ECLI:NL:RBAMS:2026:2803

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
13/062008-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36c SrArt. 36d SrArt. 38 SrArt. 38a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit, vervaardiging en openlijk tentoonstellen van kinderporno met TBS en GVM-maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het verwerven, in bezit hebben, vervaardigen en openlijk tentoonstellen van kinderporno over een periode van bijna drie jaar. Daarnaast is bewezen verklaard dat verdachte in bezit was van dierenpornografisch materiaal en harddrugs. De rechtbank acht bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van kinderporno, gezien de omvang en duur van het materiaal.

Het bewijs bestond uit aangetroffen gegevensdragers met duizenden afbeeldingen en video’s, chatberichten, en een video waarin verdachte kinderpornografisch materiaal streamt. Verdachte heeft gedeeltelijk bekend. De rechtbank sprak verdachte vrij van verspreiden, aanbieden, invoeren, doorvoeren en uitvoeren van kinderporno wegens gebrek aan bewijs.

Psychiatrisch en psychologisch onderzoek toonde complexe problematiek en een stoornis in het gebruik van amfetamine-achtige middelen. De deskundigen adviseerden behandeling binnen een TBS-maatregel met voorwaarden. De reclassering bevestigde de problematiek en adviseerde eveneens TBS met voorwaarden, ondanks twijfels over uitvoerbaarheid.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van twee jaar op, met aftrek van voorarrest, en een TBS-maatregel met voorwaarden. Daarnaast werd een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. De voorwaarden omvatten onder meer reclasseringstoezicht, verbod op contact met minderjarigen en digitale omgevingen met seksueel kindermisbruik, en medicatiegebruik. Tevens werden diverse in beslag genomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, TBS met voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende maatregel voor bezit, vervaardiging en openlijk tentoonstellen van kinderporno, bezit van dierenporno en harddrugs.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/062008-24
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
opgegeven woon- of verblijfplaats: [adres],
nu gedetineerd te: [detentieadres],
hierna te noemen: verdachte.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. T. van Wanrooij, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. D. Fontein, naar voren hebben gebracht. Verder hebben de deskundigen F.S. van Huis, L.M.M. Pommee (psychologen) en [reclasseringmedewerkster] (reclasseringswerkster) vragen van de rechtbank, de officier van justitie en de verdediging beantwoord.

2.Tenlastelegging

Na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting is aan verdachte – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het
feit 1:
een beroep of gewoonte maken van het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren, uitvoeren, verwerven en in bezit hebben van kinderporno in de periode van 7 april 2022 tot en met 27 januari 2025 in Amsterdam;
feit 2:
in bezit hebben van dierenpornografische afbeeldingen en/of video’s in de periode van 13 november 2023 tot en met 27 januari 2025 in Amsterdam;
feit 3:
voorhanden hebben van 11,99 gram methamfetamine en 1,08 gram MDMA op 27 januari 2025 in Amsterdam.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 tenlastegelegde feit kan worden bewezen. Uit de inhoud van het dossier volgt dat verdachte kinderporno heeft vervaardigd, heeft verworven, in zijn bezit heeft gehad, heeft verspreid, heeft aangeboden en openlijk heeft tentoongesteld. Gelet op de hoeveelheid kinderporno, de duur van de periode, de aangemaakte mappenstructuur en het feit dat verdachte na de eerste doorzoeking verder is gegaan met het verzamelen van kinderporno heeft hij van bovengenoemde gedragingen een gewoonte gemaakt.
Over feit 2 heeft de officier van justitie aangevoerd dat alleen kan worden bewezen dat verdachte zich in de tenlastegelegde periode schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van dierenpornografische afbeeldingen en video’s. Van de overige handelingen moet verdachte worden vrijgesproken.
Tot slot heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het onder 3 tenlastegelegde feit kan worden bewezen. De verdovende middelen zijn in de woning van verdachte aangetroffen, zodat hij daar wetenschap en beschikkingsmacht over had.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
Feit 1:
Over het tenlastegelegde “vervaardigen” heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd, maar hij heeft de rechtbank wel verzocht om te toetsen op concrete bewerkingshandelingen door verdachte, een sluitende koppeling tussen die handelingen en de aangetroffen output en het bewijs van opzet daarop.
