Uitspraak
regio Amsterdam,
[locatie] ,
hierna te noemen: de Raad.
Rechtbank Amsterdam
De man verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met zijn twee minderjarige kinderen naar Marokko in juli 2026. Hij stelde dat de omgang met de kinderen stabiel en probleemloos verloopt en dat de reis in het belang van de kinderen is om hun achtergrond te leren kennen. De vrouw voerde verweer en stelde dat zij en de kinderen slachtoffer zijn geweest van huiselijk geweld door de man, dat er meerdere incidenten zijn geweest waarbij de man grensoverschrijdend gedrag vertoonde, en dat de kinderen niet veilig zijn bij hem. Zij vreest ontvoering en wil alleen toestemming geven voor een vakantie naar een veilig Europees land.
De Raad voor de Kinderbescherming kon geen advies geven vanwege het ontbreken van recente informatie en stelde voor nader onderzoek te doen in een toekomstige procedure. De rechtbank overwoog dat sinds de eerdere afwijzing in 2024 niets wezenlijk is veranderd, dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de veiligheid en het welzijn van de kinderen, en dat de ondertoezichtstelling in 2024 niet is ingevuld. De rechtbank achtte het niet in het belang van de kinderen om de vervangende toestemming te verlenen.
De rechtbank wees het verzoek van de man af en zag geen aanleiding om het zelfstandig verzoek van de vrouw te behandelen. De kinderen kunnen contact houden met de familie van de man die in Nederland verblijft. De vrouw kan een verzoek tot wijziging van de zorgregeling indienen, waarna nader onderzoek kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot vervangende toestemming voor een vakantie met de kinderen naar Marokko is afgewezen omdat dit niet in het belang van de kinderen is.