ECLI:NL:RBAMS:2026:2427

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
12021242 \ CV EXPL 25-17583
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding en ontruiming huurovereenkomst wegens huurachterstand ondanks persoonlijke omstandigheden huurder

De huurder huurde sinds 6 maart 2017 een studentenkamer van de verhuurder Lieven de Key. Vanaf oktober 2024 ontstond een huurachterstand die alleen maar opliep, ondanks pogingen van de huurder om een bijstandsuitkering te verkrijgen. De verhuurder startte een procedure die leidde tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming bij verstekvonnis van 1 juli 2025.

De huurder kwam in verzet en voerde aan dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het overlijden van zijn moeder en het verlies van zijn baan, onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelt dat het verzet ontvankelijk is omdat het verstekvonnis niet persoonlijk is betekend. De huurachterstand bedroeg op het moment van ontruiming meer dan zes maanden en de huurder was niet meer ingeschreven als student.

De rechtbank stelt vast dat de persoonlijke omstandigheden van de huurder niet opwegen tegen de belangen van de verhuurder bij ontbinding en ontruiming. De huurachterstand is alleen maar toegenomen en er is geen afbetaling geweest. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: Het verzet tegen ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12021242 \ CV EXPL 25-17583
Vonnis van 6 maart 2026
in de zaak van
[opposant],
wonende te [woonplaats] ,
opposant,
hierna te noemen: [opposant] ,
gemachtigde: mr. W. Albers,
tegen
de stichting
WOONSTICHTING LIEVEN DE KEY,
gevestigd te Amsterdam,
geopposeerde,
hierna te noemen: Lieven de Key,
gemachtigde: Geerlings & Hofstede Gerechtsdeurwaarders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oorspronkelijke dagvaarding van 23 april 2025, met producties,
- het verstekvonnis van 1 juli 2025,
- de verzetdagvaarding van 24 november 2025,
- het instructievonnis van 2 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de dagbepaling mondelinge behandeling,
- de op 26 januari 2026 ingediende producties van Lieven de Key.
1.2.
Op 5 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [opposant] is verschenen met zijn gemachtigde. Namens Lieven de Key is namens haar gemachtigde mr. P. Noot verschenen. Partijen hebben, mede aan de hand van pleitnotities, hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De gemachtigde van [opposant] heeft zijn incidentele vordering ingetrokken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Sinds 6 maart 2017 huurde [opposant] van Lieven de Key de studentenkamer aan de [adres] voor laatstelijk € 376,85 per maand.
2.2.
[opposant] komt van Sint Maarten en studeerde [studierichting] aan de [onderwijsinstelling] .
2.3.
Op [overlijdensdatum] 2023 is de moeder van [opposant] in Frankrijk overleden. [opposant] verloor zijn baan als nachtsupervisor omdat hij zijn moeder op haar sterfbed heeft bezocht.
2.4.
Vanaf 1 oktober 2024 is een achterstand in de betaling van de huurtermijnen ontstaan.
2.5.
Op 6 januari 2025 heeft Lieven de Key een melding als bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening gedaan.
2.6.
Op 23 april 2025 heeft Lieven de Key de oorspronkelijke dagvaarding uitgebracht.
2.7.
Sinds april 2025 heeft [opposant] geprobeerd een bijstandsuitkering te krijgen, die hij in oktober 2025 toegewezen heeft gekregen.
2.8.
Bij verstekvonnis van 1 juli 2025 is de overeenkomst getoetst aan het toepasselijke consumentenrecht en is kortgezegd de huurovereenkomst ontbonden en [opposant] veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde alsmede tot betaling van de huurachterstand tot en met april 2025 ten bedrage van € 1.789,86.
2.9.
[opposant] heeft zich voor het schooljaar 2025/2026 niet meer ingeschreven als student.
2.10.
Op 6 oktober 2025 is het verstekvonnis niet in persoon aan [opposant] betekend, waarbij de ontruiming van het gehuurde tegen 28 oktober 2025 is aangezegd.
2.11.
Op 28 oktober 2025 is het gehuurde door Lieven de Key ontruimd. [opposant] was daarbij aanwezig.
2.12.
De huurachterstand bedroeg op de dag van ontruiming € 2.423,32.

3.Het geschil

3.1.
[opposant] vordert, na wijziging eis, het verstekvonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende de oorspronkelijke vorderingen van Lieven de Key af te wijzen, zodat [opposant] het genot van de huurovereenkomst kan blijven voortzetten, met veroordeling van Lieven de Key in de proceskosten.
3.2.
[opposant] stelt daartoe dat zijn persoonlijke omstandigheden niet voldoende zijn meegewogen in het verstekvonnis en dat als daar wel rekening mee wordt gehouden de gevorderde ontbinding en ontruiming zouden moeten worden afgewezen.
3.3.
Lieven de Key voert verweer. Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[opposant] stelt dat hij pas van de inhoud van het verstekvonnis op de hoogte is gekomen bij de ontruiming op 28 oktober 2025. Dit is door Lieven de Key betwist. Zij stelt dat zij na het verstekvonnis met [opposant] betalingsafspraken heeft gemaakt en [opposant] daarom al eerder van het vonnis op de hoogte was. Nu het verstekvonnis echter niet in persoon is betekend en Lieven de Key niet met bewijzen heeft kunnen staven dat (en wanneer) [opposant] dan precies van het vonnis op de hoogte is gebracht, wordt geoordeeld dat [opposant] tijdig verzet heeft aangetekend. [opposant] is dan ook ontvankelijk in zijn verzet.
4.2.
In het verstekvonnis is de huurovereenkomst ambtshalve aan het toepasselijke consumentenrecht getoetst. Verder is onbetwist gebleven dat, zoals overwogen in het verstekvonnis, door Lieven de Key is voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.3.
Verder staat vast dat de huurachterstand op de dag van het verstekvonnis € 1.789,68 bedroeg en op de dag van de ontruiming was opgelopen tot € 2.423,32, te weten tot meer dan zes maanden. Verder geldt dat [opposant] zich niet meer als student heeft ingeschreven voor het schooljaar 2025/2026.
4.4.
Onder deze omstandigheden, kan niet anders worden geoordeeld dan dat de tekortkomingen, waaronder de forse toegenomen huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Hoewel de persoonlijke omstandigheden van [opposant] te betreuren zijn en dat duidelijk is geworden dat een aantal zaken zijn misgelopen dan wel langer hebben geduurd, zoals de toekenning van de bijstandsuitkering, wegen deze niet op tegen de belangen van Lieven de Key bij ontbinding van de huurovereenkomst. Daarbij is in aanmerking genomen dat tot op heden geen afbetaling van de huurschuld heeft plaatsgevonden, maar dat deze na het verstekvonnis alleen maar is opgelopen.
4.5.
Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard. Lieven de Key heeft ter zitting gevorderd de toegewezen hoofdsom aan te passen naar de verder verschenen huurtermijnen tot aan de datum van ontruiming minus de verrichte betalingen, maar daarvoor wordt geen aanleiding gezien omdat [opposant] reeds in het verstekvonnis onder III b is veroordeeld tot betaling van € 369,98 per maand tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden.
4.6.
Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [opposant] veroordeeld in de proceskosten van Lieven de Key begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde en € 72,00 nakosten.

5.De beslissing

5.1
verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigd het op 1 juli 2025 met kenmerk 11678441 CV EXPL 25-6690 door de kantonrechter te Amsterdam gewezen vonnis,
5.1.
veroordeelt [opposant] in de proceskosten van Lieven de Key begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde en € 72,00 nakosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [opposant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.
811