Daarnaast heeft de raadsman vrijspraak bepleit voor het deel van de tenlastelegging dat ziet op het verspreiden en aanbieden van kinderporno voor zover dit ziet op de enkele rol/titel van verdachte als beheerder van de veertien Telegramgroepen. Het enkel beheerder zijn is niet zonder meer gelijk aan het verspreiden in strafrechtelijke zin. Hiervoor moet wel sprake zijn van concrete deelhandelingen. Indien daarvan geen sprake is dient verdachte te worden vrijgesproken van de onderdelen verspreiden en aanbieden.
Tot slot heeft de raadsman de rechtbank verzocht terughoudend te zijn met de aanname dat verdachte van de tenlastegelegde handelingen een gewoonte heeft gemaakt.
Feit 2:
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het verspreiden. Daarnaast heeft de raadsman de rechtbank verzocht om ten aanzien van het bezit een strikte beoordeling toe te passen voor het opzet van verdachte daarop.
Feit 3:
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Feit 1 – kinderporno
Verwerven en in bezit hebben
Op 14 november 2023 en op 27 januari 2025 zijn in de woning van verdachte gegevensdragers aangetroffen waarop, na politieonderzoek, kinderporno is aangetroffen. Uit dat politieonderzoek blijkt dat de aanmaakdatum van enkele aangetroffen bestanden van kinderporno 7 april 2022 is. Op de terechtzitting heeft verdachte bekend kinderporno te hebben verworven en in het bezit te hebben gehad. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de periode van 7 april 2022 tot en met 27 januari 2025 (zijn aanhouding) kinderporno heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich door middel van geautomatiseerd werk of gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen, verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, invoeren, doorvoeren of uitvoeren van kinderporno. Zij overweegt hierover als volgt.
Openlijk tentoonstellen
Van “openlijk tentoonstellen” kan worden gesproken als er met betrekking tot kinderpornografisch materiaal sprake is geweest van een actieve handeling gericht op het (kunnen) kennisnemen door derden van dat materiaal. Daarbij geldt dat “openlijk” ruim moet worden opgevat, in die zin dat volstaat dat het materiaal voor derden zichtbaar is.
Op meerdere gegevensdragers van verdachte zijn video’s aangetroffen waarin hij uitleg geeft over de werking van Zoom en OBS (streamingsoftware) en uitlegt hoe hij van plan is zelf te streamen. Verder zijn in het dossier chatberichten van verdachte aangetroffen in Telegram waaruit blijkt dat hij naar verschillende personen zoom linkjes heeft verstuurd. Enkele van die Zoom-uitnodigingen gingen gepaard met chatberichten over ontuchtige handelingen met minderjarigen. Daarnaast is er een video op een van de gegevensdragers van verdachte aangetroffen waaruit blijkt dat hij kinderpornografisch materiaal heeft gestreamd voor minstens één ander persoon. Te zien is dat op de achtergrond beelden lopen van kinderpornografische video’s. Op de voorgrond is verdachte in beeld met een onbekend persoon. De onbekende persoon zegt in het Engels tegen verdachte dat dit hun eerste ‘pedo recording’ is. Zij praten verder samen en verdachte zegt op enig moment (in het Engels) dat hij naar de volgende video wil omdat deze saai is. Te zien is dat verdachte daadwerkelijk een nieuwe video start en verdachte en de onbekende man vervolgen hun gesprek over wat ze zien. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte niet alleen het voornemen had om kinderpornografisch materiaal te streamen, maar dat hij dit ook daadwerkelijk heeft gedaan. De video van verdachte waarin hij uitleg geeft over het streamen, de door hem verzonden Zoom-uitnodigingen in combinatie met de inhoud van de daarbij behorende chatberichten en de aangetroffen video waarop is te zien dat verdachte kinderpornografisch materiaal aan het streamen is voor ten minste een ander, maken in onderlinge samenhang bezien buiten redelijke twijfel dat verdachte dit meermalen heeft gedaan.
Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openlijk tentoonstellen van kinderporno.
Vervaardigen
Ten aanzien van het “vervaardigen” geldt volgens eerdere rechtspraak dat het gebruik van bestaande kinderporno om daarmee nieuwe afbeeldingen te maken, die seksueel van aard zijn en waarop die oude afbeeldingen ook nog steeds zichtbaar zijn, kan worden gekwalificeerd als het vervaardigen van kinderporno.
Op een van de gegevensdragers van verdachte is een bestandsmap genaamd “[naam bestandsmap]” aangetroffen waarin een afbeelding is gevonden waarop verdachte zichzelf in een afbeelding heeft geplakt. Op die afbeelding lijkt het alsof hij zijn balzak in het gezicht van een minderjarige (geschat tussen de 6 en 8 jaar oud) drukt. De minderjarige is naakt en geplakt in een love swing. Daarnaast is een afbeelding aangetroffen van verdachte die naakt op een stoel zit en waarop op zijn penis een huilende baby is geplakt. Daarbij is de penis van verdachte op zodanige wijze gemanipuleerd dat deze in de anus van de baby steekt.
