Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
gedaagde partij in reconventie,
1.[gedaagde 1] B.V.,
hierna te noemen: de vennootschap,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
eisende partijen in reconventie,
advocaten: mr. B.W. Brouwer en mr. M.F. van den Berg.
1.De procedure
2.De feiten
“
Bestuurders worden door de algemene vergadering benoemd en kunnen te allen tijde door de algemene vergadering worden geschorst en ontslagen. De algemene vergadering kan één of meer bestuurders de titel algemeen directeur verlenen en te allen tijde ontnemen.Een besluit tot benoeming casu quo ontslag van een bestuurder kan slechts worden genomen met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen, tezamen vertegenwoordigende meer dan de helft van het geplaatste kapitaal.”
“
Elk aandeel heeft het recht op het uitbrengen van één (1) stem, met dien verstande evenwel dat – in afwijking van eventuele bestaande statutaire regelingen - de houders van de aandelen met het nummer 1 en met het nummer 80 ieder de bevoegdheid hebben tot het zelfstandig benoemen, schorsen of ontslaan van een bestuurder van de vennootschap.”
(€ 1.000.000,-) wordt omgezet in een lening van HQM aan CW, die in jaarlijkse termijnen van € 250.000,- moet worden afbetaald. De aandelen zijn geleverd op 30 september 2024. Tot zekerheid van de nakoming van haar afbetalingsverplichting heeft CW aan HQM een pandrecht verstrekt op de aandelen.
één of meer uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, en niet binnen veertien dagen nadat de andere Partij haar schriftelijk in gebreke heeft gesteld alsnog voor behoorlijke nakoming van deze overeenkomst zorgdraagt”. In artikel 4 lid 5 is Pro bepaald dat de beëindiging van de managementovereenkomst schriftelijk en bij aangetekende brief dient te geschieden.
3.1 [gedaagde 2] is statutair bestuurder en vormt het Bestuur van de Vennootschap als bedoeld in artikel 16 van Pro de Statuten, [gedaagde 2] is als zodanig verantwoordelijk voor de nakoming van de wettelijke en statutaire verplichtingen.
good leaver-en een
bad leaver-regeling.
Artikel 7.1 van de aandeelhoudersovereenkomst luidt als volgt:
De Aandeelhouders verplichten zich jegens elkaar, om het stemrecht op hun aandelen en hun rechten en bevoegdheden voortvloeiende uit de in de Statuten opgenomen blokkeringsregeling uit te oefenen met inachtneming van hetgeen Partijen in deze overeenkomst zijn overeengekomen.
twijfelachtig allooi” heeft ingeschakeld voor de bedrijfsvoering en dat CW die personen geen toegang tot de bedrijfsgegevens zal verstrekken. Door dit alles staat de winstgevendheid van de vennootschap ernstig onder druk, aldus de brief van 15 december 2025. Daarnaast zijn de vennootschap en [gedaagde 2] verzocht uiterlijk 17 december 2025 om 11.00 uur te bevestigen dat zij instemmen met mediation alsmede te bevestigen dat zij “
voormelde, daartoe onbevoegde personen” niet langer voor of namens de vennootschap laten optreden.
Dank voor uw informatie, dit valt nogal rauw op ons dak.
Notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van een bepaalde aanduiding (nummer 80)” van de vennootschap in het geding gebracht, gehouden op 17 december 2025 om 11.00 uur. Hierbij was alleen [naam 1] namens CW aanwezig, die optrad als voorzitter en notulist. In die notulen staat onder meer:
[…]2.OpeningCW B.V. opent als voorzitter de vergadering met de constatering dat CW B.V. op grond vanartikel 25 van Pro de statutenzelfstandig bevoegd is tot benoeming van bestuurders van de Vennootschap.3.Behandelde en genomen besluitDe houder van aandeel nummer 80 van de Vennootschap besluit op grond van de zelfstandig toegekende bevoegdheid als bedoeld in artikel 25 van Pro de statuten CW B.V. te benoemen tot statutair bestuurder van de Vennootschap met als titel algemeen directeur, met ingang van 17 december 2025.
algemeen directeur” te benoemen.
