ECLI:NL:RBAMS:2026:2728

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
11741262 \ CV EXPL 25-8123
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 2 Richtlijn 93/13 EGArt. 6 lid 1 Richtlijn 93/13 EGArt. 7 lid 2 Richtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument hoeft factuur advocatenkantoor niet te betalen wegens oneerlijk prijsbeding

In deze zaak vordert Vaardige Advocaten betaling van een openstaand bedrag van €1.381,- van een consument die juridische bijstand ontving in een huurgeschil. De consument was verzekerd bij ARAG, die afspraken maakte met Vaardige Advocaten over de vergoeding van de kosten. De consument werd geconfronteerd met een factuur die het verzekeringsbudget overschreed.

De kantonrechter toetst ambtshalve de overeenkomst aan het consumentenrecht en de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen. De rechter stelt vast dat het prijsbeding onvoldoende transparant is omdat Vaardige Advocaten geen duidelijke inschatting gaf van het aantal uren dat de consument zelf zou moeten betalen. Hierdoor kon de consument de financiële verplichting niet goed overzien.

De rechter oordeelt dat dit beding oneerlijk is en dat de consument daarom niet aan het kostenbeding is gebonden. De overeenkomst kan niet blijven voortbestaan en de vordering tot betaling wordt afgewezen. Vaardige Advocaten wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens een oneerlijk en onvoldoende transparant prijsbeding.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11741262 \ CV EXPL 25-8123
Vonnis van 19 maart 2026
in de zaak van
VAARDIGE ADVOCATEN B.V.,
gevestigd te Haarlem,
eisende partij,
hierna te noemen: Vaardige Advocaten,
gemachtigde: mr. K.G.O. Afriyieh,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde [naam gemachtigde] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis in het vrijwaringsincident van 11 september 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald, met de daarin vermelde stukken;
- de brief van 9 oktober 2025 van de zijde van [gedaagde] waarin zij te kennen geeft dat de vrijwaringszaak is ingetrokken;
- productie 6 van de zijde van Vaardige Advocaten;
- producties 1 tot en met 3 van de zijde van [gedaagde] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 9 februari 2026 plaatsgevonden. Namens Vaardige Advocaten is de gemachtigde verschenen. [gedaagde] is eveneens met haar gemachtigde verschenen. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. [naam gemachtigde] heeft spreekaantekeningen en stukken overgelegd die aan het dossier zijn toegevoegd. Van de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt die in het dossier zijn gevoegd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] had in 2024 een huurgeschil waarvoor zij juridische bijstand zocht. Zij is voor rechtsbijstand verzekerd bij ARAG. ARAG heeft vervolgens op verzoek zich tot Vaardige Advocaten gewend.
2.2.
Mr. K. Afriyieh (hierna: Afriyieh) van Vaardige Advocaten heeft op 25 oktober 2024 een e-mail gestuurd aan ARAG waarbij [gedaagde] in de CC is meegenomen. In deze e-mail staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…)
Omwille van de tijd stel ik het volgende voor.
 het uurtarief i d€250 te vermeerderen met btw;
 € 5.000 te vermeerderen met btw als fixed price voor uw verzekerde;
 als er meer dan 35 uur nodig blijkt te zijn, dan ben ik genoodzaakt dat in rekening te brengen tegen een verlaagd uurtarief van € 198 te vermeerderen met btw;
 dit betekent dat uw verzekerde zelf dan de extra uren, meer dan 35, op basis van het verlaagde uurtarief moet voldoen, dit geldt onverkort voor mogelijke proceskostenveroordeling, mocht de vordering van de wederpartij wel worden toegewezen;
(…)”
2.3.
Bij e-mail van 29 oktober 2024 heeft ARAG aan mr. Afriyieh te kennen gegeven dat het uurtarief van € 302,50 inclusief btw akkoord is, maar dat zij niet akkoord gaat met de fixed fee van € 5.000,- omdat het limiet van verzekerde niet toereikend is. ARAG stelt voor de facturen van Vaardige Advocaten maandelijks achteraf te vergoeden op basis van de redelijke en gebruikelijke kosten van de facturen en urenspecificaties.
2.4.
