9.3.Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank betrekt bij het bepalen van de strafmaat de afspraken zoals deze ten aanzien van afpersing en mishandeling zijn neergelegd in de Landelijke Oriëntatiepunten voor Straftoemeting Jeugd, die dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging. Hierbij betrekt de rechtbank dat verdachte
first offenderis nu verdachte geen strafblad heeft.
Daarnaast is voor het bepalen van de straf relevant de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij laat de rechtbank in het bijzonder het volgende meewegen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal straatroven waarbij jonge scholieren onder dreiging van geweld hun spullen moesten afstaan aan verdachte.
De straatroven vonden veelal op klaarlichte dag plaats in Amsterdam-Zuid, terwijl nietsvermoedende slachtoffers van school naar huis fietsten. Verdachte heeft tijdens en na de straatroven gedreigd met het (thuis) opzoeken van de slachtoffers en het plegen van geweld als zij aangifte zouden doen.
Ook heeft verdachte zich bezig gehouden met online intimidatie; slachtoffers werden door verdachte en zijn medeverdachten in een Snapchatgroep geplaatst en ertoe gedwongen om een ‘boete’ te betalen. In één geval is daarbij ook een afspraak gemaakt met een slachtoffer waarbij dat slachtoffer onder bedreiging van geweld zijn telefoon en draadloze oortjes moest overhandigen.
De straatroven en (online) intimidatie hebben daarmee een golf van onrust, angst en verontwaardiging doen ontstaan in de omgeving. Naar aanleiding van de afpersingen en intimidatie heeft de politie een persbericht uitgevaardigd en is een bijeenkomst georganiseerd bij voetbalclub [voetbalclub] .
Uit de aangiften van de slachtoffers is duidelijk geworden hoe groot de impact is geweest van de straatroven en online intimidatie. Het slachtoffer [benadeelde partij 1] en zijn moeder hebben bovendien op indrukwekkende wijze ter zitting verteld wat het effect van de beroving is geweest en hoe dit hun leven beïnvloedt. Niet alleen bij de slachtoffers zelf, maar ook bij de familie en vrienden van de slachtoffers en de samenleving als geheel, hebben de daden van verdachte gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat hij, ingevoerd door zijn behoefte aan geld, telkens weer slachtoffers heeft gemaakt door op een dreigende en angstaanjagende manier te werk te gaan. Zelfs na zijn aanhouding en tijdens zijn voorlopige hechtenis is verdachte doorgegaan met het afpersen van weerloze slachtoffers.
Daarnaast heeft verdachte voorbereidingen getroffen om het slachtoffer [benadeelde partij 8] zwaar te mishandelen. Hij heeft daarvoor messen aangeschaft, bedreigingen geuit naar dat slachtoffer en hem geprobeerd op te zoeken op school. Het lijkt erop dat de enkele omstandigheid dat dit slachtoffer niet aanwezig was op school er voor heeft gezorgd dat erger is voorkomen. Ook is het wat dat betreft een geluk dat verdachte later die middag, met zijn mes op zak, is aangehouden door de politie.
De rechtbank neemt het verdachte ook kwalijk dat hij twee leeftijdsgenoten heeft mishandeld. Eén van deze mishandelingen vond notabene op klaarlichte dag op de openbare weg plaats toen slachtoffer [benadeelde partij 3] van school op weg was naar huis en verdachte eigenlijk op zoek was naar [benadeelde partij 8] , een vriend van [benadeelde partij 3] . Verdachte vond dat [benadeelde partij 3] kennelijk niet naar hem luisterde en heeft hem behoorlijk hard geslagen. Dit is onacceptabel gedrag. Dit gedrag heeft naast pijn en/of letsel bij het slachtoffer ook gevoelens van angst en onrust in de gemeenschap en de samenleving doen ontstaan.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het beledigen van ambtenaren in functie. De rechtbank rekent verdachte ook dit feit aan. Dat de agenten met veel meer waren en de telefoon van verdachte werd afgepakt maakt niet dat daarmee zijn handelen gerechtvaardigd is.
Persoonlijke omstandighedenHet is zorgwekkend dat verdachte zich in eerste instantie niets leek aan te trekken van het ingrijpen van justitie. Vast is komen te staan dat verdachte tijdens zijn huisarrest door is gegaan met online intimidatie. Ook na de schorsing van zijn voorlopige hechtenis pleegt verdachte nog een afpersing. Pas na een langdurig voorarrest, het meermaals opheffen van het geschorste voorarrest en het opleggen van strenge voorwaarden lijkt verdachte tot andere inzichten te zijn gekomen.
