Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2352

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
C/13/782685 / KG ZA 26-78 MdV/EV
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopig verbod op uitvoering bouwplan wegens mogelijke onrechtmatige hinder voor appartementseigenaren

De Vereniging van Eigenaren (VVE) van een appartementencomplex vordert in kort geding een verbod op de uitvoering van een bouwplan door twee woningbezitters. Deze eigenaren hebben een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het verhogen en uitbouwen van hun woning. De VVE vreest dat de bouwplannen onrechtmatige hinder veroorzaken voor de appartementseigenaren, met name door minder daglicht, zonlicht en uitzicht.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er een niet geringe kans bestaat dat in een bodemprocedure zal worden vastgesteld dat de bouwplannen onrechtmatige hinder veroorzaken. Dit blijkt uit het bezonnings-, daglicht- en uitzichtonderzoek dat door de VVE is overgelegd, terwijl de eigenaren weinig tegenbewijs hebben geleverd. Omdat de uitvoering van het bouwplan onomkeerbare gevolgen kan hebben, weegt het belang van de appartementseigenaren zwaarder dan dat van de bouwers om nu te starten.

Daarom wordt het bouwplan voorlopig verboden totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist. Aan het verbod is een dwangsom verbonden van € 200.000 ineens en € 50.000 per dag, met een maximum van € 1.000.000. De eigenaren worden tevens hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van € 2.255,09 en de wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Eigenaren wordt voorlopig verboden hun bouwplan uit te voeren vanwege aannemelijke onrechtmatige hinder voor buren, met dwangsom en proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/782685 / KG ZA 26-78 MdV/EV
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 2 maart 2026
in de zaak van
1.
VERENIGING VAN EIGENAARS GEBOUW " [naam gebouw] " [adres 1] , [nummer] , [nummer] EN [nummer] TE [plaats],
te [plaats] ,
2.
[eiser 2],
te [plaats] ,
3.
[eiser 3],
te [plaats] ,
4.
[eiser 4],
te [plaats] ,
5.
[eiser 5],
te [plaats] ,
6.
[eiser 6],
te [plaats] ,
7.
[eiser 7],
te [plaats] ,
8.
[eiser 8],
te [plaats] ,
9.
[eiser 9],
te [plaats] ,
10.
[eiser 10],
te [plaats] ,
11.
[eiser 11],
te [plaats] ,
12.
[eiser 12],
te [plaats] ,
13.
[eiser 13],
te [plaats] ,
14.
[eiser 14],
te [plaats] ,
15.
[eiser 15],
te [plaats] ,
eisende partijen bij dagvaarding van 20 februari 2026,
hierna samen te noemen: VVE c.s.,
advocaten: mr. H.J. Hagemans en mr. S.F. Puijk,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [plaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,
advocaat: mr. C.T. Boekema.
Het kort geding wordt gehouden in de rechtbank Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier.
Aanwezig zijn:
  • Namens VvE Amstelkwartier [naam voorzitter] (voorzitter VvE en bewoner) en verder mevrouw [naam bewoner] (bewoner), [eiser 2] (eiser nr. 2), [eiser 7] (eiser nr. 7), [eiser 13] (eiser nr. 13), allen bijgestaan mr. Hagemans en mr. Puijk,
  • [gedaagde 1] en [gedaagde 2] bijgestaan door mr. Boekema.

1.De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling op 2 maart 2026 heeft de VVE c.s. de dagvaarding toegelicht aan de hand van een pleitnota. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben verweer gevoerd, mede aan de hand van een pleitnota. Beide partijen hebben producties ingediend. De behandeling van de zaak is gesloten en de voorzieningenrechter heeft vervolgens na een korte schorsing in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 5 maart 2026 aan partijen is afgegeven.

2.De beoordeling

2.1.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn de eigenaren van de woning aan de [adres 2] . Aan hen is een (onherroepelijke) omgevingsvergunning verleend ten aanzien van het verhogen en uitbouwen van de woning. VVE c.s. vreest voor onrechtmatige hinder voor de appartementseigenaren in het pand naast dat van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als het bouwplan wordt uitgevoerd.
2.2.
De vordering van VVE c.s. om de uitvoering van het bouwplan te verbieden zal worden toegewezen. VVE c.s. heeft in dit kort geding aannemelijk gemaakt dat er een niet kleine kans bestaat dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de bouwplannen onrechtmatige hinder zullen veroorzaken voor de appartementseigenaren in de vorm van minder daglicht, zonlicht en uitzicht. Dit volgt uit het bezonnings-, daglicht- en uitzichtonderzoek dat is overgelegd door VVE c.s., waar [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op dit moment weinig tegenover hebben gesteld. In een bodemprocedure zal het mogelijk aankomen op een oordeel van een door de rechtbank te benoemen deskundige. Er kan in dit kort geding niet vooruit worden gelopen op de resultaten van dat deskundigenonderzoek.
2.3.
Als het bouwplan nu wordt uitgevoerd, leidt dat tot gevolgen die zich moeilijk of niet laten terugdraaien. De appartementseigenaren hebben er vanwege die - naar het zich laat aanzien - onomkeerbare gevolgen een groot belang bij dat het bouwplan nu niet doorgaat. Dat belang weegt ook zwaarder dan dat van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om wel nu te beginnen met bouwen.
2.4.
Het zal [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarom voorlopig worden verboden om het bouwplan uit te voeren, in afwachting van een bodemprocedure. Aan die veroordeling wordt een dwangsom verbonden van € 200.000,00 ineens en € 50.000,00 per dag dat niet aan de veroordeling wordt voldaan, met een maximum van € 1.000.000,00.
2.5.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VVE c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
154,09
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.255,09
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.7.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verbiedt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om het bouwplan dat uit de op 19 mei 2020 verleende omgevingsvergunning met kenmerk [kenmerk] volgt te realiseren, op straffe van een dwangsom van € 200.000,00 ineens en € 50.000,00 per dag(deel) dat zij niet aan deze veroordeling voldoen, tot een maximum van € 1.000.000,00 is bereikt, in ieder geval totdat in een bodemprocedure anders is geoordeeld,
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.255,09, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. E.P.M. Vos, griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter en de griffier. [1]

Voetnoten

1.Type: EV