Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,2. [eiser 2] ,
1.[gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
i. voor recht te verklaren dat de VOF rechtsgeldig is ontbonden door opzegging
i. Verklaart voor recht dat de VOF rechtsgeldig is ontbonden door opzegging per 1 januari 2025;
Dwangsommen
Conclusie
€ 10.000 vanwege niet of onjuist verwerkte correcties en vanwege onjuistheden in de jaarstukken. Tot slot is aanspraak gemaakt op € 7.500 aan juridische kosten (advocaat en deurwaarder) als gevolg van het niet voldoen aan het arbitrale vonnis. Bij de e-mail van 27 oktober 2025 is een overzicht gevoegd (productie 14) van niet verwerkte of onopgehelderde punten waaruit blijkt dat nog niet volledig vereffend is.
3.Het geschil
(i) [gedaagden] te veroordelen om de executie van het arbitrale vonnis te staken, op straffe van dwangsommen;
(ii) [gedaagden] te veroordelen de ten laste van [eisers] gelegde beslagen op te heffen en eventueel geïncasseerde bedragen terug te betalen, op straffe van dwangsommen;
(iii) [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van primair de werkelijke proceskosten, subsidiair de kosten conform het liquidatietarief.
Op de mondelinge behandeling van dit kort geding heeft de advocaat van [eisers] vordering (i) beperkt in die zin [gedaagden] te veroordelen tot staking van de executie van het arbitrale vonnis enkel wat de dwangsommen betreft.
4.De beoordeling
door alle vennoten gezamenlijk(b), terwijl in dit kader
alleenaan [eisers] een dwangsom is opgelegd
.Een dergelijke veroordeling houdt dus het risico in dat [eisers] een dwangsom zou kunnen verbeuren terwijl het niet tijdig tot stand komen van de vereffening en verdeling (mede) is te wijten aan [gedaagden] . Op dit punt acht de voorzieningenrechter de dwangsomveroordeling dan ook onvoldoende duidelijk en bepaald. Tot slot is de wijze van verdeling gelast zoals onder rechtsoverweging 7.58 is weergegeven (c). Los van het feit dat aan dit onderdeel van het dictum (punt iv) geen dwangsom is verbonden, kan in dit kort geding ook niet worden vastgesteld of de onderdelen a tot en met f als opgenomen in rechtsoverweging 7.58 zijn opgevolgd. Anders dan [gedaagden] aanvoeren, is het enkele feit dat [eisers] de (concept) stukken niet zo aanpassen als [gedaagden] het voorstellen daartoe niet voldoende.