Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2348

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
774647
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:58 BWArt. 6:61 lid 2 BWArt. 6:119 BWWwft
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wettelijke handelsrente wegens schuldeisersverzuim bij bankrelatiebeëindiging

Sapientem Holding B.V. vordert betaling van wettelijke handelsrente van bunq B.V. nadat bunq de bankrelatie met haar rechtsvoorganger Hursidae B.V. had beëindigd en het banksaldo van circa €2,4 miljoen pas twee jaar later werd uitbetaald. De rechtbank stelt vast dat bunq de uitbetaling wilde verrichten, maar dat Hursidae/Sapientem niet de noodzakelijke medewerking verleende, zoals het verstrekken van een juiste IBAN en bewijs van tenaamstelling.

De procedure omvatte een dagvaarding, conclusie van antwoord, een mondelinge behandeling en aanvullende producties. Feitelijk speelde dat bunq de klantrelatie opzegde wegens het niet reageren op verzoeken om bedrijfsinformatie en dat Hursidae niet tijdig de gevraagde gegevens aanleverde. Ook na de fusie met Sapientem bleef noodzakelijke informatie uit, waardoor bunq niet kon uitbetalen.

De rechtbank oordeelt dat Sapientem in verzuim is op grond van artikel 6:58 BW Pro omdat zij de medewerking aan de uitbetaling verhinderde. Hierdoor kon bunq niet in verzuim raken en is er geen sprake van tekortkoming of onrechtmatig handelen. De vorderingen worden afgewezen en Sapientem wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente over deze kosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Sapientem af wegens schuldeisersverzuim en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/774647 / HA ZA 25-1422
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
SAPIENTEM HOLDING B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Sapientem,
advocaat: mr. O.A. van Oorschot,
tegen
BUNQ B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: bunq,
advocaat: mr. L. Stortelder.
Waar gaat de zaak over?
bunq heeft de bankrelatie met de rechtsvoorganger van Sapientem opgezegd. Sapientem heeft het banksaldo van zo’n € 2,4 miljoen twee jaar na de opzegging van bunq ontvangen. Sapientem vindt dat daarmee sprake is van een tekortkoming of van onrechtmatig handelen en vordert betaling van ruim € 5 ton aan wettelijke handelsrente van bunq. De rechtbank oordeelt dat Sapientem zelf in de weg stond aan eerdere uitbetaling van het banksaldo door bunq. Daarom worden haar vorderingen afgewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 augustus 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 12 november 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de aanvullende productie A van Sapientem,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 januari 2026, waarvan de zittingsaantekeningen van de griffier aan het dossier zijn toegevoegd.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 21 maart 2020 is Hursidae B.V. (hierna: Hursidae) een klantrelatie aangegaan met bunq. Hursidae heeft bij bunq verschillende IBAN’s aangemaakt. Hursidae heeft aan twee van die IBAN’s de namen ‘barbacoa.PRO’ en ‘UoliM bv’ gegeven, en aan een derde de naam ‘Hursidae bv’.
2.2.
Op 1 maart 2022 heeft bunq Hursidae gevraagd om uitleg over haar bedrijfsactiviteiten en aanvullende documentatie. Hursidae heeft hier niet op gereageerd.
2.3.
Op 28 april 2022 heeft bunq aan Hursidae bericht de klantrelatie te beëindigen. Daarbij heeft bunq gemeld dat Hursidae nog een maand toegang heeft om het banksaldo van € 2.428.410,48 over te maken naar een externe bankrekening. Hursidae heeft hierop niet gereageerd.
2.4.
Op 31 mei 2022 heeft bunq de IBAN’s van Hursidae geblokkeerd en haar gevraagd om een IBAN voor overboeking van het banksaldo.
2.5.
