AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing asielaanvraag Libische nationaliteit wegens onvoldoende motivering minister
Eiser, een Libische nationaliteit, diende op 30 oktober 2023 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in. De minister wees deze aanvraag op 4 september 2025 af als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 9 februari 2026.
Eiser legde een uitgebreid asielrelaas voor met onder meer medische rapporten, aangifte bij de politie, foto’s van verwondingen en bedreigingen via Facebook Messenger. De minister betwijfelde de geloofwaardigheid van de problemen met de militie en vond de overgelegde documenten onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de documenten en verklaringen niet geloofwaardig zouden zijn.
De rechtbank stelde dat het onredelijk was om van eiser te verwachten dat hij camerabeelden van zijn mishandeling kon verkrijgen, aangezien deze in bezit zijn van de militie. Ook was het onredelijk om te verwachten dat eiser kon verklaren waarom een onbekende man hem op het politiebureau hielp ontsnappen. De minister had onvoldoende gemotiveerd waarom het ongerijmd was dat eiser na zijn vlucht naar Griekenland weer naar Libië terugkeerde, en waarom hij niet zo spoedig mogelijk asiel had aangevraagd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en droeg de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
Voetnoten
1.Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
3.Artikel 31, zesde lid, onder d, van de Vw.
4.Rapport van het nader gehoor, pagina’s 6, 14 en 15.
5.Artikel 4, tweede en derde lid van de Kwalificatierichtlijn (2011/95/EU). Zie bijvoorbeeld ook de uitspraak van Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 juni 2021 (ECLI:EU:C:2021:478) en de uitspraak van Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 24 oktober 2023 (nr. 23048/19), onder 78.
6.Algemeen ambtsbericht Libië, juli 2025, pagina 17.
7.Algemeen ambtsbericht Libië, juli 2025, pagina 71.
8.Paragraaf C7/22.5.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
9.Rapport van het nader gehoor, pagina’s 6 en 14.
10.Rapport van het nader gehoor, pagina 7.
11.Paragraaf C1/4.3.2.4 van de Vc
12.Paragraaf C7/22.4.2 van de Vc.
13.Paragraaf C7/22.3.2 van de Vc.
14.Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.
15.Algemeen ambtsbericht Libië, juli 2025, p. 132.
17.NL25.36951, onder 19.