Hieruit volgt dat verdachte bestaande kinderporno heeft gebruikt om nieuwe afbeeldingen te maken die seksueel van aard zijn en waarop de oude afbeeldingen nog steeds zichtbaar zijn. Gelet op deze manipulatie van de afbeeldingen en de seksuele aard van deze samengevoegde afbeeldingen is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het vervaardigen van kinderporno.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het vervaardigen van kinderporno door verdachte.
Vrijspraak van verspreiden
Nu uit het dossier niet volgt dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen of video’s heeft verstuurd naar anderen of dat materiaal op enige andere wijze (direct) met anderen heeft gedeeld, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen dat verdachte kinderporno heeft verspreid. Daarom spreekt zij verdachte vrij van dit deel van de tenlastelegging.
Vrijspraak van aanbieden
Van “aanbieden” is sprake in situaties waarin de digitale kinderpornografische afbeeldingen of video’s – al dan niet met of door gebruik van P2P-software – vanaf de eigen computer beschikbaar wordt gesteld voor derden om te downloaden of te bekijken. Daar kan eveneens sprake van zijn als een hyperlink die een ander leidt naar een downloadlocatie om dergelijk materiaal te downloaden beschikbaar wordt gesteld.
Er is geen bewijs voorhanden dat verdachte op deze wijze of op enige andere wijze kinderporno heeft aangeboden. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van dit deel van de tenlastelegging.
Vrijspraak van invoeren, doorvoeren, uitvoeren
In het geval van “invoeren”, “doorvoeren” en “uitvoeren” gaat het om het binnen of (weer) buiten het grondgebied van Nederland brengen van onder meer prints of drukwerk van kinderpornografisch materiaal alsook gegevensdragers met daarop dat materiaal.
Uit het dossier volgt niet dat verdachte deze gedragingen heeft verricht, zodat die niet kunnen worden bewezen. Ook voor dit deel van de tenlastelegging wordt verdachte vrijgesproken.
Gewoonte
Vanwege de aanzienlijke hoeveelheid kinderporno (te weten 2.812 afbeeldingen en 17.947 video’s) die verdachte in zijn bezit heeft gehad, de periode waarin hij dat materiaal in bezit heeft gehad, de duidelijke mappenstructuur die hij daarvoor heeft aangemaakt en het feit dat na de eerste doorzoeking aan zijn woning wederom kinderporno is aangetroffen op nieuwe gegevensdragers van hem, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van kinderporno.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven, in bezit hebben, vervaardigen en openlijk tentoonstellen van kinderporno in de periode van 7 april 2022 tot en met 27 januari 2025 in Amsterdam.
3.3.2.
Feit 2 – dierenporno
Tijdens de doorzoekingen in de woning van verdachte zijn gegevensdragers aangetroffen met daarop dierenpornografische afbeeldingen en video’s. Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij een bestand van ongeveer zes terabyte heeft gedownload, waarvan hij wist dat daar kinderporno op stond, maar waarvan hij niet wist dat het bestand dierenporno bevatte. Ter zitting heeft verdachte aangegeven dat hij op enig moment wel dierenporno kreeg doorgestuurd en dat hij het toen ‘ergens’ had opgeslagen.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat als zichtbare handelingen op dat dierenpornografisch materiaal alleen kan worden bewezen “
het betasten en/of aanraken van een dier door een persoon”. Ten aanzien van de overige tenlastegelegde gedachtestreepjes bevat het dossier geen bewijs, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.
Het dossier bevat ook geen bewijs dat verdachte dierenpornografisch materiaal heeft vervaardigd, verspreid, openlijk tentoongesteld, ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd. Daarom wordt verdachte ook hiervan vrijgesproken.
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het onder 2 tenlastegelegde feit bewezen.
3.3.3.
