Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
mr. B.P.W. Busch als griffier.
1.De procedure
2.De inleiding
3.De beoordeling
Volgens artikel 13.5 van het schoolreglement van de School mag de School bij een onvoorwaardelijke bevordering van een leerling die verplichting opleggen.
de verplichting om de volgende redenen niet rechtsgeldig kan worden opgelegd:
- een onvoorwaardelijke bevordering met een dergelijke verplichting kent geen grondslag in de wet;
- een verplichting tot aanwezigheid in de zomervakantie is in strijd met de regels en het systeem van de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020) en het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, de Leerplichtwet 1969 en de bedoeling van de wetgever dat schoolvakanties daadwerkelijk vrije tijd zijn;
- de Zomerschool in de huidige vorm is in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW Pro) en de betamelijkheidsnorm (artikel 6:162 BW Pro).
voorwaardelijkebevordering), kan nog niet worden afgeleid dat aan een
onvoorwaardelijkebevordering in bepaalde gevallen – bij zwakke leerlingen die nog van extra begeleiding kunnen profiteren – geen verplichtingen kunnen worden gekoppeld. Het is juist in het belang van deze leerlingen en ter uitvoering van de zorgplicht van de School om dit wel te doen. Van een tekortkoming of onrechtmatigheid aan de zijde van de School is dus geen sprake.
- griffierecht € 735,00
- salaris gemachtigde 588,50
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal € 1.512,50