ECLI:NL:RBAMS:2026:2337

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
13/340188-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel na intrekking

De rechtbank Amsterdam behandelde op 10 februari 2026 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank Lipova in Roemenië. De opgeëiste persoon, geboren in 1975 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, was aanwezig en werd bijgestaan door zijn raadsman.

Tijdens de zitting werd bevestigd dat de persoonsgegevens van de opgeëiste persoon correct waren en dat hij de Roemeense nationaliteit bezit. De rechtbank ontving aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit waaruit bleek dat het EAB op 6 februari 2026 was ingetrokken, waardoor de grondslag voor de vordering was komen te vervallen.

Op basis hiervan verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB en hief zij de overleveringsdetentie op. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel vanwege intrekking door de uitvaardigende autoriteit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/340188-25
Datum uitspraak: 10 februari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 22 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 28 oktober 2025 door de Rechtbank Lipova, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1975 in [geboorteplaats] (Roemenië),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 februari 2026, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 6 februari 2026, door de rechtbank in vertaling ontvangen op 9 februari 2026, blijkt namelijk dat het EAB is ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering is komen te ontvallen.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
HEFT OPde overleveringsdetentie.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 februari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.