Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar in de Basisregistratie Personen (BRP) te registreren op een bepaald adres, terwijl zij was uitgeschreven op een ander adres. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar.
Tijdens de zitting op 16 maart 2026 heeft eiseres toegelicht dat de twee betrokken woningen zijn samengevoegd middels een notariële akte, waardoor zij niet langer apart op het tweede adres kan worden ingeschreven. Hierdoor is het procesbelang van eiseres komen te vervallen, omdat een uitspraak op het beroep haar niet meer kan helpen.
De rechtbank oordeelt dat procesbelang een vereiste is voor ontvankelijkheid en dat het enkele feit dat eiseres een principiële uitspraak wenst, onvoldoende is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Het griffierecht wordt niet vergoed. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.