Op 30 oktober 2024 hebben partijen een overeenkomst van opdracht gesloten. Hierin staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…)
Met ARAG heb ik afspraken gemaakt over mijn honorarium, zodat in deze zaak in principe niet aan u zal worden gefactureerd, zie de mails van 30 oktober 2024, waarbij u in de CC bent meegenomen, tenzij kosten niet verzekerd zijn of uw budget niet toereikend zijn.(…) Het is echter afhankelijk van de toepasselijke polisvoorwaarden van uw verzekering welke kosten ARAG Rechtsbijstand vergoedt en welke voor uw eigen rekening en risico komen. U bent derhalve zelf aansprakelijk voor kosten die niet onder de dekking vallen dan wel de kosten die het kostenlimiet van uw dekking overschrijden.(…)”
2.5.
ARAG heeft op 11 december 2024 aan Vaardige Advocaten, met [gedaagde] in de CC, een e-mail gestuurd. In deze e-mail staat dat na betaling van de laatste factuur de resterende limiet € 1.523,- all-in is.
2.6.
Bij brief van 17 maart 2025 heeft Vaardige Advocaten aan [gedaagde] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 2.904,-. ARAG heeft een deel van deze factuur betaald. Het resterende bedrag van € 1.381,- heeft [gedaagde] niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
Vaardige Advocaten vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat [gedaagde] is tekortgekomen in het nakomen van de overeenkomst;
II. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 1.381,-, te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
3.2.
Vaardige Advocaten stelt zich op het standpunt dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht is gesloten en dat Vaardige Advocaten de werkzaamheden conform deze overeenkomst heeft verricht. Verder hebben partijen afgesproken dat mocht het budget van ARAG worden overschreden, het resterende bedrag voor rekening van [gedaagde] komt. Gelet hierop is [gedaagde] gehouden het openstaande (restant)bedrag te betalen, aldus steeds Vaardige Advocaten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Volgens haar is zij niet door Vaardige Advocaten geïnformeerd dat het budget van ARAG op enig moment ontoereikend was. Als gevolg hiervan heeft [gedaagde] niet de mogelijkheid gekregen Vaardige Advocaten te onttrekken op het moment dat kosten niet voor haar rekening zouden komen. Bovendien is haar toegezegd dat Vaardige Advocaten niet aan haar zou declareren. Tot slot heeft [gedaagde] vraagtekens gesteld bij het bedrag dat wordt gedeclareerd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing
4.1.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
4.2.
De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een beding dat ziet op het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst. Ambtshalve toetsing van die bedingen is ingevolge artikel 4 lid 2 van Pro de richtlijn alleen aan de orde als deze niet duidelijk en begrijpelijk (transparant) zijn geformuleerd.
4.3.
Vaardige Advocaten stelt zich op het standpunt dat in de e-mail van 25 oktober 2024 een duidelijke inschatting wordt gemaakt van de te verwachten kosten voor de juridische bijstand en dat [gedaagde] wist dat zij het bedrag dat niet door ARAG zou worden vergoed, zelf zou moeten betalen. De kantonrechter volgt Vaardige Advocaten echter niet in haar standpunt en overweegt daartoe het volgende.
4.4.
Los van de omstandigheid dat er onduidelijkheid bestaat omdat in de overeenkomst wordt verwezen naar andere e-mails (namelijk e-mails van 30 oktober 2024) dan de e-mail van 25 oktober 2024 waarop Vaardige Advocaten zich baseert, is deze e-mail van 25 oktober 2024 op zichzelf niet duidelijk over wat [gedaagde] zelf voor de juridische bijstand door Vaardige Advocaten zou moeten betalen. Hoewel Vaardige Advocaten voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst geen exact totaalbedrag hoeft te geven, dient zij wel een inschatting te geven van het aantal uren of bedrag dat zij verwacht in rekening te brengen. Anders dan Vaardige Advocaten stelt, volgt uit deze e-mail niet ondubbelzinnig dat daarin een schatting wordt gemaakt dat het aantal uren 35 uur zal bedragen. Dit urenaantal wordt weliswaar in de e-mail genoemd, maar daaraan wordt toegevoegd dat als meer dan 35 uur nodig blijkt te zijn, [gedaagde] is gehouden deze extra uren te voldoen. Van deze extra uren heeft Vaardige Advocaten geen inschatting gegeven. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat bij [gedaagde] veel meer uren in rekening worden gebracht dan zij kon verwachten. Gelet hierop heeft [gedaagde] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst er geen rekening mee kunnen houden dat zij het bedrag zoals gevorderd zelf zou moeten betalen. Dit betekent dat het prijsbeding onvoldoende transparant is en daarom op eerlijkheid moet worden getoetst.
4.5.
