ECLI:NL:RBAMS:2026:266

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
776243 - FA RK 25/7365
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:6 WvggzArt. 10:12 WvggzArt. 1:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen crisismaatregel burgemeester Amsterdam ongegrond verklaard

Verzoeker stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Amsterdam op 22 september 2025, met het argument dat de hoorplicht niet was nageleefd en dat de medische gronden onjuist waren. Hij voerde aan dat hij niet adequaat was gehoord en dat er geen sprake was van een psychiatrische stoornis die ernstig nadeel veroorzaakte.

De burgemeester en GGD Amsterdam stelden dat verzoeker niet kon worden gehoord omdat hij sliep in een separeerruimte en dat het herstelproces belangrijker was dan het uitvoeren van de hoorplicht op dat moment. Een onafhankelijke psychiater bevestigde dat verzoeker wel degelijk was gehoord en dat de crisismaatregel was gebaseerd op een vermoeden van psychiatrische stoornis en verzet tegen zorg.

De rechtbank oordeelde dat de burgemeester niet in strijd met de Wvggz had gehandeld, dat de hoorplicht onder de gegeven omstandigheden niet kon worden nageleefd zonder het herstelproces te schaden, en dat de crisismaatregel rechtmatig was opgelegd. Het verzoek tot schadevergoeding werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel is ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/776243 – FA RK 25/7365
Beschikking van 16 januari 2026naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van Pro de Wet
verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel van de burgemeester van de
gemeente Amsterdam en het verzoek om schadevergoeding ex artikel 10:12 Wvggz Pro van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- en/of verblijfplaats,
hierna te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. E.M.C. van Nielen.
als belanghebbende wordt aangemerkt:
de burgemeester van de gemeente Amsterdam,
hierna te noemen: de burgemeester,
vertegenwoordigd door mr. P.H.A. Bonenkamp.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen op 29 september 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Amsterdam op 22 september 2025 jegens hem opgelegde
crisismaatregel.
Tevens heeft de rechtbank ontvangen:
- het verweerschrift van de gemeente Amsterdam d.d. 4 november 2025;
- een reactie van Bureau Verplichte Zorg Arkin op het verzoekschrift d.d. 28 november 2025;
- een reactie van mr. E.M.C. Nielen d.d. 15 december 2025;
Na het indienen van alle stukken hebben meerdere contactmomenten plaatsgevonden met alle partijen. Na overleg met de advocaat is besloten om af te zien van een zitting en de zaak schriftelijk af te doen.

2.Beroep

2.1.
Verzoeker stelt beroep in tegen de op 22 september 2025, namens de burgemeester van
Amsterdam, door de (gemandateerde) wethouder dhr. M. Moorman opgelegde crisismaatregel.
Verzoeker verzoekt het beroep gegrond te verklaren en bij gehele dan wel gedeeltelijke
gegrondverklaring een schadevergoeding toe te kennen.
2.2.
Verzoeker voert ter onderbouwing van het beroep aan dat de crisismaatregel ten onrechte is opgelegd, nu de burgemeester niet heeft voldaan aan de hoorplicht. Artikel 7: 1. derde lid onder b,
Wvggz bepaalt dat de burgemeester geen crisismaatregel mag toewijzen zonder betrokkene, voor
zover mogelijk, vooraf de gelegenheid te bieden om te worden gehoord. De hoorplicht vormt een
fundamenteel recht en waarborgt dat ook in een crisissituatie een zorgvuldige belangenafweging kan
plaatsvinden, waarbij de belangen van betrokkene zo goed mogelijk worden meegewogen. Verzoeker stelt zich verder op het standpunt dat op geen enkele wijze rekening is gehouden met zijn wil. Het feit dat verzoeker, na het aantreffen van pleisters, in de separeerruimte verbleef, vormt onvoldoende grond om van het horen af te zien. Verzoeker was toen aanspreekbaar en de burgemeester had meer inspanningen moeten verrichten om hem te horen.
2.2.
Voorts stelt verzoeker zich op het standpunt dat in de medische verklaring een onjuiste voorstelling van zaken wordt geschetst en dat hij zich niet kan vinden in de gronden waarop de crisismaatregel is gebaseerd. Verzoeker meent dat er ten onrechte is uitgegaan van een vermoeden van een psychische stoornis en dat ten onrechte is aangenomen dat deze stoornis leidt tot ernstig nadeel.
Volgens verzoeker was geen sprake van een suïcide poging, maar van clusterhoofdpijnen die bij hem gevoelens van grote onmacht veroorzaakten. Hiervoor heeft hij fentanylpleisters voorgeschreven gekregen door zijn arts in Noorwegen. Daarnaast stelt verzoeker dat niet kan worden geconcludeerd dat zijn gedrag een protest inhield, waardoor onduidelijk blijft waartegen het eventuele verzet van verzoeker was gericht en welke redenen hij had om zich te verzetten. Evenmin is gebleken dat geen afspraken konden worden gemaakt over het verlenen van vrijwillige zorg. Er is derhalve niet aangetoond dat verzoeker niet bereid was om vrijwillige zorg te aanvaarden.
2.3.
Tot slot heeft de advocaat van verzoeker namens hem verzocht om, bij gegrondverklaring van het beroep tegen de crisismaatregel, de gemeente te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van €75,- per dag.

