Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
4. de stichting
5. de commanditaire vennootschap
6. de commanditaire vennootschap
1.Samenvatting
2.De feiten
buy & build-strategie is vastgelegd. In september 2017 is de eerste versie van dit plan gepresenteerd aan vertegenwoordigers van Mentha Capital. Tijdens een vergadering op 3 november 2017, waarbij ook [naam 3] aanwezig was, is ook de mogelijkheid verkend om de verschillende labels binnen de organisatie onder één merknaam te profileren. In 2018 heeft het bestuur gekozen voor de nieuwe naam BLOS (waarover later meer).
Completion Date) alle aandelen in MC Child Holding overgedragen aan BFNL. De contractuele posities van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn nadien overgenomen door gedaagden [gedaagde 5] CV en [gedaagde 6] CV, de commanditaire vennootschappen van respectievelijk [naam 1] en [naam 2] .
the Group; hierna ook: de groep) op het moment van de overname circa tweehonderd kinderopvanglocaties verspreid over Nederland. Een groot deel van deze kinderopvanglocaties werd op dat moment geëxploiteerd onder de naam BLOS.
23.Information
12.IP Rights
(…)
Verzoek om graag het advies door te nemen om vervolgens verder af te stemmen of we hiermee verder gaan.”
[naam 1] , Blosse blijkt dus ook in de opvang te zitten.
Nogmaals bedankt voor het sturen van de documenten en het delen van je zorgen.
Volgens mij hebben ze het document niet goed gelezen: ze vergeten iig dat er dus wel een partij is met bijna dezelfde naam in dezelfde sector.”
(…) Dit is een stichting (IKC) in [plaats] . Die gaan echt niet moeilijk doen. Is wel net een andere naam en die hebben de energie en middelen niet om de strijd met ons aan te gaan. (…)
Mocht het beeldmerk al zijn ingeschreven, dan is het aan de eigenaar van dat beeldmerk om bezwaar te maken. Bij een conflictsituatie gaat het om wie de oudste rechten heeft en in geval onverhoopt een bezwaar volgt dan zullen wij jullie assisteren en adviseren hoe we het beste kunnen omgaan met het conflict en trachten deze op te lossen. Gaat het trouwens om het beeldmerk onderaan jouw handtekening? Indien dat zo is dan verwacht ik geen fataal obstakel omdat we immers het woordmerk BLOS met succes hebben kunnen inschrijven. Het voordeel van een registratie van het beeldmerk is dat je bescherming krijgt op de vormgeving van het logo van de naam BLOS en niet enkel op de naam BLOS. Bescherming van het woordmerk is het belangrijkste (en dat is reeds in orde), maar indien jullie de vormgeving / het logo ook belangrijk vinden, dan is registratie van het logo aan te bevelen.”
Project Robust’). Op 18 november 2020 vond een overleg plaats tussen de CFO van BLOS Groep (bijgestaan door advocaten van DeBreij en financieel adviseur Jefferies International) en twee bestuurders van de moedervennootschap van BFNL (bijgestaan door advocaten van Clifford Chance). In de notulen van dit overleg staat het volgende:
due diligenceonderzoek verricht. Verkopers hebben een digitale omgeving beschikbaar gesteld met relevante informatie over (de onderneming van) MC Child Holding en haar dochtervennootschappen (hierna: de Data Room). De Data Room bevatte een overzicht van de BLOS-Merken:
Intellectual Property” was enkel een document (‘VDR ref: 13.1’) opgenomen dat vermeldde: “
Not applicable”. Verder was, voor zover van belang, de volgende informatie opgenomen in de Data Room (onder “
Information Request List – Legal”):
due diligence-onderzoek heeft BFNL 509 vragen gesteld aan Verkopers over (de onderneming van) MC Child Holding en haar dochtervennootschappen. Twee van de vragen waren toegespitst op intellectuele eigendomsrechten. Op het volgende informatieverzoek hebben de Verkopers op 25 november 2021 geantwoord met “
Not applicable”:
Please inform us of any pending or threatened litigation with respect to any of the intellectual property rights owned or used by the Group. Please inform us of any past material litigation involving intellectual property rights.”
