ECLI:NL:RBAMS:2026:255
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing deels conservatoir derdenbeslag wegens belangenafweging en dreigend faillissement
In deze kortgedingprocedure vordert eiser opheffing van conservatoire derdenbeslagen die door gedaagde zijn gelegd onder de ING bank en een bedrijf. Eiser voert aan dat het beslag haar voortbestaan bedreigt vanwege een aanstaand faillissement. Gedaagde vordert betaling van een geldvordering en heeft een bodemprocedure aanhangig.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van gedaagde summierlijk deugdelijk is en dat er een overeenkomst tot stand is gekomen, maar dat eiser de overeenkomst niet is nagekomen. De belangenafweging leidt tot gedeeltelijke opheffing van het beslag onder het bedrijf, zodat eiser haar faillissement mogelijk kan afwenden. Het beslag onder de bank blijft gehandhaafd om zekerheid voor gedaagde te behouden.
De voorzieningenrechter beveelt gedaagde binnen 24 uur het beslag onder het bedrijf op te heffen en geen nieuwe beslagen te leggen, onder dwangsom. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank heft het beslag onder het bedrijf op en handhaaft het beslag onder de bank, met compensatie van proceskosten.