Adviezen
De rechtbank heeft kennisgenomen van de pro Justitia rapportage van 5 september 2025, opgesteld door S. Benali, kinder- en jeugdpsycholoog. Bij [verdachte] is sprake van een gedragsstoornis waarin een lacunaire gewetensfunctie en agressieregulatieproblemen centraal staan, in combinatie met criminele ideaties en de hang naar antisociale jongeren, gebrekkige coping en een stoornis in cannabisgebruik. Met uitzondering van het laatstgenoemde beïnvloedde deze problematiek ook de gedragskeuzes en gedragingen tijdens de bewezenverklaarde feiten. De voornoemde psychische problematiek brengt met zich dat [verdachte] slechts in beperkte mate gevoelens van schuld en spijt jegens zijn slachtoffers lijkt te ervaren. [verdachte] kan niet goed in staat worden geacht om zijn wil geheel in vrijheid te kunnen bepalen, maar kan wel in staat worden geacht om de wederrechtelijkheid van de bewezenverklaarde feiten in te kunnen zien.
Geadviseerd wordt dan ook om [verdachte] de bewezenverklaarde feiten in verminderde mate toe te rekenen.
Bij [verdachte] zijn risicofactoren geconstateerd die samenhangen met de voornoemde psychische problematiek. Daardoor is sprake van een hoge kans op herhaling. Vanuit het oogpunt van een zo gunstig mogelijke (persoonlijkheids)ontwikkeling is behandeling geïndiceerd, gericht op de morele ontwikkeling, verbetering van coping en het stoppen met cannabisgebruik. Naast individuele behandeling vanuit een forensisch psychiatrische polikliniek zoals Levvel dient ook systeembehandeling plaats te vinden. Ook de inzet van de IFA-coach wordt zinvol geacht, gelet op de praktische en emotionele begeleiding.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het advies dat door de Raad ter zitting naar voren is gebracht dat strekt tot de oplegging van een werkstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie onder de bijzondere voorwaarden dat verdachte verblijft bij [begeleid wonen] , onderwijs volgt volgens het rooster, deelneemt aan behandeling van Levvel, meewerkt aan begeleiding van een IFA-coach, meewerkt aan het opstellen en naleven van een weekschema en meewerkt aan een avondklok, passende vrijetijdsbesteding en de bemiddelingspoule om conflicten uit te praten. Daarnaast heeft de Raad geadviseerd te bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door JBRA ter zitting naar voren is gebracht. JBRA is sinds begin 2025 betrokken en de schorsing is in eerste instantie op negatieve wijze verlopen. Wel gaat het nu beter met [verdachte] . De behandeling vanuit FACT verloopt goed. De dagbesteding en schoolgang moeten nog verbeteren. De systeemtherapie vindt niet altijd plaats en dat is deels aan [verdachte] te wijten, omdat hij niet afspraaktrouw is. Het is op dit moment goed om hulpverlening voort te zetten en de stijgende lijn vast te houden. Door het project ‘Straatkracht’ kan [verdachte] door de jeugdreclasseerder meerdere keren per week worden gezien.
Bijzondere voorwaarden
De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden behandeld voor de voornoemde psychische problematiek, zodat zijn ontwikkeling kan worden bevorderd en de risicofactoren kunnen worden beperkt. Daarnaast moet verdachte meewerken aan de overige door de Raad geadviseerde voorwaarden zodat hij zijn leven op een verantwoorde manier in gaat richten en zich daarbij verplicht laat begeleiden door JBRA en zijn IFA-coach. Tenslotte is de rechtbank van oordeel dat een contactverbod met de slachtoffers van het bewezenverklaarde dient te gelden. De rechtbank heeft verdachte weliswaar horen zeggen dat hij geen contact met hen zal opzoeken en ook heeft hij excuses gemaakt voor zijn daden. Dat neemt niet weg dat verdachte zal begrijpen dat hij de slachtoffers zo bang heeft gemaakt dat een verplicht contactverbod hen meer rust zal geven. De rechtbank gunt hen die rust om zodoende te kunnen werken aan hun herstel. Een contactverbod zal hieraan bijdragen.
Ook zal de rechtbank een contactverbod opleggen met medeverdachte [medeverdachte] nu verdachte zelf heeft aangegeven dat zij elkaar negatief beïnvloeden en de rechtbank verdachte wil behoeden voor de verleiding weer met hem samen op te gaan trekken in de toekomst.
Jeugddetentie
De rechtbank zal de feiten, gelet op het advies van de deskundigen, in verminderde mate aan verdachte toerekenen. Gelet op de aard en ernst van de feiten, en de hoeveelheid daarvan, zal de rechtbank aan verdachte opleggen een jeugddetentie voor de duur van 330 dagen. De rechtbank vindt dat verdachte op dit moment niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis, zodat een onvoorwaardelijke jeugddetentie zal worden opgelegd die gelijk is aan het voorarrest, te weten 213 dagen. Het overige deel, te weten 117 dagen, legt de rechtbank in voorwaardelijke vorm op. Aan dit voorwaardelijke deel zullen de algemene en bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de Raad. De proeftijd zal daarbij worden gesteld op 2 jaar.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De verdachte heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan misdrijven die gericht zijn tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Gelet hierop en gelet op de rapporten van de deskundigen, waarin de recidivekans als (heel) hoog wordt ingeschat, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.