ECLI:NL:RBAMS:2026:2865

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
C/13/783988 / FA RK 26/1620
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:7 WvggzArt. 7:8 WvggzArt. 1:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging crisismaatregel wegens vrijwillige medewerking betrokkene

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De crisismaatregel was op 25 februari 2026 opgelegd vanwege een crisissituatie waarin betrokkene katatonie vertoonde.

Tijdens de zitting bleek dat de situatie van betrokkene was verbeterd en dat zij bereid was vrijwillig mee te werken aan de behandeling. De psychiater bevestigde dat betrokkene goed reageerde op medicatie en dat er een goede samenwerking was met de familie, die aangaf dat betrokkene tijd nodig had om te herstellen zonder overhaaste beslissingen.

De advocaat van betrokkene verzocht de rechtbank het verzoek tot verlenging af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat de behandeling in het vrijwillige kader kan worden voortgezet en dat de crisismaatregel niet verlengd hoeft te worden. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom afgewezen.

De beschikking werd mondeling gegeven op 2 maart 2026 en schriftelijk uitgewerkt op 13 maart 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan de behandeling.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/783988 / FA RK 26/1620
kenmerk: VCM/IND/195716
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 2 maart 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfsplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.M.J.H. Coumans te Amsterdam-Duivendrecht,
zorgaanbieder: Arkin.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 26 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 25 februari 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- mw. [persoon] , psychiater;
- de dochter en zus van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro, in samenhang met artikel 7:8 Wvggz Pro, kan de rechter op verzoek van de officier van justitie een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen indien de burgemeester ten aanzien van betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz Pro een crisismaatregel heeft genomen.
2.2.
Gelet op artikel 7:1, eerste lid, Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt, en met de crisismaatregel dit nadeel kan worden weggenomen. Daarbij dient de crisissituatie dermate ernstig te zijn dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en moet sprake zijn van verzet tegen de zorg als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro.
2.3.
Ten tijde van de opname van betrokkene was sprake van katatonie.
2.4.
Op de zitting is gebleken dat het beter gaat met betrokkene en dat zij vrijwillig zal meewerken aan de behandeling. De familie heeft aangegeven dat betrokkene tijd nodig heeft om te herstellen en dat er geen beslissingen overhaast genomen moeten worden. De psychiater heeft daarbij aangegeven dat het beter gaat en betrokkene goed reageert op de medicatie. Betrokkene is bereidwillig om de adviezen op te volgen en er is een goede samenwerking, ook met de familie.
2.5.
De advocaat heeft verzocht het verzoek af te wijzen.
2.6.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat er sprake is van een goede samenwerking. De behandeling kan in het vrijwillig kader worden voortgezet. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel zal dan ook worden afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. H.C. Hoogeveen, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 13 maart 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.