ECLI:NL:RBAMS:2026:2722

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/13/780850 / FA RK 25-9906
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BWArt. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning gezamenlijk gezag en vaststelling zorgregeling voor minderjarige kinderen

Partijen, die een affectieve relatie hadden en samen vier minderjarige kinderen hebben, verzoeken de rechtbank om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling vast te stellen. De moeder heeft het gezag en de vader erkent de kinderen. Er is sprake van communicatieproblemen en conflicten tussen partijen, waarbij de moeder bezwaar maakt tegen gezamenlijk gezag vanwege zorgen over de communicatie en het welzijn van de kinderen.

De rechtbank overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en alleen wordt geweigerd bij een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken. De rechtbank constateert dat er geen contra-indicaties zijn en dat partijen in staat zijn om afspraken te maken en samen beslissingen te nemen, ondanks spanningen. De rechtbank benadrukt het belang van samenwerking en communicatie in het belang van de kinderen.

De rechtbank wijst het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag toe en stelt de zorgregeling vast zoals door partijen overeengekomen, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen.

Uitkomst: Gezamenlijk gezag toegekend aan beide ouders met vaststelling van de zorgregeling en hoofdverblijfplaats bij de moeder.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/780850 / FA RK 25-9906 (AS/WvL)
Beschikking van 17 maart 2026 betreffende verzoek inzake de omgangsregeling op de voet van artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek en gezamenlijk gezag
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A. Krim te Haarlem,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. Westerveld te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw van 18 december 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de man van 4 januari 2026;
- het verweerschrift tegen zelfstandig verzoek van de vrouw van 9 februari 2026;
- het aanvullend verzoek van de vrouw van 17 februari 2026.
1.2.
De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 17 februari 2026.
Verschenen zijn:
- de vrouw bijgestaan door haar advocaat,
- de man bijgestaan door zijn advocaat.
De minderjarigen zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie zijn geboren:
-
[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012,
-
[minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014,
-
[minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2015,
-
[minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 4] 2017;
2.2.
De man heeft de kinderen erkend. De vrouw heeft het ouderlijk gezag.
2.3.
Op 30 januari 2025 hebben partijen een viergesprek gehad. Daarbij zijn afspraken gemaakt over de omgang en de verdeling van de vakanties en feestdagen.
2.4.
Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in kort geding van 5 januari 2026 zijn partijen een omgangsregeling overeengekomen zoals opgenomen in de dagvaarding van de vrouw en heeft de vrouw heeft haar vordering tot birdnesting ingetrokken. De overige vorderingen van de vrouw zijn aangehouden. Partijen hebben voorts afgesproken dat zij normaal communiceren, elkaar niet negeren, vragen beantwoorden en er geen bedreigingen zullen plaatsvinden.
2.5.
Partijen wonen thans nog samen in de echtelijke woning. Aan deze situatie komt op korte termijn een einde door uitkoop van de vrouw door de man dan wel door verkoop van de woning aan een derde.

