ECLI:NL:RBAMS:2026:2721

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
C/13/778441 / FA RK 25-8629
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig gezag wegens ernstig verstoorde communicatie en veiligheid minderjarige

De rechtbank Amsterdam heeft op 17 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak over wijziging van het ouderlijk gezag over een minderjarige uit een beëindigd huwelijk. De moeder verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, vanwege agressief gedrag van de vader en de angst van het kind voor hem.

De vader voerde verweer en stelde open te staan voor contactherstel en hulpverlening, maar erkende dat het contact minimaal was en dat hij de minderjarige al lange tijd niet had gezien. De rechtbank stelde vast dat de communicatie tussen ouders ernstig verstoord is, mede door huiselijk geweld in het verleden en het huidige alcoholgebruik van de vader, waardoor het kind klem raakt tussen de ouders.

Gezien de omstandigheden en het belang van het kind oordeelde de rechtbank dat het gezamenlijk gezag niet in stand kan blijven. De moeder wordt daarom voortaan alleen met het gezag belast. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het Gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de moeder krijgt het eenhoofdig gezag over de minderjarige toegewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/778441 / FA RK 25-8629 (AS/WvL)
Beschikking van 17 maart 2026 betreffende wijziging van het gezag
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. A. Sarioglu te Amsterdam,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. R.T. Laigsingh.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw van 10 november 2025;
- het F-9 formulier met bijlagen van de vrouw van 12 februari 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man van 16 februari 2026;
1.2.
De zaak is behandeld ter zitting met gesloten deuren van 17 februari 2026.
Verschenen zijn:
- de vrouw bijgestaan door haar advocaat,
- de man bijgestaan door zijn advocaat.
Het verweerschrift van de man met bijlagen, ingediend op 16 februari 2026, is na protest van mr. Sarioglu vanwege het late tijdstip van indiening, met diens instemming, beschouwd als pleitnota. Mr. Sarioglu heeft tijdens een schorsing een korte leespauze gekregen.

2.De feiten

2.1.
Het huwelijk van partijen is door inschrijving op 28 februari 2017 in de registers van de Burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van 15 februari 2017 beëindigd.
2.2.
Uit dit huwelijk is geboren
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014.
2.3.
Het hoofdverblijf van [minderjarige] is bepaald bij de vrouw.
2.4.
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen over [minderjarige] wordt beëindigd en dat de vrouw voortaan alleen met het gezag over [minderjarige] zal zijn belast.
3.2.
De man heeft verweer gevoerd en heeft subsidiair verzocht de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek te laten doen naar een beschermingsmaatregel.

