ECLI:NL:RBAMS:2026:2537

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
AWB 24/6618
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 WjsgArt. 36 WjsgArt. 7 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag verklaring omtrent het gedrag wegens recidive verkeersdelicten

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) in verband met een chauffeurskaart. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen op grond van meerdere strafbare feiten binnen de terugkijktermijn van vijf jaar, waaronder rijden onder invloed en niet voldoen aan de rijbewijsplicht.

Eiseres betwist de antecedenten niet, maar voert aan dat haar persoonlijke omstandigheden en positieve ontwikkelingen in haar leven een gunstige belangenafweging rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt echter dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat het risico voor de samenleving te groot is en dat de belangenafweging correct is uitgevoerd.

De rechtbank benadrukt dat de strafbare feiten onverenigbaar zijn met de functie van taxichauffeur en dat de recidivevrije periode nog te kort is om het risico op herhaling als gering te beschouwen. De afwijzing van de VOG blijft daarom in stand, maar de rechtbank moedigt eiseres aan haar positieve ontwikkeling voort te zetten zodat zij in de toekomst mogelijk wel in aanmerking kan komen voor een VOG.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens meerdere recente verkeersdelicten en risico voor de samenleving.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/6618
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: R.A. Dayala),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. I.M. Touwen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een verklaring omtrent het gedrag (VOG).
1.1.
Verweerder heeft de aanvraag met het primaire besluit van 21 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 september 2024 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder waren daarbij aanwezig. Ook zijn aan de kant van eiseres haar broer en haar moeder verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiseres voor een VOG op goede gronden heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag om een VOG in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Besluitvorming
4. Op 17 maart 2024 heeft eiseres verzocht om een VOG voor de aanvraag van een chauffeurskaart bij Kiwa Register B.V. Bij brief van 26 maart 2024 heeft verweerder eiseres medegedeeld voornemens te zijn de aanvraag af te wijzen. Eiseres heeft op 5 april 2024 een zienswijze ingediend. Vervolgens heeft verweerder met het primaire besluit de afgifte van de VOG geweigerd. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt en op 5 augustus 2024 de bezwaargronden ingediend. Op 15 augustus 2024 is er via een telefonische verbinding een hoorzitting gehouden.
4.1.
Verweerder is met het bestreden besluit bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Aan de afwijzing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat uit het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) blijkt dat over eiseres meerdere strafbare feiten zijn vermeld binnen de terugkijktermijn van vijf jaar. In het bestreden besluit staat het volgende hierover vermeld:
  • Bij strafbeschikking van 22 april 2024 is aan eiseres een geldboete van € 450,- opgelegd wegens het niet voldoen aan de vordering van de toezichthouder.
  • Eiseres is op 12 juli 2023 veroordeeld wegens rijden onder invloed tot een geldboete van € 400,-, subsidiair 8 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor 90 dagen waarvan 33 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze proeftijd was van kracht tot 24 juli 2025. De proeftijden die eiseres bij de veroordelingen van 11 januari 2022 en 6 januari 2022 opgelegd heeft gekregen zijn verlengd met 1 jaar, waardoor deze nog van kracht zijn tot respectievelijk 24 januari 2027 en 19 januari 2027. Ook zijn de volledige tenuitvoerleggingen gelast van hetgeen eiseres bij veroordeling van 12 juli 2022 voorwaardelijk is opgelegd, te weten een taakstraf van 10 uren, subsidiair 5 dagen hechtenis en een taakstraf van 10 uren, subsidiair 5 dagen hechtenis. Deze uitspraak is op 12 juli 2023 onherroepelijk geworden.
  • Bij strafbeschikking van 18 april 2023 is aan eiseres een werkstraf van 20 uren
opgelegd wegens niet voldoen aan de rijbewijsplicht.
  • Bij strafbeschikking van 18 april 2023 is aan eiseres een werkstraf van 32 uren opgelegd wegens rijden onder invloed.
  • Eiseres is op 12 juli 2022 veroordeeld wegens niet voldoen aan de rijbewijsplicht tot een taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, waarvan 10 uren, subsidiair 5 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Deze uitspraak is op 27 juli 2022 onherroepelijk geworden.