Op 3 juni 2022 heeft Hursidae bunq bericht dat zij graag uitleg wil over de reden van opzegging van de klantrelatie. Daarbij heeft Hursidae bunq gevraagd het saldo van de IBAN met de naam barbacoa.PRO over te maken naar een bankrekening van die vennootschap bij Revolut en dat van de IBAN’s met de namen UoliM en Hursidae naar een bankrekening bij Revolut van Hursidae. bunq heeft Hursidae laten weten dat het banksaldo naar één IBAN overgemaakt kan worden en Hursidae gevraagd deze door te geven. Hursidae heeft bunq bericht dat zij het begrijpt en aangekondigd een IBAN te sturen.
2.6.
Op 8 juni 2022 heeft de heer [naam] (hierna: [naam] ), [naam functie] van toen Hursidae en nu Sapientem, het kantoor van bunq bezocht met fysieke documentatie. bunq heeft daarna het onderzoek naar beëindiging van de klantrelatie heropend.
2.7.
Op 11 augustus 2022 heeft bunq aan Hursidae laten weten dat de herbeoordeling is voltooid en de klantrelatie alsnog wordt beëindigd. [naam] heeft bunq daarop bericht dat hij het kantoor van bunq zal bezoeken. Op 12 augustus 2022 heeft bunq geantwoord: “
De beslissing om het account te sluiten is al gemaakt, en definitief.(…)
Om verder in dit proces te komen, en zo snel mogelijk toegang tot de fondsen te verschaffen, zijn wij op zoek naar een IBAN, waarnaar we het resterende bedrag kunnen storten. Ik hoor graag welk IBAN dat naartoe mag.
2.8.
Op 1 oktober 2022 heeft bunq Hursidae gevraagd om een IBAN voor overboeking van het banksaldo. Hursidae heeft geen IBAN gegeven, maar gevraagd om de gronden van de opzegging. bunq heeft op 3 oktober 2022 herhaald dat het gebruik van de bankrekening niet in overeenstemming is met de voorschriften, en opnieuw verzocht om een IBAN.
2.9.
Op 21 november 2022 heeft de door Hursidae ingeschakelde jurist bunq gevraagd de relatie voort te zetten en de IBAN’s van Hursidae te deblokkeren. bunq heeft de jurist op 24 november 2022 bericht dat de klantrelatie beëindigd blijft, en:

Furthermore, we have not yet received an IBAN of an account under Mr. [naam] ’s name. As a result, we are still unable to return the remaining funds at this stage.
Hursidae heeft naar aanleiding van dit bericht geen IBAN gegeven.
2.10.
Op 17 februari 2023 heeft bunq Hursidae in het Engels laten weten dat zij het banksaldo wil overmaken en gevraagd om een bevestiging van de tenaamstelling van de bankrekening van Hursidae bij Revolut. Het onderwerp van de e-mail vermeldt:
“ACTION REQUIRED Please confirm your IBAN in relation to a pending refund”
Hursidae heeft gevraagd of bunq het bericht in het Nederlands kan sturen. bunq heeft dit gedaan op 18 april 2023. Hursidae heeft gereageerd op dat bericht en haar boosheid geuit over de gang van zaken rondom de opzegging van de bankrelatie. Hursidae heeft geen bevestiging van de tenaamstelling van de bankrekening bij Revolut gestuurd.
2.11.
Op 27 juli 2023 is Hursidae opgehouden te bestaan als gevolg van een fusie met Sapientem.
2.12.
Op 19 september 2023 heeft bunq Hursidae bericht dat zij het banksaldo wil overmaken. Daarin heeft bunq haar vraag om een bevestiging van de tenaamstelling van 18 april 2023 herhaald en dit nogmaals gedaan op 25 september 2023. [naam] heeft op 25 september 2023 gereageerd, melding gemaakt van de fusie en gevraagd de banksaldi over te maken naar de rekeningen bij Revolut van UoliM bv, barbacoa bv en Hursidae bv.
2.13.
