De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van opzettelijk niet (tijdig) en onjuist doen van aangiften omzetbelasting over de periode van 2018 tot en met 2022. Verdachte was de enige bestuurder en aandeelhouder van de rechtspersoon [naam bedrijf] en droeg de verantwoordelijkheid voor het indienen van de aangiften.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangiften niet of onjuist zouden worden ingediend, ondanks dat het doen van aangiften was uitbesteed aan een boekhouder. Partiële vrijspraak werd uitgesproken voor de perioden waarin maandaangiften werden gedaan in plaats van kwartaalaangiften, en voor het medeplegen, omdat niet is gebleken dat verdachte samen met anderen handelde.
De strafmaat werd bepaald op basis van de ernst van de feiten, het benadelingsbedrag van €168.213,65, en de ondermijning van het vertrouwen in het belastingsysteem. Gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging werd een gevangenisstraf van 8 maanden opgelegd, rekening houdend met het feit dat de feiten dateren uit 2018 en 2019.