  • Eiseres is op 12 juli 2022 veroordeeld wegens niet voldoen aan de rijbewijsplicht tot een taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, waarvan 10 uren, subsidiair 5 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Deze uitspraak is op 27 juli 2022 onherroepelijk geworden.
  • Eiseres is op 11 januari 2022 veroordeeld wegens niet voldoen aan de rijbewijsplicht tot een taakstraf van 16 uren, subsidiair 8 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Deze uitspraak is op 26 januari 2022 onherroepelijk geworden.
  • Eiseres is op 6 januari 2022 veroordeeld wegens niet voldoen aan de rijbewijsplicht tot een taakstraf van 16 uren, subsidiair 8 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Deze uitspraak is op 21 januari 2022 onherroepelijk geworden.
  • Op 15 september 2020 is jegens eiseres een zaak wegens niet voldoen aan de rijbewijsplicht geseponeerd op grond van "gewijzigde omstandigheden".
Ook buiten de terugkijktermijn is gebleken dat eiseres in 2018 in aanraking is gekomen met justitie en heeft zij een strafbaar feit begaan voor een verkeersdelict.
4.2.
Omdat eiseres in aanraking is gekomen met justitie vanwege meerdere strafbare feiten, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het risico voor de samenleving te groot is om aan eiseres een VOG te geven. Daarbij heeft verweerder een belangenafweging uitgevoerd en heeft meer gewicht gegeven aan het beschermen van de maatschappij dan aan het belang van eiseres om een VOG te krijgen.
Toetsingskader
5. Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) wordt een VOG geweigerd als in de justitiële documentatie met betrekking tot de aanvrager een strafbaar feit is vermeld, dat, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval, aan het doel waarvoor de VOG wordt gevraagd, in de weg zal staan. Op grond van artikel 36, eerste lid, van de Wjsg kan verweerder in het onderzoek naar de afgifte van de VOG kennisnemen van op de aanvrager betrekking hebbende justitiële gegevens alsmede van politiegegevens. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens zijn alle beslissingen van het openbaar ministerie met betrekking tot een misdrijf justitiële gegevens, met uitzondering van twee categorieën van beslissingen die hier niet aan de orde zijn.
5.1.
In hoofdstuk drie van de Beleidsregels VOG-NP-RP 2024 is de wijze van beoordeling van de aanvraag verder uitgewerkt. Wanneer op naam van de aanvrager justitiële gegevens staan, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van een objectief criterium en een subjectief criterium.
5.2.
Met het objectieve criterium wordt beoordeeld of de aangetroffen justitiële gegevens, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie, taak, dan wel bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd. Bij het objectieve criterium wordt dus niet gekeken naar de persoon van de aanvrager. Bij de beoordeling van het objectieve criterium is niet relevant of het strafbare feit plaatsvond in de privésfeer. Evenmin is het relevant of sprake is van een reëel recidivegevaar. In dit geval wordt bij het objectieve criterium alleen gekeken of de delicten die zijn aangetroffen een risico vormen bij het vervullen van de functie van taxichauffeur.
5.3.
Op grond van het subjectieve criterium kan worden geoordeeld dat het belang dat een aanvrager heeft bij het verstrekken van de VOG zwaarder weegt dan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het door middel van het objectieve criterium vastgestelde risico voor de samenleving. In dat geval wordt de VOG afgegeven ondanks dat wordt voldaan aan het objectieve criterium. Bij de beoordeling van het subjectieve criterium wordt in ieder geval gekeken naar de afdoening van de strafzaak (lichte of zware straf), het tijdsverloop en de hoeveelheid strafbare feiten.
Beoordeling door de rechtbank
Objectieve criterium
6. Eiseres betwist niet de aan de weigering ten grondslag gelegde antecedenten en dat aan het objectieve criterium is voldaan. De rechtbank gaat daar bij de beoordeling van het beroep daarom van uit.
