Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2900

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/13/784466 / FA RK 26/1925
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.E. van Montfrans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz

De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1997. De crisismaatregel was op 8 maart 2026 opgelegd en de verlenging werd aangevraagd vanwege een crisissituatie die niet kon worden afgewacht tot de procedure voor een zorgmachtiging.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ondervindt, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid, vermoedelijk veroorzaakt door een psychotische stoornis met desorganisatie en angstklachten. De rechtbank achtte de voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk om dit nadeel af te wenden.

De verplichte zorg omvatte onder meer toediening van vocht, voeding en medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, toezicht, onderzoek van de verblijfsruimte, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie. De rechtbank voegde ambtshalve toezicht toe vanwege suïcidale uitingen. Betrokkene verzette zich tegen de locatie van opname, maar niet tegen opname zelf.

De rechtbank oordeelde dat de verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief is, dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat rekening is gehouden met de voorwaarden voor maatschappelijke participatie en veiligheid. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor een periode van drie weken, tot uiterlijk 2 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/784466 / FA RK 26/1925
kenmerk: VCM/IND/196787
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 12 maart 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijf adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. K.J. Kerdel te Den Haag,
zorgaanbieder: [zorgaanbieder] .

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 9 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 8 maart 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- dhr. [naam 1] , psychiater;
- mw. [naam 2] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van psychotische overschrijding met desorganisatie en overzichtsverlies met daarnaast angst- en paniekklachten. Mogelijk is er onderliggend sprake van een ontwikkelingsstoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
  • opnemen in een accommodatie.
Ter zitting is besproken dat ‘het uitoefenen van toezicht op betrokkene’ niet is verzocht als vorm van verplichte zorg, maar de afgelopen dagen wel noodzakelijk was vanwege suïcidale uitingen van betrokkene. De rechtbank zal deze zorgvorm daarom ambtshalve aan het verzoek toevoegen.
2.3.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.4.
Namens betrokkene is aangevoerd dat er verzet is tegen de locatie, maar niet tegen de opname. Betrokkene zou graag naar het [locatie] willen naar de [afdeling] . Betrokkene wil graag met iemand op de kamer zijn zodat ze zich niet zo alleen voelt.
2.5.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 2 april 2026;
Deze beschikking is op 12 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. A.E. van Montfrans, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 23 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open