3.Het verzoek en het verweer met zelfstandig verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt een omgangsregeling vast te stellen tussen de man en de kinderen zoals omschreven sub 11 in het verzoekschrift.
Het verzoek van de vrouw luidt als volgt:
De ene week verblijven de kinderen bij de man van zondag 9.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt bij de vrouw, tot en met donderdagochtend naar school. In de andere week verblijven de kinderen van maandag uit school tot woensdagochtend naar school bij de man.
Vakanties en feestdagen
1-weekse vakanties
In de 1-weekse vakanties zal de reguliere regeling van de lange week worden uitgevoerd, zijnde van zondag 12.00 uur bij de man en worden opgehaald door de man (zodat er tijdens de vakantie niet gehaast hoeft te worden) tot woensdagavond 20.00 uur en worden naar huis/de vrouw gebracht door de man.
Zomervakantie
De zomervakantie wordt bij helfte verdeeld. De zomervakantie wordt op die wijze verdeeld dat de vrouw altijd probeert om de eerste drie weken vrij te krijgen in verband met het feit dat de kinderen de laatste drie weken voetbal hebben. Indien het bij de werkgever van de vrouw niet mogelijk is om de eerste drie weken vrij te krijgen, dan zal er overleg tussen ouders gevoerd worden over welke periode de vrouw dan wel vrij kan krijgen.
Herfstvakantie
In de herfstvakantie geldt de reguliere regeling, in die zin dat de kinderen op zondag 9.00 uur door de man worden opgehaald en zij bij hem blijven tot donderdag 10.00 uur en naar de vrouw worden gebracht, tenzij de vrouw op vakantie wil met [minderjarige 2] . Dan verblijven de andere kinderen bij de man. De vrouw zal dit twee maanden van tevoren aangeven.
Kerstvakantie
In de kerstvakantie vinden er geen trainingen plaats en hebben de kinderen vrij van voetbal. Het is dan ook mogelijk voor ouders om in de kerstvakantie op vakantie te gaan. Ouders spreken af dat de kerstvakantie van zondag 12.00 uur tot en met woensdag 20.00 uur loopt, de kinderen worden opgehaald en teruggebracht door de man en dat de kinderen dan bij de man verblijven, tenzij de vrouw met de kinderen op vakantie wil. Dan kan zij hetzij in de eerste week, hetzij in de tweede week op vakantie gaan. Dit geldt ook voor de man als hij met de kinderen op vakantie wil. Dan kan hij of in de eerste week of in de tweede week met de kinderen op vakantie gaan. Ouders communiceren tenminste twee maanden van tevoren hun vakantieplannen, zodat de andere ouder hier rekening mee kan houden en toestemming kan verlenen.
Voorjaarsvakantie
Hierin geldt de reguliere regeling met afwijkende tijden. De kinderen verblijven bij de man van zondag 12.00 uur tot en met woensdag 20.00 uur en worden opgehaald en teruggebracht door de man, tenzij de vrouw op vakantie wil met [minderjarige 2] . Dan verblijven de andere kinderen bij de man. De vrouw zal dit twee maanden van tevoren aangeven.
Meivakantie (2 weken)
De kinderen verblijven elke week van zondag 12.00 uur tot woensdag 20.00 uur bij de man en worden opgehaald en teruggebracht door de man, tenzij de vrouw met [minderjarige 2] één week op vakantie wil. Dan verblijven de andere kinderen bij de man. De vrouw zal dit twee maanden van tevoren aangeven.
Ook de man heeft de mogelijkheid als hij de middelen heeft om op vakantie te gaan met [minderjarige 2] . Dan verblijven de andere kinderen bij de vrouw. Ook de man zal dit twee maanden van tevoren aangeven.
Feestdagen
Goede Vrijdag
Op Goede Vrijdag verblijven de kinderen bij de vrouw.
Pasen + Pinksteren
Op deze dagen loopt de reguliere regeling door.
Hemelvaart
Op Hemelvaart verblijven de kinderen bij de vrouw.
Kerstavond
De kinderen verblijven kerstavond altijd bij de vrouw.
1e kerstdag, is ook de verjaardag van de man
De kinderen brengen 1e kerstdag bij de man door van 10.00 uur tot en met 2e kerstdag 10.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt en terugbrengt.
2e kerstdag
De kinderen brengen 2e kerstdag altijd door bij de vrouw vanaf 10.00 uur tot de 27e om 10.00 uur, waarna de reguliere vakantieverdeling verder ingevuld wordt, waarbij de man de kinderen bij de vrouw ophaalt als het zijn vakantiedagen zijn.
Vaderdag
Vaderdag begint op de zaterdag ervoor om 18.00 uur tot zondag 19.00 uur. De vrouw is van mening dat het belangrijk en leuk is voor de kinderen dat zij al de dag ervoor bij hun vader zijn en ook is het belangrijk dat de vrouw ook een keer een zaterdagavond haar handen vrij heeft. Het is bovendien maar één keer per jaar.
Moederdag
De kinderen verblijven op de zaterdag ervoor vanaf 18.00 uur tot en met de maandag naar school bij de vrouw.
Verjaardag van de vrouw
Volgens de reguliere regeling, tenzij de vrouw aangeeft haar verjaardag te willen vieren op die dag.
Studiedagen
De reguliere regeling wordt uitgevoerd.
Aanvullend heeft de vrouw verzocht de bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar zal zijn.
3.2.
De man verzoekt toewijzing van het verzoek van de vrouw inzake de omgangsregeling. Als zelfstandig verzoek verzoekt hij te bepalen dat partijen voortaan het gezamenlijk gezag uitoefenen.
3.3.
De vrouw heeft verweer gevoerd tegen het zelfstandig verzoek.