Feit 3 – drugs
De rechtbank is op grond van de bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting en de andere bewijsmiddelen van oordeel dat het onder 3 tenlastegelegde is bewezen.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
feit 1:
in de periode van 7 april 2022 tot en met 27 januari 2025 te Amsterdam,
meermalen, meer afbeeldingen (2812 afbeeldingen) en video’s (17974 video’s),
(in de periode van 7 april 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken heeft openlijk tentoongesteld en vervaardigd en verworven en in bezit heeft gehad en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 27 januari 2025, artikel 252 Wetboek Pro van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft en openlijk tentoongesteld en vervaardigd en
en verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten:
een of meer gegevensdragers, te weten een Personal Computer van het merk Acer (goednummer 6422908) en een harddisk van het merk Seagate (goednummer 6422910) en een harddisk van het merk Seagate (goednummer 6422912) en een harddisk van het merk Western Digital (goednummer 6422924 en een geheugenkaart van het merk Sandisk 256 GB (goednummer 6423108) en een Notebook computer van het merk Apple (goednummer 6423124), en een mobiele telefoon van het merk Iphone (goednummer 778587) en een USB-stick (goednummer 6423110) en een externe harde schijf (6611515) en een externe harde schijf (6611520) en een computer (6611522) en een computer (6611523) en een USB-stick (6611563) en een USB-stick (6611681) en een USB-stick (6611686)
waarop te zien is dat:
- die persoon oraal en anaal en vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en een vinger/hand en een voorwerp en de mond/tong
- een ander persoon anaal en vaginaal en oraal wordt gepenetreerd met een penis en de vinger/hand en de mond/tong door die persoon en
- het eigen lichaam anaal wordt gepenetreerd met een hand/vinger, door die persoon
(proces-verbaal pagina 05 033 – 05 043): toonmap volgnummer 01, toonmap volgnummer 04, toonmap volgnummer 05, toonmap volgnummer 06, toonmap volgnummer 07, toonmap volgnummer 08, toonmap volgnummer 10, toonmap volgnummer 11, toonmap volgnummer 12 en/of toonmap volgnummer 13),
(proces-verbaal pagina 05 053 – 05 059): toonmap volgnummer 21, toonmap volgnummer 22, toonmap volgnummer 23, toonmap volgnummer 24, toonmap volgnummer 26, toonmap volgnummer 27, toonmap volgnummer 28, toonmap volgnummer 29, toonmap volgnummer 30 en toonmap volgnummer 31),
(proces-verbaal pagina 05 090 – 05 100): toonmap volgnummer 32, toonmap volgnummer 33, toonmap volgnummer 34, toonmap volgnummer 36, toonmap volgnummer 37, toonmap volgnummer 38, toonmap volgnummer 39, toonmap volgnummer 40, toonmap volgnummer 41, toonmap volgnummer 42, toonmap volgnummer 43, toonmap volgnummer 44, toonmap volgnummer 45, toonmap volgnummer 46 en toonmap volgnummer 47)
en
- het geslachtsdeel en de billen van die persoon met een penis en een vinger/hand en de mond/tong en een voorwerp worden aangeraakt en betast en
- het geslachtsdeel van een ander persoon met een vinger en hand en de mond/tong worden aangeraakt en betast door die persoon en
(proces-verbaal pagina 05 034 – 05 043): toonmap volgnummer 01 en toonmap volgnummer 04),
(proces-verbaal pagina 05 053 – 05 059): toonmap volgnummer 20, toonmap volgnummer 25, toonmap volgnummer 26, toonmap volgnummer 27 en toonmap volgnummer 31),
(proces-verbaal pagina 05 090 – 05 100): toonmap volgnummer 37)
en
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en opgemaakt is in een (onnatuurlijke) omgeving en (waarbij) sadomasochistische elementen worden gebruikt
- door de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(proces-verbaal pagina 05 035 – 05 043: toonmap volgnummer 09),
(proces-verbaal pagina 05 090 – 05 100): toonmap volgnummer 32, toonmap volgnummer 33, toonmap volgnummer 34, toonmap volgnummer 35, toonmap volgnummer 37, toonmap volgnummer 38, toonmap volgnummer 39, toonmap volgnummer 42, toonmap volgnummer 43, toonmap volgnummer 45, toonmap volgnummer 46 en toonmap volgnummer 47)
en
- bij het gezicht en het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden en
- dat bij het gezicht en het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd
en
- op het gezicht en het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten
en
- waarbij op dat gezicht en dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, en zichtbaar wordt gemaakt,
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling;
(proces-verbaal pagina 05 035 – 05 043): toonmap volgnummer 01, toonmap volgnummer 02, toonmap volgnummer 04, toonmap volgnummer 07, toonmap volgnummer 12 en/of toonmap volgnummer 13),
(proces-verbaal pagina 05 090 – 05 100): toonmap volgnummer 34, toonmap volgnummer 35, toonmap volgnummer 38, toonmap volgnummer 39 en toonmap volgnummer 46),
