ECLI:NL:RBAMS:2026:2525

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
13/300144-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m lid 2 SrArt. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot tussentijdse beëindiging van ISD-maatregel wegens hoog recidiverisico

De rechtbank Amsterdam heeft op 7 januari 2026 uitspraak gedaan over het verzoek van de veroordeelde tot tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel, die op 18 december 2024 voor twee jaar is opgelegd. De ISD-maatregel is bedoeld ter beveiliging van de maatschappij en ter beëindiging van recidive.

Uit het voortgangsverslag blijkt dat de veroordeelde sinds 3 februari 2025 de maatregel ondergaat. Ondanks verslavingsproblematiek werkt hij mee aan begeleidingstrajecten en terugkeer naar zijn land van herkomst, maar beschikt hij nog niet over de benodigde reisdocumenten. De deskundige en de penitentiaire inrichting adviseren voortzetting van de maatregel vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van een stabiele woon- en dagbestedingssituatie.

De verdediging betoogt dat de veroordeelde geen adequate begeleiding ontvangt en dat de maatregel daardoor een kale detentie is, wat niet in lijn is met het doel van de ISD-maatregel. De rechtbank oordeelt echter dat er wel degelijk zorg- en hulpverleningstrajecten lopen en dat voortzetting noodzakelijk is om de maatschappij te beschermen en recidive te voorkomen.

De rechtbank concludeert dat beëindiging van de maatregel op dit moment niet verantwoord is, mede gezien het ontbreken van een verblijfsrecht en het risico op terugval in crimineel gedrag. Het verzoek wordt daarom afgewezen en de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Uitkomst: Het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en de maatregel wordt voortgezet.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/300144-24
Datum uitspraak: 7 januari 2026
Deze rechtbank heeft op 18 december 2024 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatig daders (ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieplaats] , [locatie] ;
hierna: veroordeelde.

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 18 december 2024;
  • het verzoek ex artikel 6:6:14 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van de veroordeelde en zijn raadsman mr. W.M. Chung om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel van 16 oktober 2025;
  • een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 23 december 2025, opgemaakt door senior casemanager [naam deskundige] , werkzaam bij de [detentieplaats] , ten behoeve van een toetsing van de ISD-maatregel.
De rechtbank heeft op 7 januari 2026 de officier van justitie mr. M.L. Firet, veroordeelde, zijn raadsman, mr. W.M. Chung alsmede de deskundige [naam deskundige] , op de openbare terechtzitting gehoord. De deskundige is telefonisch gehoord.

