat en dus niet direct zichtbaar was. Voorts stelt Lidl dat de dwangsom disproportioneel is. Het was voor haar onmogelijk om aan het bevel te voldoen, terwijl zij zich maximaal heeft ingespannen om alle openbaarmakingen tijdig te staken. Goldbergh maakt volgens Lidl misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) door desondanks betaling van € 20.000,00 te vorderen. Bovendien is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Goldbergh aanspraak maakt op betaling van de dwangsom, aldus Lidl.
5.34.
De rechtbank oordeelt dat de dwangsom is verbeurd en dat Lidl dus moet betalen. Het staat vast dat de Crivit-jassen na het verstrijken van de termijn nog zichtbaar waren op de website en in een winkel van Lidl. Ook wanneer de jas zichtbaar is op een productpagina van een ander product of op de achterkant van een folder in plaats van de voorkant, geldt dit als een openbaarmaking in auteursrechtelijke zin. Het tonen op de website is bovendien expliciet vermeld als een verboden handeling in de Beschikking. Het mag van een grote partij als Lidl worden verwacht dat zij beschikt over een adequaat systeem om tijdig een rechterlijk verbod na te volgen. Hoewel een termijn van zes uur kort is, moet die termijn worden bezien in het licht van de voorgaande correspondentie. Lidl ontving twee dagen voor de beschikking de eerste sommatiebrief, waaruit bleek dat een verbod dreigde. Lidl had dus rekening kunnen en moeten houden met de mogelijkheid dat zij op korte termijn maatregelen diende te treffen. Het lag op haar weg om zich daarop organisatorisch voor te bereiden.
5.35.
Goldbergh heeft door aanspraak te maken op de dwangsom haar bevoegdheid niet aangewend voor een ander doel dan waarvoor deze is verleend, te weten het bewerkstelligen van naleving van het bevel tot staking van de dreigende inbreuk. De dwangsom strekt er immers toe effectieve handhaving van een rechterlijke beslissing te waarborgen. Goldbergh had belang bij uitoefening van die bevoegdheid, nu een grootschalige inbreuk door een onderneming met ruim 440 filialen dreigde. Dat achteraf is geoordeeld dat geen sprake was van een auteursrechtinbreuk, doet aan dat belang ten tijde van het handhaven van de Beschikking niet af.
5.36.
Onder die omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat Goldbergh misbruik maakt van haar bevoegdheid door aanspraak te maken op verbeurde dwangsommen. In het licht van het voorgaande is de dwangsom evenmin disproportioneel en is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat Goldbergh aanspraak maakt op betaling van de dwangsom.
Goldbergh moet proceskosten betalen
5.37.
Goldbergh is grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van Lidl c.s.
5.38.
Lidl c.s. maken aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv voor zover de vordering is gebaseerd op intellectuele eigendomsrechten. Lidl c.s. hebben ter onderbouwing van deze vordering haar advocaatkosten gespecificeerd tot een bedrag van € 63.140,00 exclusief btw. Volgens Lidl c.s. ligt de verhouding tussen de auteursrechtelijke vorderingen en die gebaseerd op onrechtmatige daad op circa 70% auteursrecht en 30% onrechtmatige daad, waardoor het aandeel van het honorarium besteed aan het intellectueel eigendomsrechten neerkomt op € 44,198,00 exclusief btw. Volgens Goldbergh ziet de zaak voor 80% op auteursrecht en voor 20% op onrechtmatige daad.
5.39.
De rechtbank houdt bij de begroting van de proceskosten een verdeling aan tussen het deel van de procedure dat ziet op handhaving van intellectuele eigendomsrechten en het deel van de procedure dat geen IE-rechtelijke grondslag heeft. Deze verdeling wordt in navolging van wat Lidl c.s. hebben gesteld geschat op 70/30.
5.40.
Om de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten voor het IE-rechtelijke deel van de procedure te kunnen beoordelen, sluit de rechtbank aan bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Deze zaak is aan te merken als een normale bodemzaak met een maximumtarief van € 21.000,00. Van dit tarief komt 70% voor vergoeding in aanmerking, te weten € 14.700,00.
5.41.
Voor het ‘niet-IE-deel’ van de zaak zal de rechtbank voor het vaststellen van het honorarium van de advocaat van Lidl c.s. het in deze toepasselijke liquidatietarief gebruiken. Dit betekent dat een bedrag van € 391,80 (30% van € 1.306,00, 2 punten) zal worden toegekend. Deze bedragen worden vermeerderd met het griffierecht van € 714,00 en nakosten van € 189,00, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 15.994,80.
5.42.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
veroordeelt Lidl tot betaling aan Goldbergh van € 20.000,00 aan verbeurde dwangsommen binnen achtentwintig dagen na betekening van dit vonnis,
6.2.
veroordeelt Goldbergh in de proceskosten van € 15.994,80, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Goldbergh niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Goldbergh tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. N.T. Weessies, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis-Verordening).
2.Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-Verordening).
3.HvJ EU 12 september 2019, C683/17, EU:C:2019:721 (
4.Zie HvJ EU 4 december 2025, ECLI:EUJ:C:2025:941, gevoegde zaken C-580/23 en C-795/23 (
5.HvJ EU 4 december 2025, ECLI:EUJ:C:2025:941, gevoegde zaken C-580/23 en C-795/23 (
6.[naam 2] , De slaafse nabootsingsleer getoetst aan het Europese recht, 2025, Proefschrift Universiteit Utrecht.
7.Hoge Raad 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ6999 (