Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2913

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
11845572 / CV EXPL 25-11342
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:460 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens beëindiging zorgovereenkomst en ontruiming woning

De zaak betreft een geschil tussen een bewoner met niet-aangeboren hersenletsel en een zorginstelling over de beëindiging van een zorgovereenkomst en het ontruimen van een woning. De bewoner vorderde een schadevergoeding wegens onrechtmatige daden, waaronder het eenzijdig beëindigen van de zorgovereenkomst en het vernietigen van haar spullen.

De kantonrechter oordeelde dat de zorgaanbieder de bewoner terecht een andere woonplek heeft aangeboden vanwege herhaalde brandgevaarlijke incidenten en het niet naleven van afspraken. De bewoner is vervolgens zelf vertrokken. De zorgovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd omdat de bewoner geen medewerking verleende en de zorgaanbieder aan de zorgvuldigheidseisen voldeed.

Ook het vernietigen van de spullen was geoorloofd omdat deze een jaar in opslag zijn bewaard en niet zijn opgehaald. De vorderingen tot immateriële en materiële schadevergoeding zijn daarom afgewezen. De bewoner is veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen omdat de zorginstelling de zorgovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd en de bewoner zelf vertrok na een passend alternatief.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11845572 \ CV EXPL 25-11342
Vonnis van 13 maart 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiser],
wonende te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. A.J. Engelsma,
tegen
de stichting
STICHTING LIEVEGOED,
gevestigd te Bilthoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Lievegoed,
gemachtigde: mr. E.L. Pasma.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 augustus 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 7 november 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging nadere productie van Lievegoed met aanvullende productie.
- de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden,

2.De feiten

2.1.
Lievegoed is een zorginstelling die zorg aanbiedt op meerdere locaties in Nederland. Een van deze locaties is [locatie 1] . Op deze locatie wonen personen met niet-aangeboren hersenletsel samen in een gemeenschap (hierna: de woonvorm). In de buurt van de woonvorm kunnen hulpbehoevende personen ook via Lievegoed een woning huren om zelfstandig te wonen met 24-uurs hulp en begeleiding van Lievegoed. In een dergelijke woning verbleef [eiser] (hierna: de woning). In dat kader is tussen partijen in mei 2016 een overeenkomst van zorg- en dienstverlening (hierna: de zorgovereenkomst) tot stand gekomen.
2.2.
In de interne notities van de begeleiding van [eiser] bij Lievegoed staat – samengevat – onder meer het volgende:
  • Op 18 april 2018 zag een begeleider dat er in de keuken van [eiser] veel rook was omdat er pannen op een ingeschakelde kookplaat stonden. [eiser] was zelf niet thuis.
  • Op 28 mei 2019 ging bij [eiser] het brandalarm af. [eiser] gaf aan dat zij een pan op het vuur was vergeten.
  • Op 14 augustus 2019 kwam een brandmelding binnen over de woning. [eiser] gaf aan dat ze vlees is de oven was vergeten.
  • Op 21 augustus 2019 is met [eiser] afgesproken dat zij niet meer mag koken in de woning en elke dag eten kan ophalen op de woonvorm.
  • Op 13 december 2019 kwam een brandmelding binnen over de woning. Bij aankomst kwam er een brandlucht uit de woning en zagen de begeleiders dat een pan met pasta op het vuur stond en dat [eiser] is slaap was gevallen. Het fornuis van [eiser] is later ontkoppeld.
  • Op 12 februari 2020 zag de begeleiding dat [eiser] een door haar zelf gekochte kookplaat in de woning heeft.
  • Op 15 september 2021 zag de begeleiding dat [eiser] een door haar zelf gekochte frituurpan in de woning heeft.
2.3.
Op 24 september 2021 heeft Lievegoed tegen [eiser] gezegd dat zij niet meer in de woning mag verblijven vanwege brandgevaar. Haar is een plek op de woonvorm aangeboden per 5 oktober 2021.
2.4.
Op 13 oktober 2021 zijn de sloten van de woning veranderd. Op 23 december 2021 is de zorgovereenkomst met [eiser] per 1 december 2021 beëindigd. De spullen die nog in de woning stonden zijn vervolgens één jaar in een opslag bewaard. [eiser] heeft de spullen niet opgehaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat Lievegoed wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van in totaal € 10.810,-. Volgens [eiser] heeft Lievegoed onrechtmatige daden gepleegd. Allereerst door haar uit de woning te zetten en de zorgovereenkomst met haar eenzijdig te beëindigen. Dit terwijl [eiser] niet-aangeboren hersenletsel heeft en Lievegoed dus een verhoogde zorgplicht heeft. [eiser] vordert in dit kader € 7.500,- aan immateriële schadevergoeding. Daarnaast heeft Lievegoed spullen uit de woning weggehaald en vernietigd zonder dat [eiser] een redelijke kans kreeg deze op te halen. [eiser] vordert daarom € 3.310,- aan materiële schadevergoeding.
3.2.
Lievegoed is het niet met de vordering eens en voert aan dat die moet worden afgewezen. Volgens Lievegoed is [eiser] zelf uit de woning vertrokken nadat haar een plek op de woonvorm is aangeboden. Deze plek moest Lievegoed [eiser] bovendien aanbieden omdat zij de veiligheid niet meer kon waarborgen als zij in de woning bleef wonen. Lievegoed heeft verder heel vaak geprobeerd met [eiser] contact te krijgen en haar alsnog op de woonvorm te krijgen. [eiser] heeft alleen steeds gezegd dit niet te willen. Daarom heeft Lievegoed uiteindelijk de zorgovereenkomst opgezegd. Lievegoed heeft hierbij voldaan aan de zorgvuldigheidvereisten. Verder heeft Lievegoed de spullen van [eiser] een jaar bewaard, maar is zij deze zelf niet komen ophalen.