terwijl van het begaan van dit feit gewoonte werd gemaakt;
feit 2:
in de periode van 14 november 2023 tot en met 27 januari 2025 te Amsterdam, meermalen,
- 5 dierenpornografische afbeeldingen en
- 6 dierenpornografische video's,
(in de periode van 14 november 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 27 januari 2025, artikel 254C Wetboek van Strafrecht)
een visuele weergave van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken, in bezit heeft gehad,
te weten:
- een harde schijf (goednummer: PL1300-2023237361-6611515) en
- een harde schijf (goednummer: PL1300-2023237361-6611522) en
- een harde schijf (goednummer: PL1300-2023237361-6611523) en
- een USB stick (goednummer: PL1300-2023237361-6611563) en
- een gegevensdrager (goednummer: PL1300-2023237361-6611681) en
- een USB stick (goednummer: PL1300-2023237361-6611686) en
- een mobiele telefoon, merk Apple Iphone (goednummer: PL1300-2023237361-6423134) en
- en harde schijf (goednummer: PL1300-2023237361-6422924) en
waarop te zien is:
- het betasten en/of aanraken van een dier door een persoon
(proces-verbaal 2023237361): afbeelding 14, afbeelding 15, afbeelding 16, afbeelding 17, afbeelding 18 en afbeelding 19 van de toonmap dieren pornografie, pag. 04 067 – 04 069);
feit 3:
op 27 januari 2025 te Amsterdam, in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 11,99 gram, methamfetamine en 1,08 gram MDMA.

5.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straf en maatregelen

7.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van voorarrest, en dat aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden wordt opgelegd, die dadelijk uitvoerbaar moet zijn.
Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) gevorderd.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte bereid is zich te laten behandelen en zich zal houden aan de op te leggen voorwaarden, in welk kader deze ook worden opgelegd. Daarbij heeft de raadsman aangevoerd dat er voldoende argumenten zijn voor een ambulante behandeling in plaats van oplegging van tbs met voorwaarden en hij heeft de rechtbank verzocht daartoe te beslissen. Verdachte is behandelbereid, zijn persoonlijke omstandigheden – te weten zijn leeftijd, de uitzonderlijk zware detentieomstandigheden en het risico van het verlies van zijn moeder – maken oplegging van tbs met voorwaarden disproportioneel. Daarnaast is het de vraag hoe effectief de behandeling zal zijn als gevolg van de lange wachttijden, beschikt verdachte over een pro sociaal netwerk en is er sprake van een recidivevrije periode sinds zijn aanhouding.
Ten aanzien van een op te leggen straf heeft de raadsman bepleit dat, gelet op de dubbeltellingen van het kinderpornografisch materiaal, de zware detentieomstandigheden voor verdachte, zijn expliciete behandelbereidheid en zijn persoonlijke omstandigheden, te weten het verlies van zijn werk, woning en spaargeld, de zorg van zijn moeder, zijn leeftijd en zijn gezondheidsproblemen, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van maximaal twaalf maanden passend is.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende ongeveer tweeënhalf jaar schuldig gemaakt aan het bezit van kinderpornografische afbeeldingen en video’s en daarvan een gewoonte gemaakt. Hij heeft daarbij een aanzienlijke hoeveelheid kinderpornografisch materiaal in bezit gehad, namelijk 2.812 afbeeldingen en 17.974 video’s. Een deel van deze video’s heeft hij openlijk tentoongesteld voor anderen door deze te streamen. In veel geringere mate heeft hij kinderporno vervaardigd door bestaande kinderpornografische afbeeldingen te manipuleren. De video’s en afbeeldingen die bij verdachte zijn aangetroffen vertonen afschuwelijke beelden van jonge kinderen en zelfs baby’s die moeten poseren en seksuele handelingen moeten verrichten en moeten dulden. Het gaat hier om kinderpornografisch materiaal van de ergste categorie. Door het bezit van kinderporno en het openlijk tentoonstellen daarvan is verdachte indirect betrokken bij het misbruiken van deze kinderen en het in stand houden van de vraag naar kinderpornografisch materiaal. Dit is bijzonder ernstig. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die hier het slachtoffer van zijn, psychologische schade oplopen die zij jaren later en soms zelfs hun hele leven nog met zich meedragen en dat beelden op internet niet zomaar verdwijnen, zodat het misbruik in feite onbeperkt doorgaat. Anders dan verdachte heeft verklaard bevat het dossier voldoende aanwijzingen dat deze afbeeldingen en video’s lustverwekkend waren voor verdachte. Daarmee heeft hij zijn eigen seksueel genot boven het welzijn gesteld van de kinderen die op de aangetroffen materialen zijn weergegeven. De rechtbank rekent verdacht dit zwaar aan.