4.De standpunten

De vrouw
4.1.
De vrouw stelt dat de man zich tijdens, maar ook na het huwelijk, geregeld agressief heeft gedragen. Ook bij de begeleide omgang met [minderjarige] bij de man thuis, werd hij agressief en gooide hij spullen kapot. [minderjarige] wilde daarna niet meer naar de man omdat zij bang voor hem is. Sinds juni 2023 is de omgang niet meer hersteld. Het Sociaal team van de gemeente [gemeente] is betrokken geweest en heeft gezocht naar mogelijkheden voor contact en omgang. Het Sociaal team heeft geconcludeerd dat toekomstige omgang uitsluitend hersteld kan worden onder begeleiding van een professionele organisatie. Ook heeft de vrouw een eindverslag EMDR Psychotherapie met betrekking tot [minderjarige] overgelegd. Daaruit blijkt dat [minderjarige] nog steeds last heeft van de agressie van haar vader waarvan zij getuige is geweest en van zijn onvoorspelbare reacties. Rechtstreeks contact tussen partijen is niet mogelijk. De vrouw heeft angst voor de man. Communicatie heeft alleen plaatsgevonden door tussenkomst van het Buurtteam. Partijen zijn niet in staat gezamenlijke beslissingen te nemen over [minderjarige] in haar belang. Het is ook moeilijk om toestemming van de man te verkrijgen, zoals afgelopen zomervakantie om samen met [minderjarige] op vakantie te gaan. De vrouw werd door de man gedwongen om [minderjarige] naar oma en opa vz. in Marokko te brengen. Als zij dat niet zou doen, zou de man de toestemming voor vakantie intrekken. [minderjarige] werd boos en verdrietig. Door het handhaven van deze situatie zal [minderjarige] klem en verloren raken.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw aanvullend verklaard dat het nog niet goed gaat met [minderjarige] . Partijen hebben een heel heftig verleden gehad. Gevolgen daarvan zijn blijven kleven aan de vrouw en [minderjarige] . Het huwelijk kenmerkte zich door structureel huiselijk geweld. [minderjarige] heeft de pijn daarvan nog niet verwerkt ondanks traumabehandelingen. De man is ook onberekenbaar. Een gesprek kan goed beginnen maar eindigen in verbaal geweld. Dat blijkt ook uit verslaglegging van een bezoek [minderjarige] aan de man. Als de vrouw in het verleden toestemming vroeg reageerde de man vaak pas na maanden. Nu wordt het kind wat ouder en komen er andere beslissingen aan zoals de schoolkeuze. De vrouw is bang dat de man geen handtekening gaat zetten. Er is nu ook geen contactpersoon meer van het Sociaal team om te bemiddelen. Begeleiding door het Sociaal team is gestopt vanwege het alcoholgebruik van de man. De vrouw is angstig het gesprek met de man aan te gaan. De man is onvoldoende in staat om weloverwogen beslissingen te nemen. Uit geen enkel document blijkt dat hij zijn leven heeft verbeterd. Ook blijkt uit geen enkel stuk dat hij zich voor zijn alcoholverslaving heeft laten behandelen. Zijn rijbewijs is thans voor twee jaar ingetrokken vanwege alcoholgebruik. Het lag op de weg van de man om daarover duidelijkheid te geven, maar dat heeft hij niet gedaan. Een beschermingsmaatregel is niet op zijn plaats. [minderjarige] is veilig bij de vrouw. Het gaat hier juist om de ontbrekende communicatie tussen partijen. De man ondergaat behandeling. Er is nu geen goede basis voor contact met de vrouw. Eerst moet de man stabieler worden. Hij legt de schuld vooral bij anderen en gaat wel erg lichtvaardig om met de gebeurtenissen uit het verleden. Het staat de man vrij bij de school te informeren over [minderjarige] .
De man
4.2.
De man voert aan dat uit het verzoekschrift onvoldoende is gebleken dat [minderjarige] tussen
de ouders klem of verloren raakt of zal raken en/of dat wijziging van het gezag anderszins in
het belang van [minderjarige] is. De man staat open voor contactherstel en heeft via HVO -Querido
de mogelijkheden daartoe laten onderzoeken. Op dat moment was contactherstel niet realiseerbaar mede doordat er geen constructieve communicatie tussen de man en de vrouw mogelijk was. De man staat nog steeds open voor hulpverlening. De man wil heel graag contact met [minderjarige] . Hij houdt van haar en mist haar. De man spreekt regelmatig over [minderjarige] en het gemis van haar met zijn hulpverlening. Hij heeft zelf een kamer al ingericht voor haar bij hem thuis. In de zomer van 2025 heeft de man [minderjarige] voor het laatst gezien/gesproken via videobellen. [minderjarige] was bij de ouders van de man in Marokko. Dat er op dit moment minimale communicatie is tussen de man en de vrouw betekent geenszins dat de man er niet is voor [minderjarige] . De man is er altijd geweest voor [minderjarige] en wil dolgraag betrokken worden in haar leven en over belangrijke beslissingen aangaande haar. Zo komt de man nog altijd de alimentatieverplichtingen na. De man is altijd bereikbaar voor de vrouw om overleg te voeren over [minderjarige] . De man heeft geen beslissingen aangaande [minderjarige] gefrustreerd. Ook niet voor noodzakelijke hulpverlening, paspoort of toestemming voor vakantie. De man heeft ook nooit zijn toestemming voor vakantie ingetrokken. Sterker nog, volgens de man is [minderjarige] samen met de vrouw afgelopen zomervakantie naar Marokko geweest. Daar heeft [minderjarige] haar grootouders vaderszijde opgezocht. Deze stelling van de vrouw is onjuist en onbegrijpelijk. De man is bang dat wanneer de vrouw het eenhoofdig gezag krijgt, dit het risico meebrengt dat [minderjarige] nog meer van de man verwijderd zal raken. Het is in het belang van [minderjarige] dat de man, haar vader, betrokken wordt bij haar leven en bij het nemen van belangrijke beslissingen omtrent haar, maar dan moet hij daartoe wel de gelegenheid krijgen van de vrouw. De man heeft twee verklaringen overgelegd. Uit beide verklaringen volgt volgens de man dat hij werkt aan zijn eigen problematiek, dat hij hulp accepteert en op de wachtlijst staat voor verdere behandeling. Ook volgt uit de verklaringen dat hij medicatiegetrouw is en dagbesteding heeft. De man heeft een autogarage. Hij heeft een groot klantenbestand. Klanten bezoeken hem regelmatig, ook voor een praatje en tonen hun vertrouwen door terug te komen met hun auto's. De man heeft een woning bij HVO Querido en wordt door die instantie begeleid. Ook zijn boekhouder houdt hem in de gaten. De man functioneert op een ander niveau dan uit het verzoek blijkt.