4.De beoordeling

Immateriële schadevergoeding

4.1.
De kantonrechter zal de vordering van € 7.500,- aan immateriële schadevergoeding van [eiser] afwijzen omdat geen sprake is van onrechtmatige daden. Zij geeft hiervoor de volgende onderbouwing.
4.2.
Allereerst mocht Lievegoed [eiser] een andere woning aanbieden en is [eiser] vervolgens zelf uit de woning vertrokken. Uit de interne notities van de begeleiding van [eiser] bij Lievegoed volgt namelijk dat er in de woning in 2018 en 2019 meerdere brandgevaarlijke incidenten waren. [eiser] heeft ter zitting gezegd dat dit niet klopt en dat sprake was van slechts één incident, maar de kantonrechter gaat uit van de juistheid van de notities. Deze zijn namelijk opgesteld door meerdere begeleiders van Lievegoed en geven gedetailleerd weer wat er door de jaren heen door hen is geconstateerd. Verder komt uit de notities naar voren dat met [eiser] was afgesproken dat zij niet meer zou koken in de woning, maar dat zij zich hier niet aan hield. Omdat Lievegoed hierdoor de veiligheid in de woning niet meer kon waarborgen, is [eiser] per 5 oktober 2021 een plek op de woonvorm aangeboden. Uit de interne notities blijkt dat [eiser] daarop aangaf niet naar de woonvorm te willen verhuizen en dat ze een andere plek heeft gevonden en aan het inpakken is. Tussen 5 oktober 2021 en 13 oktober 2021 hebben begeleiders vervolgens geprobeerd contact te maken met [eiser] via whatsapp en telefoon om te proberen haar nog naar de woonvorm te krijgen. Dit is niet gelukt. Op 9 oktober 2021 is op de voicemail van [eiser] ingesproken dat de sloten van de woning worden veranderd als zij niet naar de woonvorm komt. Als begeleiders op 11 en 13 oktober 2021 naar de woning van [eiser] gaan, is zij niet thuis. Hierna zijn de sloten pas veranderd
4.3.
Verder heeft Lievegoed de zorgovereenkomst met [eiser] rechtsgeldig opgezegd. Een hulpverlener zoals Lievegoed kan een zorgovereenkomst niet opzeggen, tenzij hiervoor gewichtige redenen zijn. [1] De KNMG-richtlijn Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst (hierna: de richtlijn) [2] werkt uit wanneer sprake is van zulke gewichtige redenen. Dit is onder meer wanneer een patiënt niet wil meewerken aan de behandeling. Van een zorginstelling mag worden verwacht dat zij probeert om medewerking van de patiënt te krijgen, maar niet dat zij dit keer op keer blijft proberen. [eiser] heeft Lievegoed meermalen verteld dat zij niet op de woonvorm wilde verblijven en dat zij ergens anders ging verblijven. Lievegoed heeft nog een lange periode geprobeerd met haar contact op te nemen om haar zover te krijgen wel mee te werken, maar dit wilde [eiser] niet. Lievegoed had dus een gewichtige reden om de zorgovereenkomst op te zeggen. Uit de richtlijn volgt vervolgens dat indien sprake is van een gewichtige reden, de zorginstelling de zorgovereenkomst alleen kan opzeggen indien is voldaan aan een aantal zorgvuldigheidsvereisten. [eiser] heeft alleen gesteld dat Lievegoed niet aan haar verhoogde zorgplicht heeft voldaan omdat zij een kwetsbare vrouw is die al lange tijd bij Lievegoed verbleef. Zij heeft echter niet onderbouwd wat volgens haar deze verhoogde zorgplicht is boven de in de richtlijn genoemde vereisten. Ook heeft zij niet betwist dat Lievegoed aan deze vereisten heeft voldaan. Dit terwijl Lievegoed per vereiste uiteen heeft gezet waarom zij er wel aan heeft voldaan.
Materiële schadevergoeding
4.4.
De kantonrechter zal ook de vordering van € 3.310,- aan materiële schadevergoeding van [eiser] afwijzen omdat geen sprake is van een onrechtmatige daad. Zij geeft hiervoor de volgende onderbouwing.
4.5.
Lievegoed heeft de spullen uit de woning een jaar na 1 december 2021 in een opslag in [locatie 2] bewaard zodat [eiser] ze kon ophalen. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat zij hierover door Lievegoed is gebeld en dat ze dus wist dat haar spullen in een opslag lagen. Ook is [eiser] hierover in ieder geval op 17 mei 2022 middels [stichting] op de hoogte gesteld. [eiser] heeft niet onderbouwd waarom zij deze spullen niet in [locatie 2] heeft opgehaald. Lievegoed mocht deze spullen na een jaar dan ook weggooien.
Bewijsaanbod
4.6.
[eiser] heeft een bewijsaanbod gedaan door middel van het horen van de pleegmoeder van haar dochter. Volgens [eiser] kan zij verklaren over wat er is gebeurd nadat de sleutels van de woning zijn veranderd. Omdat dit aanbod niet ziet op de beoordelingspunten in deze zaak, wijst de kantonrechter het af.
Proceskosten
4.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Lievegoed worden begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.008,00
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij ook de kosten van betekening betalen,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Sullivan, rechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:460 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Onbetwist is dat de inhoud van deze richtlijn op basis van de algemene voorwaarden van Lievegoed op de overeenkomst van toepassing is.