Hoewel dit niet de boventoon voert, heeft verdachte zich daarnaast schuldig gemaakt aan het bezit van dierenporno, ongeveer 12 gram methamfetamine en ongeveer 1 gram MDMA. Wat betreft dierenpornografie overweegt de rechtbank dat de wetgever de strafbaarstelling hiervan in het leven heeft geroepen ter bescherming van de goede zeden en de integriteit van het dier. Ten aanzien van het voorhanden hebben van verdovende middelen geldt dat dit een ernstig misdrijf is, gelet op de schadelijke effecten die het gebruik en de verspreiding van verdovende middelen kunnen hebben op zowel de gezondheid van individuen als de samenleving als geheel. Het bezit van dergelijke middelen draagt bij aan de instandhouding van de illegale drugshandel en vormt een bedreiging voor de openbare orde.
De Pro Justitia rapportages
De rechtbank heeft acht geslagen op het psychiatrisch onderzoek van verdachte door de psychiater B.G. Brusse, en het psychologisch onderzoek van verdachte door GZ-psycholoog F. van Huis en klinisch psycholoog L. Pommée. De deskundigen hebben onder meer geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een stoornis in het gebruik van Amfetamine-achtige middelen, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis en een andere gespecificeerde parafiele stoornis. De psychiater heeft daarnaast gerapporteerd dat verdachte lijdt aan een ongespecificeerde depressieve stemmingsstoornis. Van bovengenoemde stoornissen was ten tijde van het ten laste gelegde sprake en de deskundigen zien dat daardoor verdachte’s gedragskeuzen en gedragingen werden beïnvloed. Bij een bewezenverklaring adviseren de deskundigen het tenlastegelegde aan verdachte in verminderde mate toe te rekenen. De psychiater schat het risico op recidive als matig tot hoog in en de psychologen schatten het risico op recidive als hoog in. De deskundigen hebben in hun rapporten – ter beperking van dat recidiverisico – klinische behandeling geadviseerd, binnen het kader van een tbs met voorwaarden.
Op de terechtzitting heeft de GZ-psycholoog de inhoud van het psychologisch rapport bevestigd. Daarnaast heeft zij – desgevraagd – benadrukt dat zij behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden gekoppeld aan een voorwaardelijk strafdeel geen geschikt kader acht. De persoonlijkheidspathologie van verdachte is hardnekkig en er is sprake van een complexe problematiek op het gebied van seksualiteit, waarvoor behandeling van belang is. In het geval dat behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden wordt opgelegd en verdachte zich niet aan die voorwaarden houdt, kan geen omzetting in een gedwongen kader plaatsvinden en zal verdachte onbehandeld blijven.
De rechtbank neemt de conclusie van de deskundigen om het tenlastegelegde verdachte in verminderde mate toe te rekenen over en maakt die tot de hare.
Het reclasseringsadvies
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de reclasseringsrapporten waaronder het meest recente rapport van 4 februari 2026, opgemaakt door [reclasseringmedewerkster]. Hieruit volgt dat sinds 2021 bij verdachte sprake was van maatschappelijke teloorgang, wat in het jaar 2023 verergerde. Verdachte verkeerde in een sociaal isolement, hij had geen dagbesteding en geen inkomen. Hij zocht zijn uitvlucht op het internet, waarbij hij zijn extreme fantasieën deelde en in contact kwam met gelijkgestemden. De reclassering heeft twijfels over de uitvoerbaarheid van tbs met voorwaarden. Dit, omdat verdachte de controle wil houden en niet makkelijk aanneemt dat iets goed voor hem is of niet. Als hij het gevoel wat al dan niet goed voor hem is niet heeft, blijft hij in discussie treden en stelt hij onrealistische doelen aan een behandeling. Dat kan ervoor zorgen dat een lange aanloop nodig is om tot daadwerkelijke behandeling te kunnen komen. Toch adviseert de reclassering positief over een tbs met voorwaarden omdat verdachte niet eerder in een gedwongen kader is behandeld en hij zijn medewerking heeft toegezegd. Indien de rechtbank een tbs met voorwaarden oplegt, adviseert de reclassering daar de volgende voorwaarden aan te verbinden: 1) geen strafbaar feit plegen, 2) meewerken aan het reclasseringstoezicht, 3) meewerken aan time-out, 4) niet naar het buitenland gaan, 5) opneming in een zorginstelling, 6) ambulante behandeling, 7) begeleid wonen of maatschappelijk opvang, 8) verbod van verdovende middelen, 9) alcoholverbod, 10) dagbesteding, 11) vermijden van contact met minderjarigen en 12) vermijden van digitale omgevingen van seksueel kindermisbruik.
