Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in de zaak van ABN AMRO BANK N.V. tegen belanghebbenden die zich bevinden in een pand in Amsterdam. De verzoekster, ABN AMRO BANK N.V., heeft op 26 november 2025 een verzoekschrift ingediend om een machtiging te verkrijgen om een onroerende zaak in beheer te nemen en te ontruimen, op basis van artikel 3:267 van het Burgerlijk Wetboek. Dit verzoek is mondeling behandeld op 5 januari 2026, waarbij de advocaat van de verzoekster, mr. E.E.W. Danen, via een telefonische verbinding aanwezig was. De belanghebbenden zijn, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen op de zitting.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om het beheers- en ontruimingsbeding in te roepen toewijsbaar is, omdat het beding in de hypotheekakte is opgenomen en verzoekster een zwaarwegend belang heeft bij het in beheer nemen van de woning. De belanghebbende sub 1 heeft sinds begin 2025 zijn betalingsverplichtingen niet nagekomen en er zijn executoriale beslagen gelegd op de woning, waardoor de geldlening direct opeisbaar is geworden. De rechtbank verleent verzoekster verlof om het beheersbeding in te roepen en de woning te ontruimen, met een termijn van drie dagen voor de belanghebbenden om de woning te verlaten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.