De man heeft verklaard dat hij [minderjarige] al 2,5 jaar niet heeft gezien. Voor het laatst in 2023. Volgens de man wil zij wel contact met hem. Alcoholgebruik is iets uit het verleden, al zijn er wel slechte periodes af en toe. Dan sluit hij zich op in de garage en gaat drinken. De man heeft contact met de GGZ voor traumabehandeling. Volgens de man moet het verleden rusten. De man weet nu niets over [minderjarige] , niet eens op welke school zij zit. De vrouw wil [minderjarige] voor zichzelf. Partijen moeten wel hard aan het werk om de communicatie te verbeteren. Hij heeft vorig jaar wel gedreigd zijn toestemming voor vakantie in te trekken, omdat hij [minderjarige] ook wilde zien en de vrouw contact wel had beloofd. Volgens de man is dat gedrag toe te schrijven aan frustratie.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:253n in samenhang met artikel 1:251a eerste lid van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.2.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, nu partijen zijn gescheiden, zij geen contact met elkaar hebben en de man al lange tijd geen contact heeft met [minderjarige] , zodat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek om haar voortaan met het eenhoofdig gezag over de minderjarige te belasten.
5.3.
De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt van de huidige wetgeving is dat de ouders na uiteengaan in beginsel gezamenlijk belast zullen blijven met het ouderlijk gezag. In het algemeen wordt er dan ook van uitgegaan dat het in het belang van minderjarigen is dat ook de niet verzorgende ouder met het gezag belast is. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in feite in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de minderjarigen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond de minderjarigen kunnen voordoen, zodanig dat de minderjarigen niet klem of verloren zullen raken tussen de ouders. Het ontbreken van goede communicatie brengt niet zonder meer met zich mee dat het gezag in het belang van de minderjarigen niet aan beide ouders toegekend moet blijven. Als de (communicatie)problemen tussen ouders zodanig ernstig verstoord zijn dat de minderjarigen bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren raken tussen de ouders, en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, beëindigt de rechtbank het gezamenlijk gezag.
5.4.
De rechtbank concludeert dat, gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden, de communicatie tussen partijen zodanig ernstig is verstoord dat [minderjarige] klem raakt tussen partijen. Het is de rechtbank gebleken dat er geen contact is tussen de ouders en toen er nog wel contact was, de communicatie slecht was als gevolg van het huiselijk geweld dat heeft plaatsgevonden toen partijen nog samenwoonden. Ook daarna heeft de man zich nog agressief opgesteld. Dit blijkt uit het verslag van het Sociaal team en het EMDR-verslag. De laatste jaren moesten partijen via het Buurt team communiceren. Die betrokkenheid is beëindigd vanwege het alcoholgebruik door de man. [minderjarige] wil niet meer naar de man. Zij is bang voor hem sinds hij tijdens begeleide omgang agressief werd naar iemand anders en iets gooide. De vrouw heeft diverse malen vervangende toestemming moeten vragen. De man heeft ook reeds verleende toestemming voor vakantie uit frustratie willen intrekken. De vrouw heeft voldoende onderbouwd waarom niet langer van haar verwacht kan worden dat zij bij het nemen van gezagsbeslissingen nog langer afhankelijk is van de man, zeker niet nu er ook beslissingen over de school van [minderjarige] genomen moeten gaan worden. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. Hoewel het wellicht nu wat beter met de man gaat, is nog niet duidelijk dat dit een blijvende verbetering is. De man erkent de problemen van [minderjarige] en de problemen die zich in het verleden hebben voorgedaan, niet. Hij ziet niet in dat het dreigen met het intrekken van de toestemming voor de vakantie en het verlenen van de toestemming onder voorwaarden schadelijk is voor [minderjarige] . De man heeft toegegeven dat nog steeds af en toe sprake is van alcoholgebruik en uit de door hem overgelegde verklaringen volgt dat nog sprake zou zijn van een drankprobleem waarvoor een opname bij de Jellinekkliniek is gepland. Voorts is bij emotionele ontregeling en bij stressvolle gebeurtenissen sprake van kwetsbaarheid voor terugval, hetgeen samenhangt met onderliggende traumatische ervaringen en emotieregulatieproblematiek, waarvoor behandeling is geïndiceerd en waarvoor hij openstaat. De man staat momenteel op de wachtlijst voor behandeling. Onder deze omstandigheden en mede gelet op hetgeen tot nu toe is voorgevallen, kan het gezamenlijk gezag niet in stand blijven.
5.5.
Het verzoek van de vrouw om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar voortaan alleen met het gezag over [minderjarige] te belasten wordt dan ook toegewezen. Deze beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zodat de beslissing ook al gedurende de hoger beroepstermijn (dus met ingang van heden) van kracht is.
5.6.
Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.

6.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt het gezamenlijk gezag van de vrouw en de man en belast de vrouw voortaan alleen met de uitoefening van het gezag over het minderjarige kind van partijen:
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014;
voor zover de bevoegdheid daartoe niet door een eerdere rechterlijke beslissing is uitgesloten;
- draagt de griffier op om aantekening van deze beslissing te (laten) maken in het gezagsregister;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.B. Sluijs, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.C. van Lavieren, griffier, op 17 maart 2026. [1]

Voetnoten

1.Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).