Op 27 september 2023 heeft bunq aan [naam] laten weten dat zij het banksaldo wil uitbetalen en daarvoor een IBAN en een bankafschrift met de naam van de rekeninghouder nodig heeft. [naam] heeft dezelfde dag gereageerd en een screenshot gestuurd van het bankafschrift van Sapientem bij Revolut. Daarop heeft bunq [naam] gevraagd om een pdf van het bankafschrift.
2.14.
Op 29 september 2023 heeft bunq [naam] bericht dat zij tot betaling van het banksaldo kan overgaan als zij een IBAN heeft ontvangen die op zijn naam staat, met een bankafschrift. Dezelfde dag heeft [naam] laten weten dat hij niet wil dat het banksaldo naar zijn privérekening wordt overgemaakt.
2.15.
Op 3 oktober 2023 heeft bunq [naam] gevraagd om een vrijwaringsformulier te ondertekenen en een bewijs van tenaamstelling van de IBAN van Sapientem. [naam] heeft op 4 oktober 2023 het ondertekende vrijwaringsformulier aan bunq gestuurd.
2.16.
Op 6 oktober 2023 heeft bunq [naam] laten weten dat zij het banksaldo aan hem wil terugbetalen, en:
“(…)
in overeenstemming met ons interne beleid en zoals eerder geïnformeerd, ben ik bang dat uw geld alleen kan worden teruggestort op een rekening van Hursidae BV, of op een rekening van uzelf. In beide gevallen hebben we een bewijs van eigendom van de rekening nodig, zoals een bankafschrift. Als u de terugbetaling op een externe persoonlijke rekening wilt ontvangen, moeten we ook het meegeleverde formulier voor aansprakelijkheidsvrijstelling invullen.
2.17.
Op 11 juni 2024 heeft de advocaat van Sapientem de advocaat van bunq benaderd. Partijen hebben daarna gecorrespondeerd en Sapientem heeft op 5 juli 2024 documentatie aan bunq gestuurd, waaronder een bevestiging van de tenaamstelling van haar rekening bij Revolut.
2.18.
Op 22 juli 2024 heeft bunq het banksaldo van € 2.428.410,48 aan Sapientem betaald.

3.Het geschil

3.1.
Sapientem vordert dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad,
I.
Primairbunq veroordeelt tot betaling van € 590.778,16 aan Sapientem, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten van
€ 6.775,00,
II.
Subsidiair, bunq veroordeelt tot betaling van € 239.070,73 aan Sapientem, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten van
€ 6.775,00,
III.
Meer subsidiair, bunq veroordeelt tot betaling van € 126.176,46 aan Sapientem of een door de rechtbank te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775,00,
IV. bunq veroordeelt in de kosten in deze procedure.
3.2.
bunq voert verweer en wil dat de vorderingen van Sapientem worden afgewezen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Sapientem in de kosten van deze procedure, met rente. bunq voert hiervoor onder meer aan dat zij het banksaldo wilde uitbetalen, maar dat dit niet kon omdat de noodzakelijke medewerking niet werd verleend. bunq doet hiermee een beroep op schuldeisersverzuim.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, verder ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van schuldeisersverzuim omdat Sapientem de noodzakelijke medewerking aan uitbetaling van het saldo door bunq niet heeft verleend. Daarvoor geldt het volgende.
4.2.
Een schuldeiser (in dit geval Sapientem of haar rechtsvoorganger Hursidae) komt op grond van artikel 6:58 BW Pro in verzuim, als nakoming van de verbintenis (in deze zaak de uitbetaling van het banksaldo door bunq) wordt verhinderd doordat hij de daartoe noodzakelijke medewerking niet verleent of doordat een ander obstakel van zijn zijde ontstaat, behalve als de oorzaak van verhindering hem niet kan worden toegerekend.
Hursidae wilde eerst herstel van de klantrelatie en hield uitbetaling af
4.3.
