Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
6.De beslissing
[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2016,
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na ontbinding van het huwelijk wonen de kinderen bij de moeder, die tevens de Nederlandse nationaliteit heeft, terwijl de vader de Marokkaanse nationaliteit bezit. De moeder verzoekt de rechtbank het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, omdat de vader verslaafd is aan verdovende middelen en sinds de echtscheiding onbereikbaar is.
De vader heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen bij de zitting. De moeder ondervindt problemen doordat zij geen toestemming van de vader krijgt voor belangrijke beslissingen, zoals vakantie en noodzakelijke medische behandeling van een van de kinderen met agressieproblemen. De rechtbank stelt vast dat de vader geen betrokkenheid toont en dat de communicatie ontbreekt, wat leidt tot een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de kinderen vereist dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en dat de moeder voortaan alleen met het gezag wordt belast. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat deze direct van kracht is, ook gedurende de hoger beroepstermijn.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen toegewezen.