Please confirm that the Group has all intellectual property rights in place that it requires to properly conduct the business of each Group Company” hebben Verkopers geantwoord: “
To our best knowledge, we have all intellectual property rights in place to properly conduct the business of each group Company”.
auction draft) van de SPA opgesteld die in de Data Room is opgenomen. Op 18 december 2020 heeft Clifford Chance namens (BFNL) opmerkingen op deze concept SPA met Verkopers gedeeld. Hierbij heeft zij de IE-garanties deze per ongeluk verwijderd. DeBreij (Verkopers) heeft deze garanties in het daarop volgende concept van 8 januari 2021 weer teruggeplaatst. Clifford Chance heeft namens BFNL in haar mark-up van 18 februari 2021 aan de IE-garanties drie garanties (12.1, 12.3 en 12.8, zie hiervoor onder 2.9) toegevoegd. Verkopers hebben deze toevoegingen vervolgens zonder opmerkingen geaccepteerd.
rebrandingover te gaan.
(…)
We hebben jullie brief van 1 oktober 2024 in goede orde ontvangen. In reactie kan ik je melden dat deze vermeende inbreuk ons niets zegt. Wij wachten de resultaten van jullie onderzoek verder af en merken bovendien op dat het op jullie weg ligt om een en ander richting de W&I verzekeraar op te pakken.”
(…)
(…)
3.Het geschil
fraud(bedrog)’, ‘
wilful misconduct’ en/of ‘
intentional concealment’. Verkopers hebben daardoor ook onrechtmatig gehandeld. Daarom zijn Verkopers aansprakelijk voor de schade die BFNL heeft geleden, welke schade met name bestaat uit de kosten voor de onvermijdelijke
rebranding.
moeilijk doen” maakten Verkopers ondanks dat advies (in weerwil van hun eigen intuïtie en tegen beter weten in) de keuze om tegen het advies van MerkWerk in te gaan en voor BLOS te kiezen. Dat was een besluit over een essentieel onderwerp dat de kern van de onderneming raakt. Verkopers hebben het BLOS-label bovendien als grootste en belangrijkste bedrijfsonderdeel aan BFNL gepresenteerd. Het is onaannemelijk dat Verkopers dit hele proces op het moment van de overname waren vergeten en onvoorstelbaar dat bij een grote deal zoals deze, waarbij partijen juridisch advies genoten en bekend zijn met
due dilligence-onderzoeken, niemand van de Verkopers eraan dacht om dit te
disclosenen BFNL over de merkenrechtelijke risico’s in te lichten. Dat geldt temeer nu BFNL, onder meer door haar informatieverzoeken, het stellen van vragen en het bedingen van garanties, aan Verkopers kenbaar heeft gemaakt dat zij behoefte had aan informatie over het bestaan van de intellectuele eigendomsrechten en eventuele risico’s dat die in rechte zouden kunnen worden aangetast.
fraud(bedrog)’, ‘
wilful misconduct’ of ‘
intentional concealment(opzettelijke verzwijging)’. Voor toepassing van deze bepaling (‘
wilful misconduct’) is voorwaardelijke opzet voldoende. Voor de (Nederlandse) betekenis van
‘wilfull misconduct’ moet worden aangehaakt bij het rechtsbegrip roekeloosheid. Het is immers een buitenlands juridisch begrip, waarvoor de SPA bepaalt dat aansluiting moet worden gezocht bij een Nederlands rechtsbegrip en in de Engelse rechtspraak is ‘
wilfull misconduct’ gelijkgesteld aan roekeloosheid.
rational business decision”was “
based on a sound assessment of risks and benefits”.
Completion Dateniet meer aansprakelijk gehouden kunnen worden voor een inbreuk op de garanties. Er is een
Warrenty & Indemnity(W&I) verzekering afgesloten met als doel om bepaalde risico’s die voortvloeien uit de garanties onder te brengen bij de verzekeraar. Verkopers hebben met de garanties ingestemd en daarbij uitdrukkelijk aangegeven dat dit meebrengt dat “
er geen restaansprakelijkheid voor de verkopers resteert”. De intellectuele eigendomsrechten van MC Child Holding en haar dochtervennootschappen hebben tijdens de onderhandelingen over de SPA nauwelijks een rol gespeeld. Bij het aangaan van de SPA hebben Verkopers in goede gemoede kunnen verklaren en garanderen dat de groep “
to our best knowledge” alle intellectuele bezat die nodig waren om de bedrijfsactiviteiten op reguliere wijze uit te oefenen en dat er nooit een juridische procedure over de intellectuele eigendomsrechten was geweest of aangekondigd. Ook BFNL heeft de BLOS-Merken nog in ieder geval tot medio 2024 probleemloos kunnen exploiteren.