2.16. Op 14 januari 2026 heeft HQM de executie van het pandrecht op de aandelen van CW in de vennootschap aangezegd omdat CW niet aan haar afbetalingsverplichting op grond van de verkoperslening (zie 2.7) had voldaan. Op 15 januari 2026 heeft HQM conservatoir beslag gelegd op de bankrekeningen van CW en op de door CW gehouden aandelen in Beter Kip.
3.Het geschil
I. [gedaagde 2] met onmiddellijke ingang te schorsen als statutair bestuurder van de
bad leaver-regeling;
bad leaver-regeling) te schorsen, althans de werking
bad leaver-regeling;
IX. een zodanige (overige) voorziening te treffen ter doorbreking van de huidige
twijfelachtig allooi” ingeschakeld om de aan CW toevertrouwde werkzaamheden te verrichten. Deze personen eisten veelal op intimiderende wijze toegang tot de administratie en de financiën van de vennootschap. CW was het hier niet mee eens en zij achtte dit (mede gezien de hoge kosten) evenmin in het belang van de vennootschap. Omdat CW en [gedaagde 2] het vervolgens niet eens konden worden over de vraag wat het beste was voor de vennootschap – en omdat [gedaagde 2] niet wilde meewerken aan mediation – heeft CW, ter bescherming van de belangen van de vennootschap, op 17 december 2025 aan de noodrem getrokken, door zichzelf op grond van artikel 25 lid 1 van Pro de statuten als zelfstandig bevoegd statutair bestuurder van de vennootschap te benoemen. CW wilde orde op zaken stellen. [gedaagde 2] weigert echter de samenwerking met CW als statutair medebestuurder en verricht talloze handelingen ter ondermijning van CW’s positie. Zo heeft [gedaagde 2] ongeveer € 600.000,- van de bankrekening van de vennootschap weggesluisd naar een eigen bankrekening, zodat CW de noodzakelijke betalingen aan crediteuren, de belastingdienst en het personeel niet kan verrichten. Ook heeft [gedaagde 2] de managementovereenkomst zonder ingebrekestelling opgezegd, zonder grond en zonder de overeengekomen opzegtermijn van zes maanden in acht te nemen. Tot slot heeft [gedaagde 2] een algemene vergadering gehouden op 9 februari 2026 waarop besluiten zijn genomen die CW buiten spel zetten. [gedaagde 2] misbruikt zo haar positie als meerderheidsaandeelhouder, al dan niet uit rancune. [gedaagde 2] stelt haar eigen belang voorop en niet het belang van de vennootschap. CW heeft een spoedeisend belang bij toewijzing van de gevraagde voorzieningen, die proportioneel en noodzakelijk zijn. De situatie escaleert met de dag en de ontstane impasse in het bestuur van de vennootschap is fnuikend. De onterechte beëindiging van de managementovereenkomst heeft niet alleen directe inkomensderving tot gevolg, maar leidt er ook toe dat CW ertoe gedwongen wordt haar 25% aandelenbelang als
bad leaver aan [gedaagde 2]aan te bieden, met grote financiële schade van dien; ook dit maakt dat CW een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen.
I. CW met onmiddellijke ingang te schorsen als statutair bestuurder van de vennootschap voor onbepaalde tijd, althans totdat definitief in rechte is beslist op de vordering tot vaststelling van de nietigheid, althans tot vernietiging van het besluit waarbij CW zichzelf heeft benoemd als bestuurder van de vennootschap;
bad leaver), althans de waarde als bepaald in artikel 6.2 van de aandeelhoudersovereenkomst (
good leaver), op straffe van verbeurte van een dwangsom jegens [gedaagde 2] ter hoogte van € 10.000,- per dag voor iedere dag dat CW met deze veroordeling in gebreke is;
VI. CW te veroordelen te gehengen en te gedogen dat de managementovereenkomst geëindigd is totdat in een bodemprocedure definitief anders is geoordeeld, op straffe van een dwangsom jegens de vennootschap van € 10.000,- per dag voor iedere keer dat CW in strijd met deze veroordeling handelt;
4.De beoordeling
(1) Bij de aandelenoverdracht was het uitdrukkelijk niet de bedoeling van partijen dat CW (net als HQM) de positie van statutair bestuurder zou verkrijgen. Uit de verklaring van de notaris (geciteerd onder punt 15 van de conclusie van antwoord) volgt weliswaar dat dit aanvankelijk wel de bedoeling was, maar dat [gedaagde 2] zich voor de leveringsdatum had bedacht en dat CW hiermee heeft ingestemd. CW zou zich eerst moeten ‘bewijzen’ alvorens statutair bestuurder te kunnen worden.