Verdachte heeft op de terechtzitting verklaard bereid te zijn zich aan bovengenoemde voorwaarden te houden.
Op de terechtzitting heeft de reclasseringswerker [reclasseringmedewerkster] het rapport van de reclassering bevestigd.
Gevangenisstraf
Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat geen andere straf dan een langdurige (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf is gerechtvaardigd. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft zij rekening gehouden met de afspraken die rechtbanken onderling hebben gemaakt voor strafoplegging (de LOVS-oriëntatiepunten) en met straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd. In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met de duur van de bewezenverklaarde periode, de hoeveelheid van kinderpornografisch materiaal en het feit dat het kinderpornografisch materiaal van de ergste categorie betreft. In strafverminderende zin weegt de rechtbank mee dat het bewezenverklaarde verdachte in verminderde mate wordt toegerekend.
Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
Tbs met voorwaarden
De rechtbank is van oordeel dat verdachte ter beschikking moet worden gesteld en dat aan de voorwaarden voor oplegging van die maatregel is voldaan. Bij verdachte bestond, zoals blijkt uit het voorgaande, tijdens het begaan van de bewezen geachte feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Het bewezen geachte feit is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist het opleggen van deze maatregel. De rechtbank zal de door de reclassering in het rapport van 4 februari 2026 genoemde voorwaarden stellen betreffende het gedrag van verdachte. Verdachte heeft zich bereid verklaard tot naleving van deze voorwaarden. De te stellen voorwaarden zullen in de beslissing onder rubriek 11 worden opgenomen.
Voor het geval de voorwaarden worden overtreden en alsnog dwangverpleging wordt bevolen, overweegt de rechtbank het volgende. Bij het onder 1 bewezenverklaarde feit is geen sprake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel is daarom – indien de tbs met voorwaarden zou worden omgezet naar tbs met verpleging van overheidswege – gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
Gelet op het matig tot hoog ingeschatte recidivegevaar, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een soortgelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna op grond van artikel 38, eerste lid, Sr te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
GVM-maatregel
De rechtbank is van oordeel dat, naast de tbs met voorwaarden, oplegging van een GVM-maatregel, ex artikel 38z Sr is geboden. Aan de voorwaarden voor het opleggen van deze maatregel is voldaan. Verdachte wordt namelijk ter beschikking gesteld zoals bedoeld in artikel 38 Sr Pro en uit de conclusies van de deskundigen volgt dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de hardnekkige persoonlijkheidspathologie van verdachte, zijn complexe problematiek op het gebied van seksualiteit, zijn stoornis op het gebruik van amfetamine-achtige middelen en het daarmee samenhangende recidiverisico, acht de rechtbank het ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel ter bescherming van de algemene veiligheid van personen nodig dat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na afloop van de tbs met voorwaarden, omdat dit aanvullend kader – indien ingevuld na de tbs -maatregel – een ruim forensisch vangnet biedt. De rechtbank zal dan ook de GVM-maatregel opleggen.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de voorwerpen zoals vermeld in
bijlage IIIin beslag genomen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle in beslag genomen voorwerpen kunnen worden onttrokken aan het verkeer.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel heeft de raadsman de officier van justitie verzocht er zorg voor te dragen dat de familiaire afbeeldingen die zich op de in beslag genomen gegevensdragers bevinden veilig te stellen, voordat de gegevensdragers worden vernietigd. De officier van justitie heeft op de terechtzitting toegezegd dat de gegevensdragers niet zullen worden vernietigd zolang het vonnis onherroepelijk is en te proberen, voor zover dat mogelijk is, familiaire afbeeldingen veilig te stellen.
