Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen LdH.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
hierna te noemen de Raad.
1.De procedure
JE RK 25-821), waarbij [minderjarige] onder toezicht is gesteld van LdH, met ingang van
4 februari 2026 tot 4 november 2026.
Tevens is ten aanzien van [minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, voor verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 4 februari 2026 tot 4 november 2026.
Het meerdere verzochte is aangehouden.
2.De beoordeling
5.10. Voorts acht de kinderrechter het van belang dat een advocaat wordt toegewezen aan [minderjarige] om diens belangen te behartigen. Niet valt uit te sluiten dat de moeder zich gaat verzetten tegen de verleende machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] en dat zij niet zal meewerken aan gezagsbeslissingen aangaande [minderjarige] .
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank in deze beschikking een advocaat als bijzondere curator benoemen, zodat die de belangen van [minderjarige] kan behartigen. Deze bijzondere curator kan [minderjarige] zijn stem laten horen en kan zo nodig contact met de moeder opnemen en waar nodig eventueel bemiddelend optreden tussen [minderjarige] en de moeder.
3.De beslissing
[adres]