De rechtbank Amsterdam heeft op 7 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak betreffende het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel die op 10 april 2025 aan de veroordeelde is opgelegd voor de duur van twee jaren. De ISD-maatregel is bedoeld ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van recidive.
Uit het voortgangsverslag van december 2025 en de toelichting van de deskundige blijkt dat de veroordeelde zijn verslavingsproblematiek, met name alcoholgebruik, en psychische problematiek nog niet onder controle heeft. Ondanks deelname aan diverse trajecten binnen de inrichting, zoals groepsbijeenkomsten en therapieën, blijft het risico op recidive hoog. De veroordeelde heeft bovendien geen rechtmatig verblijf in Nederland en zal bij beëindiging van de maatregel worden uitgezet.
De verdediging voerde aan dat het recidiverisico niet objectief vastgesteld kan worden en dat het risico voor de Nederlandse maatschappij beperkt is vanwege het ontbreken van verblijfsrecht. De rechtbank oordeelt echter dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is omdat de doelen van beveiliging en recidivepreventie nog niet zijn bereikt. Daarom wordt het verzoek tot beëindiging afgewezen en de maatregel voortgezet.