4.De standpunten

De vrouw
4.1.
De vrouw stelt dat de afspraken die bij het viergesprek op 30 januari 2025 zijn gemaakt door de man nog steeds niet zijn bevestigd en daardoor niet kunnen worden vastgelegd. Partijen wonen nog gezamenlijk met de kinderen in de gemeenschappelijke woning. De gemoederen lopen thuis soms hoog op. De vrouw heeft er alles aan gedaan te trachten dit in goede banen te leiden, maar na het viergesprek is het stilgevallen. De vrouw heeft daarom in kort geding onder meer (zaaknummer C/13/779792 / KG ZA 25-993) een voorlopige omgangsregeling gevorderd, zoals overeengekomen bij het viergesprek. Deze regeling verzoekt zij nu ook in de onderhavige procedure,
4.2.
De vrouw verweert zich tegen het verzoek van de man om gezamenlijk met het ouderlijk gezag over de kinderen te worden belast. De vrouw is de mening toegedaan dat de kinderen klem en verloren zullen raken indien ouders het gezamenlijk ouderlijk gezag over hen zullen dragen.
Het is partijen tot op heden niet gelukt om op een normale en constructieve wijze met elkaar het gesprek aan te gaan. Partijen hebben nooit samen beslissingen aangaande de kinderen genomen. De vrouw werd altijd geconfronteerd met een zogenaamd “fait accompli.” De man heeft zelf zonder enige vorm van overleg met de vrouw beslissingen genomen. Zo heeft de man de kinderen ingeschreven bij diverse sportclubs en bij diverse trainingen op diverse dagen. Wat de vrouw heel vervelend vindt, is het feit dat de man vervolgens ook weigert om informatie hierover met haar te delen. Zij werd ook niet toegelaten in een groepsapp in verband met een stage van [minderjarige 4] bij Ajax. Alle tijd na schooltijd van de kinderen heeft de man altijd ingedeeld zonder de vrouw hier ook maar enigszins in te betrekken. Bij het viergesprek heeft de man toegezegd openheid van zaken te geven en de vrouw alle relevante informatie toe te sturen. Tot op heden heeft de man dit nagelaten. De man heeft twee weken geleden besloten om een puppy in huis te nemen. Ook dit is zonder overleg met de vrouw gebeurd. [minderjarige 1] , de oudste zoon van partijen, heeft een honden(haren)allergie en lijkt last te hebben van de hondenharen in de vorm van benauwdheid. Daarnaast kan de vrouw, als zij niet op haar werk is, geen kant op vanwege de hond. Het leven van de vrouw is nu nog meer ingeperkt. De situatie waar partijen in zitten is al lastig en de man heeft er nu een schepje bovenop gedaan. De man is bij ziekte van de kinderen nooit thuisgebleven. De man is nimmer meegegaan naar het ziekenhuis. De man wilde ook niet betrokken worden bij school en heeft nimmer contact met de school gehad. De man deed geen ziekmeldingen, geen mailverkeer, geen betalingen, geen interactie in de appgroepen, geen contact met andere ouders, vrienden, kinderen, niet naar feestjes, enkel de oudergesprekken. Al dit soort activiteiten heeft de vrouw alleen moeten uitvoeren en ondanks dat zij de man er altijd bij heeft willen betrekken, heeft de man dit verzoek van de vrouw niet beantwoord. Ook weigert de man vaak [minderjarige 1] zijn medicijnen te geven tegen zijn vele allergieën. De man meent dat de allergieën van [minderjarige 1] een fabel zijn en gelooft daar niet in. De man is tegen vaccinatie, medicijnen en behandelingen. De vrouw baart dit grote zorgen. De vrouw heeft geenszins de