Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.[gedaagde 2] ,
1.De procedure
- akte van [gedaagde 1] , waarna antwoord akte van verhuurder;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde 1] B.V. en betaling van achterstallige huur, rente en schadevergoeding. De huurovereenkomst betrof een voormalig schoolgebouw met een looptijd van vijf jaar, ingaande 1 juni 2022. [gedaagde 1] betaalde tot juni 2023 gedeeltelijk huur, daarna niet meer. Verhuurder startte een kort geding en verkreeg een ontruimingstitel.
Gedaagden stellen dat het pand medio november 2023 is ontruimd en dat verhuurder onredelijk handelde door een voorgestelde opvolgend huurder niet toe te laten, waardoor verhuurder haar schadebeperkingsplicht zou hebben geschonden. Verhuurder voert aan dat de huurovereenkomst nog doorloopt en dat de huurbetaling verplicht blijft tot ontbinding.
De rechtbank oordeelt dat de huurovereenkomst ontbonden wordt per datum vonnis. De huurtermijnen tot en met het tweede kwartaal van 2025 worden toegewezen, maar daarna wordt de verplichting gematigd wegens het feit dat huurder het pand al lange tijd niet meer gebruikte. De vorderingen voor schadevergoeding wegens huurderving na ontbinding worden afgewezen.
Ten aanzien van de bestuurder [gedaagde 2] stelt verhuurder dat hij persoonlijk aansprakelijk is wegens onzorgvuldig handelen en het aangaan van verplichtingen terwijl hij wist dat de BV niet aan haar verplichtingen kon voldoen. De rechtbank vindt dat verhuurder onvoldoende concrete feiten heeft gesteld om een ernstig verwijt aan te tonen. De bestuurder heeft volgens de rechtbank te goeder trouw gehandeld en voldoende inspanningen verricht om financiering te verkrijgen.
De vordering tegen de bestuurder wordt afgewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 691.664,88 aan huur en rente, plus € 25.000 aan kosten, en tot betaling van griffierecht. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, huurder wordt veroordeeld tot betaling van huur tot tweede kwartaal 2025 en rente, bestuurder wordt niet persoonlijk aansprakelijk gehouden.