De zaak betreft een geschil tussen een bewoner met niet-aangeboren hersenletsel en een zorginstelling over de beëindiging van een zorgovereenkomst en het ontruimen van een woning. De bewoner vorderde een schadevergoeding wegens onrechtmatige daden, waaronder het eenzijdig beëindigen van de zorgovereenkomst en het vernietigen van haar spullen.
De kantonrechter oordeelde dat de zorgaanbieder de bewoner terecht een andere woonplek heeft aangeboden vanwege herhaalde brandgevaarlijke incidenten en het niet naleven van afspraken. De bewoner is vervolgens zelf vertrokken. De zorgovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd omdat de bewoner geen medewerking verleende en de zorgaanbieder aan de zorgvuldigheidseisen voldeed.
Ook het vernietigen van de spullen was geoorloofd omdat deze een jaar in opslag zijn bewaard en niet zijn opgehaald. De vorderingen tot immateriële en materiële schadevergoeding zijn daarom afgewezen. De bewoner is veroordeeld in de proceskosten.