Op 20 november 2025 heeft verdachte het slachtoffer, een bekende van hem, meerdere keren met een mes of schaar gestoken in diens woning te Amsterdam. Het slachtoffer liep onder meer een klaplong op, maar kon dezelfde dag het ziekenhuis verlaten en herstelt volledig. De rechtbank sprak verdachte vrij van zware mishandeling, omdat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel werd aangemerkt, maar veroordeelde hem voor poging tot zware mishandeling vanwege het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op zwaar letsel.
De bewijsvoering berustte op verklaringen van het slachtoffer, de vondst van een mes en schaar met bloedsporen nabij de woning, en het gedrag van verdachte die zich probeerde te verstoppen bij aankomst van de politie. De verdediging voerde gebrek aan bewijs en ontkende dat verdachte de dader was, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, de locatie in de woning van het slachtoffer, eerdere veroordelingen van verdachte en het reclasseringsadvies. Daarnaast werd een schadevergoeding van €3.050 toegewezen aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, met een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan verdachte.
De mes en schaar werden onttrokken aan het verkeer vanwege het gevaar voor de openbare orde. Verdachte kreeg aftrek van voorarrest en werd veroordeeld tot betaling van de toegewezen schadevergoeding met wettelijke rente vanaf de datum van het strafbare feit.