3.Verweer

3.1.
Namens de burgemeester van Amsterdam heeft gemachtigde mr. P.H.A. Bonenkamp een verweerschrift ingediend. Ingevolge art. 7:1 lid 2 sub b Wvggz Pro neemt de burgemeesters niet eerder een crisismaatregel dan nadat zij betrokkene zo snel mogelijk in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord. De burgemeester dient moeite te doen om betrokkene te horen en mag er niet te licht vanuit gaan dat dit niet mogelijk is. Als het horen niet plaatsvindt, zal de burgemeester moeten kunnen motiveren waarom niet en wordt dat in het besluit met redenen omkleed. De burgemeester heeft het horen gemandateerd aan GGD Amsterdam. GGD Amsterdam is vanwege de deskundigheid op het gebied van geestelijke gezondheidszorg bij uitstek geschikt om te horen. GGD Amsterdam is voor het overige niet inhoudelijk betrokkene bij het al dan niet nemen van een crisismaatregel.
Het hoorverslag geeft voldoende aanknopingspunten waarom afgezien is van horen. Betrokkene verbleef in een separeerruimte en was aan het slapen. Het was onder die omstandigheden niet wenselijk hem wakker te maken. Verzoeker werd opgenomen als gevolge van een suïcidepoging door fentanyl, met reanimatie als gevolg. Tegen deze achtergrond had verzoeker een zware en vermoeiende periode achter de rug. De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat voldoende slaap voor het herstelproces van verzoeker belangrijker was dan de uitvoering van de hoorplicht diep in de nacht. Het horen van verzoeker zou naar verwachting afbreuk doen aan zijn herstelproces.
3.2.
De onafhankelijke psychiater mw. M. Rouwenhorst heeft eveneens een reactie ingediend. Zij stelt dat verzoeker wel degelijk door een onafhankelijke psychiater is gehoord. Verzoeker is op 22-09-2025 door een arts en ondergetekende psychiater gesproken in de separeerruimte op de TOA ( Tijdelijke Overbrugging Afdeling), zoals blijkt uit de medische verklaring. Het is derhalve onjuist dat verzoeker uitsluitend vóór het aantreffen van de pleisters door een psychiater is gezien en gesproken, zoals in het beroepschrift wordt gesteld. De beoordeling heeft juist nadien plaatsgevonden.
Ten aanzien van de stelling dat in de medische verklaring een onjuiste voorstelling van zaken wordt gegeven en dat de gronden voor de crisismaatregel ondeugdelijk zouden zijn, stelt de onafhankelijke psychiater dat dit evenmin juist is. Verzoeker heeft tijdens de opname aangegeven niet te willen blijven en op zijn kamer zijn pleisters aangetroffen. Gelet op het vermoeden van een psychiatrische stoornis, het daaruit voortvloeiende ernstig nadeel en het door verzoeker geuite verzet, is vervolgens een crisismaatregel opgelegd.
3.3.
Voor het geval de rechtbank tot een ander oordeel mocht komen, heeft de gemachtigde van de burgemeester zich nog uitgelaten over de gevorderde schadevergoeding. Gesteld wordt dat een schadevergoeding per dag in het onderhavige geval niet voor de hand ligt. Het schenden van de hoorplicht staat niet gelijk aan een schade die per dag wordt geleden. Immers, die schending betekent nog niet dat jegens verzoeker dus ten onrechte verplichte zorg is verleend. Daarbij komt dat er geen aanleiding bestaat voor toewijzing van een schadevergoeding. De rechtbank heeft de crisismaatregel verlengd en deze moet daarom als rechtmatig worden beschouwd.