Subjectieve criterium
7. Eiseres voert aan dat de belangenafweging in haar voordeel dient uit te vallen. Verweerder heeft namelijk onvoldoende rekening gehouden met haar persoonlijke belangen. De veroordelingen zien allemaal op een periode in haar leven waarin zij niet de juiste hulpverlening kreeg en feitelijk dakloos was. Dat is nu anders. Eiseres heeft bewezen dat zij haar zaken op orde heeft en zij verdient daarom een kans om ook daadwerkelijk haar ambitie, namelijk het zijn van een taxichauffeuse, te verwezenlijken. Eiseres heeft bovendien haar rijbewijs gehaald, waardoor niet kan worden gesteld dat zij een gevaar vormt voor de samenleving. Tot slot heeft eiseres aangevoerd dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de wijze waarop de rechtbank de strafzaken heeft afgehandeld, namelijk allemaal apart. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres nader toegelicht dat het nu lijkt alsof er in korte tijd veel veroordelingen hebben plaatsgevonden. Als alles tegelijk was behandeld, dan was er een passendere straf opgelegd die recht doet aan de persoonlijke situatie van eiseres.
8. De rechtbank is van oordeel dat de verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat ook aan het subjectieve criterium wordt voldaan. Verweerder heeft alle relevante feiten en omstandigheden in de belangenafweging betrokken.
8.1.
Verweerder heeft daarbij mogen meewegen dat het nog maar kortgeleden is dat eiseres met justitie in aanraking is gekomen. De strafbeschikking van 22 april 2024 is zelfs van na de aanvraag van 17 april 2024. Ook heeft verweerder mogen laten wegen dat er herhaaldelijk sprake is geweest van rijden onder invloed en het niet voldoen aan de rijbewijsplicht. Daarnaast is het justitie contact van 12 juli 2023 niet licht afgedaan, was er ten tijde van de beslissing op bezwaar nog een proeftijd van kracht tot 24 juli 2025 en zijn er proeftijden verlengd tot respectievelijk 24 januari 2027 en 19 januari 2027.
8.2.
De stelling van eiseres dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de wijze waarop de rechtbank de strafzaken heeft behandeld, kan haar niet baten. Het in één keer behandelen van meerdere feiten, heeft immers geen gevolgen voor de hoeveelheid feiten waar eiseres voor is veroordeeld. Die blijven hetzelfde. Ten aanzien van de straf overweegt de rechtbank dat op voorhand niet kan worden gezegd dat het tegelijk behandelen van de zaken tot een lagere straf had geleid. Zoals verweerder op zitting onbetwist heeft gesteld bekijkt de strafrechter, ook als zaken afzonderlijk worden aangebracht, naar de eerdere veroordelingen bij het opleggen van een straf.
8.3.
De rechtbank is voorts van oordeel dat gevolgd kan worden dat voornoemde strafbare feiten bij uitstek onverenigbaar zijn met de functie van taxichauffeur. De rechtbank vindt het zeer te prijzen dat eiseres, na een moeilijke periode in haar leven, haar leven met hulpverlening (Leger des Heils en schuldhulpverlening) een positieve draai heeft gegeven. Eiseres is niet langer dakloos en is inmiddels aangemeld voor een zelfstandige woning. De schulden van eiseres zijn nagenoeg afbetaald en eiseres betaalt haar vaste lasten zelf. Echter, zoals hiervoor overwogen, is de zogenoemde recidivevrije periode nog te kort om de kans op herhaling reeds als gering in te schatten. Verweerder heeft van eiseres mogen verlangen dat zij dit nog voor een langere tijd volhoudt. De rechtbank hoopt dan ook van harte dat eiseres deze positieve ontwikkeling doorzet, zodat zij op een later moment wel een VOG kan bemachtigen. Dat de VOG nu wordt afgewezen, betekent immers niet dat eiseres daar nooit voor in aanmerking zou kunnen komen.
8.4.
De rechtbank begrijpt dat afgifte van de VOG voor eiseres van (groot) belang is. Verweerder heeft echter wel de bescherming van de samenleving belangrijker kunnen vinden dan de persoonlijke situatie van eiseres. Daarbij heeft verweerder er terecht op gewezen dat niet is gebleken dat er geen andere mogelijkheden voor eiseres zijn om in haar inkomen te kunnen voorzien. Eiseres kan immers ook op zoek naar werk waarvoor geen VOG is vereist.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag om een VOG in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hayas, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met de uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De datum van verzending van de uitspraak ziet u hierboven.