(3) Ook in de aandeelhoudersovereenkomst, die na de aandelenoverdracht is aangegaan, hebben partijen expliciet bepaald dat [gedaagde 2] (enig) statutair bestuurder is en CW (enkel) het management voert. Bovendien is in artikel 7.1 van de aandeelhoudersovereenkomst bepaald dat partijen het stemrecht op hun aandelen uitoefenen met inachtneming van hetgeen zij in die overeenkomst zijn overeengekomen, dus met inachtneming van de in de aandeelhoudersovereenkomst afgesproken taakverdeling. CW heeft zich met de ‘zelfbenoeming’ niet gehouden aan dit artikel.
(4) Het bijzondere stemrecht verbonden aan de aandelen 1 en 80 (zoals in 2016 opgenomen in artikel 25 lid 1 van Pro de statuten) heeft een fiscale achtergrond, aldus de verklaring van de notaris (geciteerd onder punt 21 van de conclusie van antwoord). Artikel 25 lid 1 had Pro (enkel) ten doel te voorkomen dat de vennootschap werknemerslasten zou moeten afdragen over de aan HQM (destijds minderheidsaandeelhouder en medebestuurder) uit te keren managementvergoeding. Om die reden moest in de statuten worden opgenomen dat HQM als bestuurder niet door de meerderheidsaandeelhouder kon worden ontslagen, aldus de verklaring van de notaris.
(5) [gedaagde 2] is “overvallen” door het besluit van CW om zichzelf als bestuurder te benoemen, alsmede door het registeren van dit besluit in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het voornemen hiertoe is niet opgenomen in de brief van de advocaat van 15 december 2025 (zie 2.10). Het besluit is genomen op een “vergadering” van 17 december 2025 om 11.00 uur, waarvoor [gedaagde 2] niet was opgeroepen (althans daarvan is niet gebleken), terwijl [naam 3] vijf minuten eerder per e-mail berichtte de nodige tijd te nemen voor een reactie op de brief van 15 december 2025.
(6) De titel ‘algemeen directeur’ kan gezien artikel 16 van Pro de statuten alleen door de algemene vergadering worden toegekend en dat is hier niet gebeurd.
good leaver-en
bad leaver-regeling. Een oordeel hierover is voorbehouden aan de bodemrechter en ook hier ontbreekt het spoedeisend belang (om bij wijze van ordemaatregel) in te grijpen in de bestaande aandeelhoudersverhouding.
in conventieworden afgewezen. De vorderingen
in reconventiezijn als volgt toewijsbaar:
- vordering I (CW te schorsen als statutair bestuurder van de vennootschap) is toewijsbaar totdat in rechte is beslist op de vordering tot vaststelling van de nietigheid, althans tot vernietiging van het besluit waarbij CW zichzelf heeft benoemd als bestuurder van de vennootschap;
- vordering II (het stemrecht te schorsen op het door CW gehouden aandeel met nummer 80 in het kapitaal van de vennootschap) is niet toewijsbaar;
- vordering IV (medewerking verlenen aan het verkrijgen van een licentie van Exact) is toewijsbaar, met dien verstande dat een termijn van 48 uur redelijk wordt geacht en dat de dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd;
- vordering V (het aanbieden van de aandelen) is in dit kort geding niet toewijsbaar;
- vordering VI (gedogen dat de managementovereenkomst is geëindigd) is toewijsbaar totdat in een bodemprocedure anders is geoordeeld, met dien verstande dat de dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd;
- vordering VII (een verbod de bedrijfslocaties van de vennootschap te betreden) is toewijsbaar, met dien verstande dat de dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.
5.De beslissing
mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.