ECLI:NL:RBAMS:2026:2886
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.Ş. Doğan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen inhouding rijbewijs wegens rijden onder invloed
De klager is op 7 december 2025 betrapt op rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte hoger dan 570 microgram per liter uitgeademde lucht. Naar aanleiding hiervan is zijn rijbewijs ingevorderd en houdt de officier van justitie dit voor een periode van negen maanden in. De klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, met het verzoek om teruggave van zijn rijbewijs.
De klager voerde aan dat hij het rijbewijs nodig heeft voor zijn werk op Schiphol, waar hij ochtend- en middagdiensten draait, en om zijn zwangere partner en moeder te ondersteunen. De officier van justitie verzette zich tegen teruggave, stellende dat gelet op het strafblad van de klager en de richtlijnen van het Openbaar Ministerie een onvoorwaardelijke rijontzegging waarschijnlijk is, die langer zal duren dan de inhouding.
De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig is en dat het belang van de verkeersveiligheid zwaarder weegt dan de persoonlijke omstandigheden van de klager. Het strafblad, met twee eerdere veroordelingen voor rijden onder invloed in de afgelopen vijf jaar, versterkt dit oordeel. Het ongemak voor de klager weegt niet op tegen het algemeen belang. Het beklag wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen de inhouding van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard en de inhouding blijft gehandhaafd.