ECLI:NL:RBAMS:2026:2587
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting en incassokosten bij onbetaalde facturen voor verrichte werkzaamheden
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van openstaande facturen ter waarde van circa 18.000 euro voor door hem verrichte werkzaamheden. Gedaagde betwist de betalingsverplichting op grond van een vermeende afspraak dat betaling pas zou plaatsvinden na goedkeuring en uitbetaling door diens opdrachtgever, maar heeft dit niet onderbouwd met een overeenkomst of gebruik in de branche.
De kantonrechter stelt vast dat eiser meerdere facturen met een betalingstermijn van veertien dagen heeft verzonden en dat gedaagde deze onbetaald heeft gelaten zonder geldige grondslag. De stelling van gedaagde wordt gemotiveerd betwist door eiser, die wijst op een andere afspraak omtrent betalingstermijn. Hierdoor wordt het verweer van gedaagde verworpen en worden de vorderingen van eiser volledig toegewezen.
Daarnaast wordt de gevorderde wettelijke handelsrente tot 25 juli 2025 en daarna toegewezen, evenals de buitengerechtelijke incassokosten van €955,05, welke in overeenstemming zijn met het toepasselijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, handelsrente, incassokosten en proceskosten.