Volgens Sapientem had bunq vanaf 3 juni 2022 de verplichting om het banksaldo aan haar uit te betalen. Dat is op zichzelf juist en uit het bericht van die datum waarin bunq Hursidae vraagt om één IBAN, volgt dat bunq die betalingsverplichting ook wilde nakomen. Daarbij was bunq niet verplicht om het banksaldo aan andere vennootschappen dan Hursidae over te maken. Die vennootschappen waren namelijk geen klantrelatie van bunq en dat ook niet geworden doordat Hursidae IBAN’s naar hen had genoemd. Hursidae heeft de door bunq gevraagde IBAN voor uitbetaling, ondanks aankondiging, niet aan bunq verstrekt. In plaats daarvan heeft Hursidae bunq op 8 juni 2022 gevraagd de beëindiging van de klantrelatie opnieuw te beoordelen. Hursidae wilde dus op dat moment herstel van de klantrelatie en gaf niet de benodigde medewerking (in de vorm van het geven van een bankrekening van Hursidae) aan bunq. Daardoor kon bunq het banksaldo niet uitbetalen, in ieder geval niet tot 11 augustus 2022, het moment waarop de herbeoordeling was afgerond. Maar ook daarna was uitbetaling van het banksaldo nog niet mogelijk. Nadat bunq enkele keren zonder resultaat om een IBAN had gevraagd, stelde Hursidae namelijk opnieuw, nu via haar jurist, de beëindiging van de klantrelatie ter discussie.
Daarna kon bunq banksaldo niet uitbetalen aan Hursidae; noodzakelijke informatie ontbrak
4.4.
Toen de discussie over beëindiging van de klantrelatie was afgerond, kon bunq nog niet aan haar betalingsverplichting tot uitbetaling van het banksaldo voldoen. Hursidae verstrekte namelijk niet de informatie die hiervoor nodig was: de bevestiging van de tenaamstelling van de rekening van Hursidae bij Revolut. Hursidae stuurde die niet, ook niet nadat bunq op verzoek van Hursidae haar vraag op 18 april 2023 in het Nederlands had gesteld. Sapientem wordt niet gevolgd in haar standpunt dat bunq door het vragen van een bevestiging van de tenaamstelling haar betalingsverplichting niet nakwam of wilde nakomen. bunq had deze informatie namelijk nodig om aan haar verplichtingen uit de Wwft te voldoen voor overboeking van het banksaldo op een rekening van haar klantrelatie. Bovendien was het bunq die het initiatief nam en Hursidae benaderde voor uitbetaling van het saldo, nadat op eerdere verzoeken om een IBAN te verstrekken niet was gereageerd. Ook daaruit volgt dat bunq wel degelijk aan haar verplichting wilde voldoen.
Ook van Sapientem ontbrak noodzakelijke informatie voor uitbetaling van het banksaldo
4.5.
Ook daarna kon bunq het banksaldo niet uitbetalen, omdat de informatie die daarvoor nodig was niet werd verstrekt. Toen bunq, na herhaald verzoek om een IBAN aan Hursidae, op 25 september 2023 bekend werd met de fusie, stuurde [naam] een screenshot van het bankafschrift van Sapientem en vroeg (net als op 3 juni 2022) het banksaldo over te maken naar de Revolut-rekeningen van barbacoa, Uolim en Hursidae. Overboeking naar meerdere IBAN’s was voor bunq echter niet mogelijk (zie ook 4.3.). Daarop vroeg bunq om een pdf-versie van het bankafschrift van Sapientem, maar ontving deze niet. Uit de correspondentie van 29 september 2023 volgt dat bunq het banksaldo wilde uitbetalen, maar dat [naam] niet wilde dat het banksaldo naar hem in privé zou worden overgemaakt.
4.5.1.
