ECLI:NL:RBAMS:2026:2402

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/13/782432 / FA RK 26/654
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 lid 1 sub e WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor betrokkene met schizo-affectieve stoornis

De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1993, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type en een stoornis in cannabisgebruik.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische en materiële schade, en dat de veiligheid van personen en goederen in gevaar is. Vrijwillige zorg bleek niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De rechtbank achtte diverse zorgmaatregelen proportioneel en noodzakelijk, zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting en toezicht.

De raadsman van betrokkene voerde aan dat de zorgmachtiging beperkt moest worden tot zes maanden, terwijl de officier van justitie twaalf maanden verzocht. De rechtbank oordeelde dat de termijn van zes maanden passend is, mede gelet op de termijnoverschrijding van artikel 6:2 lid 1 sub e Wvggz Pro. Betrokkene stemde in met de zorgmachtiging en erkende de noodzaak ervan als vangnet voor crisisperiodes.

De beschikking werd op 23 februari 2026 mondeling gegeven en op 27 februari schriftelijk vastgelegd. De zorgmachtiging geldt tot uiterlijk 23 augustus 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/782432 / FA RK 26/654
kenmerk: ZM/IND/189039
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 23 februari 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. P. Jeeninga te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] .

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 27 januari 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026, echter was betrokkene ongeoorloofd afwezig bij de kliniek, waarna de behandeling van de zorgmachtiging is aangehouden tot en met 23 februari 2026.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene (telefonisch vanuit het cellencomplex in [plaats] );
- de raadsman;
- mw. [persoon] , arts;
- de zus van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizo affectieve stoornis: bipolaire type en een stoornis in cannabisgebruik.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige immateriële schade en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • insluiten (
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene (
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie (
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Betrokkene stemt in met een zorgmachtiging en hij realiseert zich dat hij de zorgmachtiging nodig heeft als vangnet voor crisisperiodes. Het is belangrijk dat er een behandeling komt met een duidelijke diagnose. De raadsman voert als verweer aan dat de termijn van de zorgmachtiging moet worden beperkt tot een periode van zes maanden. De officier van justitie heeft aan de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van maximaal twaalf maanden. De advocaat stelt zich op het standpunt dat de behandeling van de zorgmachtiging uiterlijk binnen 3 weken na indiening van het verzoek bij de rechtbank dient plaats te vinden op grond van art. 6:2 lid 1 sub e Wvggz Pro. Het verzoek is ingediend op 27 januari 2026 de mondelinge behandeling van het verzoek zou uiterlijk op 17 februari 2026 plaats moeten vinden.
2.7.
De rechtbank is van oordeel dat nu de raadsman een beroep doet op art. 6:2 lid 1 sub e Wvggz Pro de zorgmachtiging verleend zal worden voor de duur van zes maanden.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 23 augustus 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 23 februari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. E. Diepraam, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 27 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.