Uitspraak
Vonnis van 13 maart 2026
STICHTING QREDITS MICROFINANCIERING NEDERLAND,
[gedaagde] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- antwoord;
- instructievonnis;
- dagbepaling mondelinge behandeling.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
€ 5.000,00, waarop € 275,00 aan behandelkosten in mindering is gebracht. De looptijd van de overeenkomst is 63 maanden en de overeengekomen rente is 9,75% per maand. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
€ 4.509,65 ineens opgeëist.
Het geschil
De beoordeling
44 Artikel 2, onder b), van deze richtlijn bepaalt dat onder „consument” wordt verstaan iedere natuurlijke persoon die bij onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen.
45 Zo moet de hoedanigheid van „consument” van de betrokken persoon worden bepaald aan de hand van een functioneel criterium, namelijk of de betrokken contractuele verhouding deel uitmaakt van activiteiten die niets vandoen hebben met de uitoefening van een beroep of een bedrijf. Het Hof heeft eveneens de gelegenheid gehad om te verduidelijken dat het begrip „consument” in de zin van artikel 2, onder b), van richtlijn 93/13 een objectief begrip is dat losstaat van de concrete kennis waarover de betrokkene kan beschikken of van de informatie waarover die persoon werkelijk beschikt [arrest van 8 juni 2023, YYY. (Begrip „consument”), C570/21, EU:C:2023:456, punt 30 en aldaar aangehaalde rechtspraak].
46 Richtlijn 93/13 definieert de overeenkomsten waarop zij van toepassing is dus aan de hand van de hoedanigheid van de contractpartijen, naargelang zij al dan niet in het kader van hun bedrijfs- of beroepsactiviteit handelen (zie arrest van 21 maart 2019, [naam 3] en [naam 4] , C590/17, EU:C:2019:232, punt 23 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
47 Zoals in punt 25 van het onderhavige arrest is opgemerkt, en onder voorbehoud van verificatie door de verwijzende rechter, blijkt in casu uit geen van de door deze rechter verstrekte gegevens dat de natuurlijke persoon die verweerder in het hoofdgeding is op het tijdstip waarop de overeenkomst voor het verrichten van juridische diensten werd gesloten een zelfstandige economische of beroepsmatige activiteit uitoefende in het kader waarvan deze overeenkomst had kunnen worden gesloten.
48 Aan deze beoordeling wordt niet afgedaan door de omstandigheid dat het doel van RU was om een handelsactiviteit te ondernemen.
49 Het Hof heeft immers reeds geoordeeld dat de hoedanigheid van „consument” van een persoon in de zin van richtlijn 93/13 moet worden beoordeeld op het tijdstip waarop de betrokken overeenkomst werd gesloten (zie in die zin arrest van 20 maart 2025, Arce, C365/23, EU:C:2025:192, punt 49 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
50 In dit verband heeft het feit dat de situatie van de natuurlijke persoon die verweerder in het hoofdgeding is, kon veranderen, geen invloed op de hoedanigheid die hij op de datum van sluiting van de betrokken overeenkomst bezat (zie in die zin arrest van 20 maart 2025, Arce, C365/23, EU:C:2025:192, punt 51).
.Dat dit kort daarop veranderde en dat zij ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst ook de bedoeling had om deze activiteit te starten, doet aan deze vaststelling niet af, zoals door het EU-Hof is overwogen. Aan het vorenstaande doet ook niet af dat namens Qredits Microfinanciering is verklaard dat zij startende ondernemingen op gang wil helpen en geen financiering aan particulieren verstrekt.