2.Beoordeling

2.1
Verloop van het ISD-traject en het advies van de deskundige
Uit het voortgangsverslag blijkt onder meer het volgende. De tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is aangevangen op 3 februari 2025. Veroordeelde is verplicht om terug te keren naar Sierra Leone, Guinee of Ivoorkust nu hij op basis van verschillende besluiten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst geen verblijfsrecht in Nederland meer heeft. In dat kader zijn door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTV) verschillende handelingen ondernomen om de veroordeelde uiteindelijk uit te kunnen zetten, waaronder het aanvragen van de correcte reisdocumenten bij verschillende diplomatieke vertegenwoordigingen. Veroordeelde beschikt op dit moment nog niet over deze documenten, waardoor zijn uitzetting nog niet heeft plaatsgevonden.
Gelet op verslavingsproblematiek is veroordeelde aangemeld bij [naam stichting] die verslavingsbegeleiding biedt. Bij [naam stichting] heeft veroordeelde een terugvalpreventieplan gemaakt. Veroordeelde komt daar op tijd op zijn afspraken en is meewerkend en open in gesprek.
In het kader van de interculturele zorg door [naam zorgorganisatie] wordt veroordeelde bijna wekelijks bezocht ten behoeve van het cultureel interview, waaraan hij meewerkt. Hoewel veroordeelde prettig in de omgang is, komt hij af en toe wat verward over en geeft hij antwoord op vragen die eerder gesteld zijn of die helemaal niet gesteld zijn. Daarnaast valt het op dat de spanningsboog van veroordeelde wat aan de korte kant is. Op dit moment wordt gewerkt aan een perspectiefplan. Dit bevindt zich in een afrondende fase.
Tijdens zijn verblijf in de [detentieplaats] heeft veroordeelde telkens positieve urinecontroles afgegeven. Hij is positief getest op alcohol en op cannabis. Hiervoor heeft hij waarschuwingen ontvangen. Ook heeft hij een straf gekregen wegens het in het bezit hebben van spice.
Verder werkt veroordeelde in de tuinploeg. Dit doet hij naar behoren en met veel plezier.
De DTV zal zich blijvend inzetten om terugkeer dan wel vertrek van veroordeelde mogelijk te maken. Eindigt de ISD-maatregel zonder dat uitzetting kan plaatsvinden en is geen aansluitende vreemdelingenbewaring mogelijk, dan dreigt de situatie waarin veroordeelde wordt heengezonden uit de P.I., terwijl hij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Veroordeelde is dan kwetsbaar en vormt een gevaar voor de openbare orde.
Op dit moment is er geen alternatief plan voor verblijf van veroordeelde na eventuele beëindiging van de ISD-maatregel, waardoor het recidiverisico onverminderd hoog blijft.
Gelet hierop adviseert de P.I. tot voortzetting van de ISD-maatregel.
De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
2.2
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot afwijzing van het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel. Volgens de officier van justitie en moet de ISD-maatregel worden voortgezet.
2.3
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de ISD-maatregel te beëindigen omdat veroordeelde tijdens de maatregel geen enkele vorm van begeleiding of behandeling heeft ontvangen, waardoor slechts sprake is van een kale detentie. Dit staat haaks op het doel van de ISD-maatregel. Veroordeelde wordt mede vanwege zijn verblijfsstatus uitgesloten van elk relevant traject. Het aanhouden van de maatregel in deze context is niet alleen zinloos, maar staat ook op gespannen voet met het proportionaliteitsbeginsel. De veiligheid van personen of goederen vergt, gelet op de huidige feiten en omstandigheden, geen verdere tenuitvoerlegging van de maatregel.
2.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte.
Gebleken is dat veroordeelde bij invrijheidstelling niet beschikt over stabiele huisvesting en geen dagbesteding heeft. Daarnaast is sprake van verslavingsproblematiek en beschikt veroordeelde in de huidige situatie niet over een geldige verblijfstitel. Het risico op recidive is dan ook nog onverminderd hoog. Daar komt bij dat tijdens de ISD-maatregel verschillende zorg- en hulpverleningstrajecten zijn opgestart en nog niet zijn afgerond, zodat geen sprake is van kale detentie zoals de raadsman heeft gesteld. De interventies van [naam stichting] en [naam zorgorganisatie] , waaraan veroordeelde goed meewerkt en waarin hij vooruitgang boekt, zijn nog gaande. Tevens wordt gewerkt aan terugkeer naar het land van herkomst. Daarnaast is de ISD-maatregel niet alleen opgelegd ter oplossing van de problematiek van veroordeelde, maar ook ter optimale bescherming van de maatschappij. Gelet op het voorgaande is er geen reden om de ISD-maatregel op dit moment te beëindigen. De rechtbank vindt het van belang dat veroordeelde wordt begeleid in zijn terugkeer naar het land van herkomst en acht de kans te groot dat veroordeelde, gelet op het feit dat hij hier geen verblijfsrecht heeft en het instabiele bestaan dat hij heeft geleid, terugvalt in zijn oude gedrag en weer strafbare feiten gaat plegen als de ISD-maatregel nu zou worden beëindigd. Het doel van de ISD-maatregel is dan ook nog niet bereikt. Zolang veroordeelde in het kader van de ISD-maatregel in een P.I. verblijft kan, ter vermindering van het recidiverisico, worden gewerkt aan zijn problematiek. Bij invrijheidstelling zonder verblijfsrecht kan dit niet. Dat betekent dat de doelen van de tenuitvoerlegging van de maatregel bij voortduring nog steeds worden gediend.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

3.Beslissing

De rechtbank:
  • wijst het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af;
  • bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door
mr. B.C. Langendoen, voorzitter,
mr. M.C.H. Broesterhuizen en mr. C.C.J. Maas-van Es, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 januari 2026.