4.Beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 7:6 lid 1 Wvggz Pro kan verzoeker door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoek binnen drie weken na de dag waarop de burgemeester de crisismaatregel heeft genomen, bij de rechter beroep instellen tegen de crisismaatregel.
4.2.
Op 22 september 2025 is door de burgemeester een crisismaatregel genomen ten aanzien van
verzoeker. Verzoeker heeft op 29 september 2025 beroep ingesteld tegen deze crisismaatregel. Het
beroep is derhalve tijdig ingesteld.
4.3.
In artikel 7:6 derde Pro lid onder b, van de Wvggz is bepaald dat de burgemeester niet eerder een
crisismaatregel neemt nadat hij betrokkene, zo mogelijk, in de gelegenheid heeft gesteld om te worden
gehoord. Daarnaast blijkt uit artikel 7:1 lid 1 onder Pro e. van de Wvggz, dat slechts een crisismaatregel
kan worden opgelegd indien sprake is van verzet als bedoeld in artikel 1:4 tegen Pro zorg.
4.4.
Verzoeker stelt dat aan deze twee vereisten niet is voldaan. Hij stelt dat hij voorafgaand aan de
crisismaatregel niet op de voorgeschreven wijze is gehoord en dat evenmin sprake was van verzet
bedoeld in artikel 1:4 Wvggz Pro, waardoor de burgemeester de maatregel niet had mogen nemen.
4.5.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de crisismaatregel en het bijbehorende hoorverslag blijkt dat verzoeker voorafgaand aan het nemen van de crisismaatregel niet is gehoord.
4.6.
Namens de burgemeester is voldoende onderbouwd waarom de GGD, die hiertoe deskundig is, er voor heeft gekozen om verzoeker niet te horen. In de gegeven omstandigheden was het niet wenselijk om verzoeker wakker te maken. Horen zou aan het herstelproces van verzoeker naar verwachting afdoen.
4.7.
Uit de medische verklaring van de onafhankelijk psychiater van 22 september 2025 volgt dat bij verzoeker sprake was van een ontslagwens en dat, gezien het acute gevaar, een ambulante behandeling niet haalbaar werd geacht. Aanvankelijk is geprobeerd om vrijwillige klinische behandeling op te zetten, maar verzoeker was wisselend in zijn uitspraken en bleef benoemen weg te willen en zijn hoofd tegen de muur slaan. Tevens wordt in de medische verklaring duidelijk vermeld dat verzoeker niet wilsbekwaam werd geacht.
4.8.
De rechtbank stelt vast dat de burgemeester met het nemen van de crisismaatregel niet in strijd
heeft gehandeld met de bepalingen van de Wvggz. Nu de crisismaatregel rechtmatig is opgelegd. komt
de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het verzoek tot schadevergoeding.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen de crisismaatregel ongegrond;
- wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Deze beschikking is op 16 januari 2026 schriftelijk gegeven door mr. A. van Luijck, rechter, bijgestaan door L.F. Datema als griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.