Voor de overboeking aan Sapientem vroeg bunq vervolgens op 3 oktober 2023 om een bewijs van tenaamstelling van de bankrekening van Sapientem en een vrijwaringsformulier. Dat hield verband met het feit dat bunq Sapientem zag als een derde partij, omdat de rekening op naam van de (toen niet meer bestaande) Hursidae stond en Sapientem een andere vennootschap is. Omdat Sapientem alleen het vrijwaringsformulier verstrekte en niet het bewijs van tenaamstelling, beschikte bunq op dat moment nog steeds niet over alle informatie die nodig was voor uitbetaling. Anders dan Sapientem aanvoert, leidt het aanvullende verzoek van bunq aan Sapientem niet tot het oordeel dat bunq haar betalingsverplichting niet nakwam of niet wilde nakomen. bunq had die informatie namelijk nodig voor betaling aan Sapientem als derde partij om aan haar verplichtingen uit de Wwft te voldoen.
4.5.2.
Aan Sapientem kan worden toegegeven dat het bericht van 6 oktober 2023 van bunq waarin zij vraagt om een IBAN van Hursidae of [naam] voor onduidelijkheid kan hebben gezorgd, omdat Hursidae inmiddels niet meer bestond en [naam] al eerder had gezegd dat hij niet wilde dat het banksaldo aan hem in privé zou worden overgemaakt. Dit kan er echter naar het oordeel van de rechtbank niet toe leiden dat wordt aangenomen dat Sapientem of [naam] op dat moment niet wist wat bunq nodig had voor uitbetaling en het verhinderen om de informatie te verstrekken daarom niet meer aan Sapientem kan worden toegerekend. In de correspondentie van daarvoor was de vraag om informatie namelijk duidelijk. Ook het standpunt van Sapientem dat bunq via de app en e-mail communiceert en geen fysiek kantoor houdt voor de afwikkeling van dit soort zaken wat het voor Sapientem (of [naam] ) moeilijk maakte om contact met bunq te hebben, maakt niet dat het verdedigbaar is dat Sapientem de gevraagde informatie niet aanleverde. Sapientem kon alles digitaal aanleveren en haar voorganger Hursidae (dus ook [naam] ) wist bij het aangaan van de klantrelatie dat bunq een digitale bank is.
4.5.3.
Pas op 5 juli 2024 heeft Sapientem aan bunq de ontbrekende informatie gestuurd: de bevestiging van de tenaamstelling van de rekening van Sapientem bij Revolut. Anders dan Sapientem (zonder verdere onderbouwing of bewijs) heeft aangevoerd, heeft zij die informatie niet al eerder verstrekt. Daarna heeft bunq het banksaldo binnen een redelijke termijn aan Sapientem uitbetaald.
Conclusie: bunq kon niet voldoen aan betalingsverplichting en was niet in verzuim
4.6.
De conclusie is dat bunq tot aan juli 2024 niet kon voldoen aan haar betalingsverplichting omdat de hiertoe noodzakelijke medewerking door (de rechtsvoorganger van) Sapientem niet werd verleend. Dit brengt mee dat sprake is van schuldeisersverzuim op grond van artikel 6:58 BW Pro. Het gevolg van het schuldeisersverzuim is dat bunq niet in verzuim kon raken met het uitbetalen van het banksaldo (artikel 6:61 lid Pro
2 BW).
Geen sprake van tekortkoming of onrechtmatig handelen
4.7.
Dit betekent dat geen sprake is van een tekortkoming aan de zijde van bunq of van onrechtmatig handelen, ook niet in de vorm van een schending van haar zorgplicht. De primaire vorderingen (hoofd- en nevenvorderingen) van Sapientem worden dus afgewezen. Dit geldt ook voor de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen. Hieraan zijn namelijk dezelfde feiten en omstandigheden als aan de primaire vorderingen ten grondslag gelegd.
Sapientem moet de proceskosten betalen, met rente
4.8.
Sapientem is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van bunq worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
7.446,00
(2 punten × € 3.723,- tarief VII)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.496,00
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van Sapientem af,
5.2.
veroordeelt Sapientem in de proceskosten van € 14.496,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Sapientem niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Sapientem tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart de veroordelingen in 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis, rechter, bijgestaan door mr. N. Noordmans, griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.