fraud(bedrog)’, ‘
wilful misconduct’ of ‘
intentional concealment(opzettelijke verzwijging)’ is in ieder geval geen sprake. Daardoor is artikel 11.9 van de SPA niet van toepassing. Verkopers betwisten ook dat voor toepassing van dit artikel voldoende is dat er voorwaardelijke opzet aanwezig is. Voor de uitleg van bedrog en opzettelijke verzwijging moet worden aangesloten bij artikel 3:44 lid 3 BW Pro. Dat ziet enkel op opzet in strikte zin. ‘
Wilful misconduct’ moet niet worden gelijkgesteld aan roekeloosheid. Dit begrip laat zich immers eenvoudig vertalen naar het Nederlandse begrip opzettelijk wangedrag, waarbij aansluiting moet worden gezocht. BFNL heeft verder het verwijderen van ‘
gross neglicence’ uit de SPA geaccepteerd. Daarmee heeft zij er uitdrukkelijk mee ingestemd dat in geval van roekeloosheid geen beroep op artikel 11.9 van de SPA openstaat.
- i) [naam 1] is na de overname aangebleven als CEO van MC Child Holding om de continuïteit van de onderneming te waarborgen en de overgang naar een nieuwe CEO zorgvuldig te begeleiden;
- ii) [naam 1] heeft BFNL bij zijn vertrek uit de organisatie toegang verleend tot zijn zakelijke mailbox, waarin alle correspondentie over de merkregistratie van BLOS en de e-mailcorrespondentie met Heldergroen en MerkWerk (waaronder het Merkadvies) zich bevond waarop BFNL haar vorderingen op Verkopers thans baseert;
- iii) De oprechtheid van de Verkopers blijkt uit de eerste reactie van [naam 3] op de aansprakelijkheidsstelling waarin hij aangaf dat de vermeende inbreuk hem niets zei; hij wist toen simpelweg niet meer waar het over ging.
4.De beoordeling
Breach’) van de garanties (‘
Sellers’ Warranties’) in de SPA.
Limitation of Sellers’ liability”. Vervolgens staan in lid 2 (“
Time limitation”) de vervaltermijnen. In de leden 3 tot en met 8 staan andere beperkingen. Artikel 11 sluit Pro af met lid 9 (“
Fraud”):
Nothing in this Agreement shall operate to limit any liability in case of fraud (…), wilful misconduct or intentional concealment (…) by Sellers. In the event of such fraud, wilful misconduct or intentional concealment (…) Seller(s) shall be liable for such actions and the consequences thereof.”
nothing in this agreement” en de plaats van deze bepaling in de SPA (artikel 11 met Pro als titel “
Limitation of Sellers’ liability”) kan niet anders worden afgeleid dan dat de uitzondering van artikel 11.9 ziet op
allebeperkingen van aansprakelijkheid (die in dit artikel zijn opgenomen), dus ook de beperking in de tijd. Er zijn geen aanwijzingen – Verkopers hebben daartoe in ieder geval niets concreets gesteld – om aan te nemen dat partijen deze uitzondering niet van toepassing hebben willen laten zijn op de vervaltermijnen.
fraud(bedrog)’, ‘
wilful misconduct’ of ‘
intentional concealment(opzettelijke verzwijging)’ aan de zijde van Verkopers, maar ook alleen als daarvan sprake is. Eerst moet dus de vraag worden beantwoord wat partijen hiermee hebben bedoeld.
intentional concealment(opzettelijke verzwijging)’ is duidelijk en tussen partijen ook niet in geschil.
