Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser] uit Amsterdam, eiser
de heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
“3.3.1.[…]Artikel 131 van Pro de Waterschapswet strekt ertoe te voorkomen dat afzonderlijke procedures bij de belastingrechter worden gevoerd over feiten en omstandigheden die van belang zijn voor zowel de heffing van de waterschapsomslag als voor de vaststelling van de WOZ-waarde (Kamerstukken II 1996/97, 25 037, nr. 3, blz. 21 en 22 en blz. 26 en 27). In overeenstemming met die strekking moet het artikel aldus worden uitgelegd dat in een geval als het onderhavige, waarin zowel bezwaar is gemaakt tegen een WOZ-beschikking als tegen een aanslag in de waterschapsomslag betreffende de onroerende zaak waarop die beschikking betrekking heeft, op het laatstbedoelde bezwaar eerst uitspraak mag worden gedaan nadat de WOZ-beschikking onherroepelijk is komen vast te staan (vgl. HR 28 juni 2002, nr. 36957, LJN AE4722, BNB 2002/305).Indien de heffingsambtenaar met betrekking tot de waterschapsomslag uitspraak op bezwaar doet voordat de WOZ-beschikking onherroepelijk vaststaat, dient die uitspraak te worden vernietigd, en dient de heffingsambtenaar te wachten met het doen van uitspraak totdat de WOZ-beschikking wel onherroepelijk vaststaat.”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op opnieuw uitspraak op het bezwaar te doen met inachtneming van artikel 131 van Pro de Waterschapswet;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser te vergoeden.