Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Public Prosecutor's Office of the Angers
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden
Le Havre Penitentiary Center. Daarnaast is geoordeeld dat er sprake is van een individueel gevaar van schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon in detentie in deze detentie-instelling in Frankrijk als de overlevering zou worden toegestaan. De rechtbank heeft daarom de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aangehouden om na te gaan of binnen de gestelde redelijke termijn een wijziging van de omstandigheden optreedt.
the Angers Judicial Courtheeft op 16 februari 2026 de volgende informatie verstrekt:
Le Havremomenteel 142 procent is.
Le Havre Penitentiary Center. Uit de aanvullende informatie van 16 februari 2026 (gelezen in samenhang met de vraagstelling van 22 januari 2026) blijkt dat er in deze instelling per 16 februari 2026 maximaal twee gedetineerden op een cel worden geplaatst, dat die cel tussen 10 en 11 m2 meet, en dat het sanitair ongeveer één vierkante meter inneemt. Hieruit blijkt dat de opgeëiste persoon een persoonlijke celruimte zal hebben van tenminste vier vierkante meter, exclusief sanitair. De rechtbank is van oordeel dat de gegeven informatie gelezen moet worden in samenhang met de door het IRC gestelde vraag van 31 januari 2026. Gelet op de specifieke vraagstelling van het IRC stelt de rechtbank vast dat de afgegeven informatie gezien kan worden als een garantie die ziet op de individuele situatie van de opgeëiste persoon. Anders dan de raadsvrouw lijkt te betogen, ziet het vastgestelde algemene reële gevaar niet op een gebrek aan mogelijkheden om tijd buiten de cel te kunnen doorbrengen.
4.Slotsom
5.Toepasselijke wetsbepalingen
6.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan
the Public Prosecutor's Office of the Angers Judicial Court, Frankrijk, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.