wilful misconduct’. Volgens BFNL moet voor de (Nederlandse) betekenis van
‘wilfull misconduct’ worden aangehaakt bij het rechtsbegrip roekeloosheid. BFNL wijst erop dat het een buitenlands juridisch begrip is, waarvoor de SPA bepaalt dat aansluiting moet worden gezocht bij een Nederlands rechtsbegrip. Volgens BFNL wordt in de Engelse rechtspraak ‘
wilfull misconduct’ gelijkgesteld aan roekeloosheid. BFNL wordt in haar uitleg niet gevolgd. Niet gesteld of gebleken is dat partijen hebben onderhandeld over de betekenis van dit begrip. Dus zal (weer) moeten worden gekeken naar de tekst van de overeenkomst en wat zich in de onderhandelingen wél heeft voorgedaan. Allereerst hebben Verkopers onweersproken gesteld dat ‘
gross neglicence’ in een eerder concept van de SPA was opgenomen, maar dat BFNL het verwijderen daarvan zonder meer heeft geaccepteerd. Dit is een aanwijzing dat partijen roekeloosheid hebben willen uitsluiten. Ook valt in de SPA geen aanknopingspunt te vinden dat een daarin opgenomen Engelstalig begrip de betekenis zou hebben die daar in het Engelse recht aan wordt gegeven. Integendeel, in artikel 1.2 (vii) staat juist dat zoveel mogelijk aansluiting moet worden gezocht bij “
the Dutch legal concept or matter”. Ook het feit dat in artikel 19.4 van de SPA ‘
wilful intent’ door partijen is vertaald als ‘opzet’ is, zoals Verkopers terecht betogen, een aanwijzing dat met ‘
wilful misconduct’ ‘opzettelijk’ wangedrag is bedoeld, wat ook de letterlijke vertaling van dit Engelse begrip in het Nederlands is (en de vertaling volgens het Juridisch-Economisch Lexicon). Roekeloos handelen is dus onvoldoende voor aansprakelijkheid van Verkopers.
disclosure-verplichtingen (de
disclosure-garantie in artikel 23.1 SPA) hebben geschonden – of onjuiste mededelingen hebben gedaan door andere garanties (‘
Sellers’ Warranties’) te geven waarvan zij wisten (of behoorden te weten) dat die onjuist waren, maar of zij dat welbewust hebben gedaan. Het gaat erom of zij het bestaan van het BLOSSE-Merk (en de eerdere inschrijving daarvan) welbewust niet hebben gemeld en/of de adviezen van Heldergroen en MerkWerk en de (interne) correspondentie daarover welbewust niet hebben opgenomen in de Data Room. Geoordeeld wordt dat dit niet het geval is en dat van ‘
fraud(bedrog)’, ‘
wilful misconduct’ of ‘
intentional concealment(opzettelijke verzwijging)’ als bedoeld in (artikel 11.9 van) de SPA dan ook geen sprake is. Hetgeen BFNL (op wie de bewijslast rust) heeft aangevoerd is onvoldoende om hiertoe te kunnen concluderen, integendeel. Dit wordt hierna toegelicht.
business decisiongeweest. Het nemen van dergelijke beslissingen is wat ondernemers doen en mogen doen, ook als een adviseur heeft gesproken van een “fataal obstakel” en een van de betrokkenen ( [naam 3] ) eerder heeft geschreven dat het hem “vrijwel onmogelijk [leek] deze naam succesvol te registreren”. Met BFNL vindt de rechtbank het opmerkelijk dat er kennelijk geen enkele schriftelijke vastlegging is van de (interne) afweging die tot deze beslissing heeft geleid in de vorm van notulen van bestuursvergaderingen of e-mails, maar dat neemt niet weg dat Verkopers deze beslissing hebben genomen en opdracht hebben gegeven tot registratie van het woordmerk BLOS. Naar aanleiding van de vraag van de rechter hoe het mogelijk is dat zij voor BLOS hebben gekozen in de wetenschap dat MerkWerk Blosse een fataal obstakel had genoemd, heeft [naam 1] de beslissing om voor BLOS te kiezen ter zitting – zoals zakelijk weergegeven vastgelegd in de zittingsaantekeningen – als volgt toegelicht:
Ik ben dagelijks bezig met risico’s. Het stuk met MerkWerk heb ik praktisch moeten inschatten. Heldergroen heeft daarbij geholpen. Ik vond BLOS en Blosse echt anders. Dat vond Heldergroen ook. Er zijn in de markt veel partijen met vergelijkbare namen. Het is niet in de aard van een partij uit de kinderopvang om er hard in te gaan. Om überhaupt een merk te registreren is vooruitstrevend. Heldergroen heeft een stellige positie ingenomen en er is ook contact geweest met MerkWerk. Wij vonden het risico aanvaardbaar. De registratie was succesvol; er werd geen oppositie ingesteld. Dat was voor mij een bevestiging dat het risico verwaarloosbaar was. We hadden anders nooit zoveel in het merk geïnvesteerd.”