behoefte, noch de kracht om voor elk geschil in verband met het ouderlijk gezag een procedure te moeten starten. De man laat geen andere mening toe. Het is altijd een strijd geweest tussen de man en de vrouw. De man moet, aldus de vrouw, altijd zijn zin krijgen en dit is in het verleden nogal eens gepaard gegaan met agressie en geweld. De man heeft in het verleden ook een huisverbod opgelegd gekregen. De vrouw ziet veel obstakels aan de hand van haar ervaringen en ziet geen bodem om samen met de man de beslissingen aangaande de kinderen te nemen. Er zal bij iedere beslissing sprake zijn van een conflict. De vrouw meent dan ook dat de kinderen door het gezamenlijk ouderlijk gezag klem en verloren zullen raken. Alhoewel er meerdere keren aan de man verzocht is om dat niet te doen, communiceert de man, terwijl de vrouw erbij staat, via de kinderen met de vrouw. Niet alleen is dit schadelijk voor de kinderen, het is ook een zeer slecht voorbeeld van hoe je met elkaar om gaat. Het getuigt in de ogen van de vrouw ook van weinig respect jegens haar. De vrouw heeft in het weekend van 1 februari jl., in aanwezigheid van de kinderen, nog te horen te gekregen van de man dat zij achterlijk en dom is. De vrouw meent dat er niet van haar verwacht kan worden dat zij samen met de man het gezamenlijk ouderlijk gezag dient te dragen. Dit zal de ontwikkeling van de kinderen niet ten goede komen.
Namens de vrouw is bij de mondelinge behandeling aangevoerd dat er bij gezamenlijk gezag wel duidelijkheid moet zijn over de hoofdverblijfplaats van de kinderen. De vrouw had op zich geen bezwaar tegen gezamenlijk gezag, maar eerst zou de communicatie moeten verbeteren. Bij vier kinderen moet je ook extra communiceren. De man blijft echter moeite houden om constructief met de vrouw het gesprek aan te gaan. De man neemt nu al zaken waar, terwijl hij nog geen gezag heeft. De vrouw vraagt zich af wat hij gaat doen als hij wel gezag heeft. Partijen hebben hulp nodig bij het leren communiceren, bijvoorbeeld bij Ouderschap Blijft.
De man
4.3.
De man voert aan dat gezamenlijk ouderlijk gezag gebruikelijk is. In de praktijk oefende de man het gezag al uit, maar nu partijen uiteengaan wenst de man dit vast te leggen ter waarborging dat de vrouw straks niet ineens eigenmachtig beslissingen neemt ten aanzien van bijvoorbeeld de sportactiviteiten en de school, maar ook over medische beslissingen. Bovendien is gezamenlijk gezag ook van belang bij het verkrijgen van informatie betreffende de kinderen.
Bij de mondelinge behandeling is namens de man aangevoerd dat hij akkoord gaat met het aanvullend verzoek van de vrouw om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. Uit de overgelegde Whatsapp berichten blijkt dat partijen kunnen communiceren over normale dingen. Een traject is niet nodig en evenmin mediation, al is de man daartoe wel bereid. De beslissing over het gezag moet daar echter niet vanaf hangen. Partijen hebben onderling al veel afspraken gemaakt over de taxatie en de zorgregeling bijvoorbeeld. Het is ook niet juist dat de man alles alleen bepaalt. De vrouw kan in de toekomst altijd alsnog eenhoofdig gezag verzoeken.
De man heeft verklaard dat het hem zwaar valt als hij niet kan meebeslissen. Hij vindt dat hij alles al met de vrouw bespreekt, maar er is altijd ruimte voor verbetering.