Onttrekking aan het verkeer:
De rechtbank zal de voorwerpen met nummers 1 t/m 3, 6 t/m 11, 13 t/m 15, 18 t/m 21, 23 en 24 onttrekken aan het verkeer. Dit zijn voorwerpen met betrekking tot welke de bewezenverklaarde feiten zijn begaan en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
De rechtbank zal de voorwerpen met nummers 4, 5, 12, 16, 17 en 22 eveneens onttrekken aan het verkeer. Dit zijn voorwerpen, opgevat als een gezamenlijkheid van voorwerpen, die zijn aangetroffen in het onderzoek naar de door verdachte begane misdrijven, terwijl zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven en van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
36b, 36c, 36d, 38, 38a, 38z, 57, 240b (oud), 252, 254, 254a (oud) en 254c Sr, en
2 en 10 van de Opiumwet.

10.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van feit 1 (in de periode 7 april 2022 t/m 30 juni 2024):
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, openlijk tentoonstellen en vervaardigen
en
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt
ten aanzien van feit 1 (in de periode van 1 juli 2024 t/m 27 januari 2025):
een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, openlijk tentoonstellen en vervaardigen
en
een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt
ten aanzien van feit 2:
een visuele weergave van een seksuele handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken in bezit hebben
ten aanzien van feit 3:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod
Verklaart het bewezen strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeeltverdachte tot een
gevangenisstrafvan
2 (twee) jaren.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Gelast dat verdachte
ter beschikking zal worden gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaarden:
1.
Geen strafbaar feit plegen
Verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
2.
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
- Verdachte meldt zicht op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
- Verdachte laat één of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen.
- Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
- Verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
- Verdachte werkt mee aan huisbezoeken.
- Verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instelling of hulpverleners.
- Verdacht vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
- Verdachte werkt me aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.
3.
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, kan verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
4.
Niet naar het buitenland
Verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
5.
Opneming in een zorginstelling
Verdachte laat zich opnemen in en behandelen door FPK [plaats] of een soortgelijk zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op door de Pro Justitia rapporteurs vastgestelde problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
Indien er aansluitend aan de detentie van verdachte geen plek beschikbaar is, verleent verdachte zijn medewerking aan een verblijf in het kader van een overbruggingsvoorziening, eveneens ter beoordeling van de Divisie Individuele Zaken.
6.
Ambulante behandeling
Verdachte laat zich aansluitend aan de klinische behandeling, behandelen door de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De ambulante behandeling start na de klinische behandeling. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
7.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Indien door de reclassering wordt geïndiceerd, verblijft verdachte in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
8.
Verbod verdovende middelen
Verdachte gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek en/of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
9.
Alcoholverbod
Verdachte gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek en/of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
10.
Dagbesteding
Verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
11.
Vermijden contact met minderjarigen
Verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat er een volwassen persoon hierbij aanwezig is.
12.
Vermijden digitale omgeving seksueel kindermisbruik
Verdachte:
1. vermijdt digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. vermijdt digitale omgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
3. maakt geen gebruik van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. geeft inzicht in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verloopt in gesprekken met de reclassering.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen maximaal (circa) drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte.
Geeft opdracht aan de reclassering de veroordeelde bij de naleving van die voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden
dadelijk uitvoerbaaris.
Schorsthet bevel tot voorlopige hechtenis onder dezelfde voorwaarden als hierboven genoemd met ingang van het moment dat verdachte (na het uitzitten van de aan hem opgelegde gevangenisstraf) geplaatst wordt in een kliniek of overbruggingsvoorziening als bedoeld in de onder 5 genoemde voorwaarde.
Legt aan verdachte op de
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van:
nr. 1 – 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611570, Crystal meth);
nr. 2 – 2 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611569);
nr. 3 – 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611568);
nr. 4 – 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611524);
nr. 5 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611691);
nr. 6 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611686);
nr. 7 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611681);
nr. 8 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611563);
nr. 9 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611523);
nr. 10 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611522);
nr. 11 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611520);
nr. 12 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611542);
nr. 13 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6611515);
nr. 14 – 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6423134);
nr. 15 – 1 STK Kaart (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6423108, Geheugenkaart);
nr. 16 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6423140);
nr. 17 – 1 STK USB-stick (memorykaart) (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6423120);
nr. 18 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6423124);
nr. 19 – 1 STK USB-stick (memorykaart) (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6423110);
nr. 20 – 1 STK Harddisk (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6422924);
nr. 21 – 1 STK Harddisk (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6422912);
nr. 22 – 1 STK Harddisk (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6422909);
nr. 23 – 1 STK Harddisk (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6422910), en
nr. 24 – 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023237361-G6422908).
Dit vonnis is gewezen door
mr. K.A. Brunner, voorzitter,
mr. R.A. Sipkens en mr. D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Alexeas, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 maart 2026.
[…]