- de registratie van het woordmerk BLOS verliep zonder problemen (ook geen oppositie van Stichting Blosse of een andere partij);
- dit geldt ook voor de registratie van het beeldmerk BLOS, een jaar later;
- bovendien schreef MerkWerk toen dat zij bij de inschrijving van het beeldmerk BLOS “geen fataal obstakel” verwachtte, omdat het woordmerk BLOS inmiddels met succes was ingeschreven, en dat bescherming van het woordmerk het belangrijkste was en reeds in orde;
- de uitrol van de BLOS-Merken gebeurde zonder problemen, ondanks het feit dat de BLOS-Merken landelijk steeds zichtbaarder werden;
- de aandacht en tijd van Verkopers (in het bijzonder de bestuurders en [naam 3] ) werd daarna opgeslokt door de snelle groei van de onderneming, COVID en de gewone bedrijfsvoering.
fraud(bedrog)’, ‘
wilful misconduct’ of ‘
intentional concealment(opzettelijke verzwijging)’, maakt dit, zoals hierna wordt besproken, niet anders.
Deze informatie werd door Verkopers niet gezien als voor de overname van MC Child Holding relevante informatie in het kader van de verkoop van MC Child Holding.”) impliceert, anders dan BFNL het brengt, niet dat “willens en wetens” een “inschatting” is gemaakt of deze informatie wel of niet moest worden gedeeld. Ook hier leest de rechtbank dat Verkopers er gewoon niet aan hebben gedacht.
due diligenceonderzoek en de onderhandelingen over de (tekst van de) SPA bij Verkopers niet alsnog een belletje is gaan rinkelen. Anders dan BFNL het wil doen voorkomen, hebben de intellectuele eigendomsrechten niet veel aandacht gehad tijdens het verkoopproces en heeft BFNL daar ook niet de nadruk op gelegd. BFNL heeft slechts twee vragen gesteld (en die waren ook nog niet erg specifiek), en zelf abusievelijk de IE-garanties uit het eerste concept verwijderd. De door BFNL – nadat Verkopers de garanties weer hadden teruggeplaatst – aangebrachte toevoegingen zijn door Verkopers zonder meer aanvaard. Over de IE-garanties is dus hoegenaamd niet onderhandeld.
deze vermeende inbreuk ons niets zegt”, maar dat Verkopers zich later weer wisten te herinneren dat het besluit voor BLOS een “
rational business decision” was “
based on a sound assessment of risks and benefits” en hoe die beslissing tot stand was gekomen, is ook geen reden om aan te nemen dat Verkopers hebben geprobeerd iets te verbergen. Het past bij de gang van zaken zoals door Verkopers geschetst: het was van de radar verdwenen. Dat men na de tweede aansprakelijkheidsstelling – waarin ook alle adviezen en e-mailcorrespondentie rond de keuze voor en de registratie van de BLOS-Merken werden opgesomd en geciteerd – kon reconstrueren hoe het was gegaan, is niet vreemd.
Er is helemaal niet door Verkopers gesteld dat MerkWerk geen barrière zag. Dat is een quote uit de email van Heldergroen. Eiseres haalt dat uit de context.”
admin rights’. Hij voegde hieraan toe: “
Als ik kwaad had gewild, dan had ik alles verwijderd.” Ook dit argument kan BFNL dus niet baten. Integendeel: het geeft de rechtbank de overtuiging dat Verkopers geen kwade bedoelingen hadden.
The Purchaser acknowledges and agrees that (…) its sole recourse against the Sellers, if any, in respect of any claims under the Business Warranties (….) shall be against the W&I Insurer (…) and not against the Sellers (…) on whatever legal basis. (…)”.
whatever legal basis” omvatten ‘
obviously’ ook aansprakelijkheid op
allegronden, dus ook onrechtmatige daad. Er zijn geen aanwijzingen – BFNL heeft daartoe in ieder geval niets concreets gesteld – om aan te nemen dat partijen dit niet zo hebben bedoeld. Ook voor een vordering op grond van onrechtmatige daad is dus ‘
fraud(bedrog)’, ‘
wilful misconduct’ of ‘
intentional concealment(opzettelijke verzwijging)’ vereist.