Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene, zijn raadsman, een arts en zijn zus werden gehoord, was de officier van justitie niet aanwezig omdat geen nadere toelichting werd gewenst. Gelijktijdig werd een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging behandeld, welke door de rechtbank werd toegewezen.
De rechtbank overwoog dat door de toewijzing van de zorgmachtiging het belang van de officier van justitie bij de voortzetting van de crisismaatregel verviel. Daarom werd het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel afgewezen.
De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter E. Diepraam, bijgestaan door griffier D.L. Overduin, en op 27 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de crisismaatregel wordt afgewezen vanwege toewijzing van een zorgmachtiging.