ECLI:NL:RBAMS:2026:2726
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor urgentieverklaring wegens onduidelijke woonsituatie
Verzoekster diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring vanwege ernstige medische problemen en een verslechterde woonsituatie, waaronder dakloosheid. De gemeente Amsterdam stelde de aanvraag buiten behandeling wegens onvolledigheid en het ontbreken van bewijsstukken over haar financiële en medische situatie.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening waarbij verzoekster vroeg om een urgentieverklaring of in ieder geval een medisch onderzoek zonder dat zij zich eerst hoefde uit te schrijven bij haar ex-partner. De rechter oordeelde dat een voorlopige urgentieverklaring feitelijk een definitieve maatregel is die alleen kan worden toegekend als vrijwel zeker is dat de aanvraag gegrond is, wat niet het geval was.
Verder was de woonsituatie van verzoekster onduidelijk; zij verbleef deels nog bij haar ex-partner en had onvoldoende bewijs van dakloosheid. Ook was niet aangetoond dat zij niet tijdelijk in een opvanglocatie kon verblijven. De rechter volgde het beleid van de gemeente dat strikt is en een medisch onderzoek pas plaatsvindt als aan voorwaarden is voldaan.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en gelastte geen medisch onderzoek door de GGD. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de woonsituatie en het ontbreken van aanleiding voor medisch onderzoek.