5.De beoordeling

Gezag
5.1.
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind (kunnen) voordoen. Een verzoek om gezamenlijk met de vrouw met het gezag te worden belast, zoals de man hier heeft gedaan, wordt alleen maar afgewezen als er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zou raken tussen de ouders en het er niet op lijkt dat hier nog verbetering in komt.
5.2.
De rechtbank acht geen contra-indicaties aanwezig voor gezamenlijk gezag zoals genoemd in artikel 1:253c tweede lid BW en hiervoor beschreven. Het is de rechtbank niet gebleken dat partijen niet in staat zijn in onderling overleg beslissingen over de kinderen te nemen. Evenmin is gebleken dat afwijzing van het verzoek van de man om een andere reden in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Dat ouders nog niet op één lijn zitten qua communicatie, betekent niet dat de rechtbank hierdoor verwacht dat de kinderen klem en verloren raken tussen de ouders. Het voornaamste bezwaar van de vrouw tegen gezamenlijk gezag is dat de man volgens haar niet constructief communiceert en te veel alleen wil beslissen. De man heeft echter voldoende aannemelijk gemaakt dat hij in staat zal zijn rekening met de vrouw te houden. Eventueel kunnen partijen ter verbetering van de communicatie altijd nog een traject volgen. De rechtbank acht het daarom in het belang van de kinderen dat de man voortaan mede met het gezag over hen is belast. Partijen hebben juist al getoond dat zij in staat zijn in gezamenlijkheid afspraken te maken. Dat blijkt onder meer uit de afspraken over de omgangsregeling, de hoofdverblijfplaats, de taxatie en de Whatsapp communicatie. Daar komt nog bij dat partijen thans nog samenwonen en dat dit begrijpelijkerwijs in deze fase ook spanning geeft. Het is niet aannemelijk dat gezamenlijk gezag tot zoveel spanningen bij de vrouw zal leiden dat de kinderen daardoor klem en verloren zullen raken of dat dit anderszins niet in hun belang is. Van ernstig verwijtbaar gedrag van de man of dat de man de vrouw belemmert in haar taak als verzorgende ouder, is niet gebleken.
5.3
De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw en de man thans samen beslissingen over de kinderen zullen kunnen gaan nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen. De vrouw en de man zijn al in staat gebleken om overeenstemming te vinden omtrent de omgang en dat is een positieve eerste stap. Zij zullen zich moeten gaan inspannen om elkaars vertrouwen terug te winnen en het belang van de kinderen voorop te stellen. De man zal enerzijds aan de vrouw gaan laten zien dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt met betrekking tot de uitoefening van het gezag. Dat houdt in dat de man geen beslissingen aangaande de kinderen kan nemen buiten de vrouw om, gemaakte afspraken stipt moeten nakomen en zal moeten beseffen dat de vrouw de hoofdopvoeder van de kinderen is. Anderzijds gaat de rechtbank ervan uit dat de vrouw als hoofdopvoeder van de kinderen de man ruimte zal gaan geven om zijn rol als mede-opvoeder te kunnen uitoefenen en dat zij hem zal betrekken bij belangrijke beslissingen in het leven van de kinderen. De rechtbank vertrouwt erop dat de vrouw en de man er alles aan gaan doen om een invulling te geven aan het gezamenlijk gezag op een wijze waarvan de kinderen gaan opbloeien.
5.4.
Het verzoek van de man tot het gezamenlijk uitoefenen van het gezag met de vrouw wordt dan ook toegewezen.
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling
5.5.
Nu de ouders gezamenlijk worden belast met het gezag over de kinderen wordt hierna gesproken over een zorgregeling in plaats van een omgangsregeling. Partijen zijn het eens over de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Dat zal hierna daarom eveneens worden vastgelegd, nu de rechtbank oordeelt dat dit in het belang van de kinderen is.
5.6.
Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.

6.De beslissing

De rechtbank:
- bepaalt dat voortaan aan de man en de vrouw gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2012,
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014,
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2015,
- [minderjarige 4] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 4] 2017;
- draagt de griffier op om aantekening van deze beslissing te (laten) maken in het gezagsregister;
- bepaalt dat tussen partijen als zorgregeling zal gelden hetgeen hiervoor sub 3.1. is vermeld;
- bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen zal zijn bij de vrouw;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.B. Sluijs, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.C. van Lavieren, griffier, op 17 maart 2026. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).