De omstandigheid dat een prijsbeding niet transparant is, betekent niet direct dat het beding ook oneerlijk is. Het is echter wel een (belangrijk) element binnen die toets. Het gaat om de vraag of het beding, in strijd met de goede trouwe, het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort of kan verstoren.
4.6.
Door geen inschatting te maken van het aantal uur dat bij [gedaagde] in rekening zou (kunnen) worden gebracht, heeft Vaardige Advocaten geen inzicht gegeven in de financiële verplichting die [gedaagde] aanging. Bovendien is [gedaagde] hierdoor de mogelijkheid onthouden hierop enige controle uit te voeren. [gedaagde] zal als gemiddelde consument zelf weinig idee hebben van de werkzaamheden die moeten worden verricht ter uitvoering van de opdracht en hoeveel tijd daarmee normaliter gemoeid zou zijn. Vaardige Advocaten heeft daar als handelaar en professional juist wel zicht op en had die uitleg en het aantal uren dat zij waarschijnlijk bezig was aan [gedaagde] moeten verstrekken. Verder verplicht Vaardige Advocaten zich door vooraf een inschatting te geven rekening en verantwoording aan [gedaagde] af te leggen. Zonder deze inschatting creëert Vaardige Advocaten in wezen de mogelijkheid onbeperkt uren te declareren en kosten in rekening te brengen. De hoogte van het gehanteerde uurtarief en het aantal uren dat uiteindelijk is gedeclareerd, speelt bij de beoordeling of het beding eerlijk is, geen rol. Evenmin is voor de beoordeling relevant dat – zoals Vaardige Advocaten heeft gesteld – ARAG op een gegeven moment aan [gedaagde] een e-mail heeft gestuurd (zie hiervoor onder 2.5.) hoeveel haar budget nog was. Het gaat immers om wat partijen hebben afgesproken bij het aangaan van de overeenkomst. Het voorgaande leidt ertoe dat het beding oneerlijk wordt bevonden.
4.7.
Gelet op artikel 6 lid 1 van Pro de richtlijn betekent het voorgaande dat [gedaagde] niet aan het kostenbeding is gebonden en dat als gevolg daarvan de overeenkomst niet kan blijven voortbestaan. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of [gedaagde] hiervan uiterst nadelige gevolgen ondervindt en in haar belangen wordt geschaad. In dat geval zou de kantonrechter de overeenkomst moeten aanvullen (zie onder andere ECLI:EU:C:2020:954).
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Een eventuele vordering van Vaardige Advocaten die is gebaseerd op een andere grond dan de overeenkomst, zoals bijvoorbeeld ongerechtvaardigde verrijking, is immers niet redelijk omdat Vaardige Advocaten gebruik maakt van een oneerlijk prijsbeding. Als gevolg daarvan heeft [gedaagde] die waarde voordat zij de overeenkomst aanging, niet juist kunnen inschatten. Bovendien kan niet worden aanvaard dat een partij economisch voordeelt haalt uit haar onrechtmatige gedrag – waaronder het hanteren van oneerlijke bedingingen – noch dat zij wordt gecompenseerd voor nadelen die door dergelijk gedrag wordt veroorzaakt ECLI:EU:C:2023:478, punt 81). Tot slot zou de lange termijn doelstelling van artikel 7 lid 2 van Pro de richtlijn oneerlijke bedingen – een eind maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen – in het gedrang komen wanneer Vaardige Advocaten alsnog een vergoeding voor haar diensten zou kunnen krijgen, terwijl zij in haar overeenkomst een oneerlijk prijsbeding hanteert.
4.9.
Dit betekent dat een eventueel in de toekomst te stellen vordering door Vaardige Advocaten op een andere grond dan de overeenkomst niet zal slagen. Het niet voortbestaan van de overeenkomst brengt [gedaagde] dan ook niet in een zodanige onzekere situatie dat dit uiterst nadelig voor haar is. Aanvulling van de overeenkomst is dan ook niet nodig.
4.10.
Nu de overeenkomst komt te vervallen, is er voor [gedaagde] geen betalingsverplichting (ECLI:EU:C:2023:14, punt 58). Gelet hierop zal de vordering worden afgewezen.
Proceskosten
4.11.
Vaardige Advocaten is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Nu de gemachtigde van [gedaagde] geen professioneel gemachtigde is, worden alleen verletkosten toegewezen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- verletkosten
50,00
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
71,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Vaardige Advocaten af,
5.2.
veroordeelt Vaardige Advocaten in de proceskosten van € 71,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Vaardige Advocaten niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Coumou en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
598